Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Polyfarmacie bij ouderen
C.M.J. van der Linden
Het aantal ouderen in Nederland stijgt en een groot deel van hen gebruikt vijf of meer geneesmiddelen (polyfarmacie). Bij het voorschrijven van medicatie aan deze ouderen is het van belang rekening te houden met
veranderingen in farmacokinetiek en -dynamiek. Bij polyfarmacie is het risico op bijwerkingen verhoogd. Let vooral op antihistaminica met een sterk sederende werking en corticosteroïden. Ook interacties komen vaak voor. Van de middelen in de dermatologie zijn vooral de antischimmelmiddelen (-azolen) bekend om een groot risico op interacties. Om met deze zaken rekening te kunnen houden is het noodzakelijk bij het voorschrijven van medicatie te beschikken over een actueel medicatieoverzicht. Tot slot zal rekening moeten worden gehouden met gebruiksgemak en factoren die de therapietrouw kunnen beïnvloeden. Polyfarmacie is geassocieerd met medicatiegerelateerde problemen maar is desondanks vaak geïndiceerd.
Sclerodermie, een teken van veroudering
V.L.R.M. Verstraeten
In meerdere modellen voor veroudering waaronder het hutchinson-gilford-progeriasyndroom en zijn neonataal letale variant restrictieve dermopathie worden sclerotische plaques tot zelfs een gegeneraliseerd stugge en strak gespannen huid gezien. Waar men doorgaans aan een eerder atrofische huid denkt bij veroudering, lijkt aldus ook sclerodermie in het kader van veroudering te staan. Sclerodermie is tevens het primordiale kenmerk van systeemsclerose, een auto-immuunziekte gekenmerkt door vasculaire dysfunctie, een dysfunctie van het immuunsysteem en fibrose. Klassiek wordt systeemsclerose ingedeeld op basis van huidbetrokkenheid, doch interne pathologie kan bij alle vormen voorkomen. De differentiële diagnose met andere dermatosen waarbij uitgebreide sclerose voorkomt, is vaak moeilijk. Een symmetrisch begin van sclerose aan de handen is veelal het meest onderscheidende criterium, evenals de aanwezigheid van het raynaudfenomeen en een afwijkende capillaroscopie bij patiënten met systeemsclerose.
Therapeutische en ethische aspecten van dermato-oncologie bij de oudere
E. Burkink, F.H.J. Koekelkoren, I.B. Tan, P.L.A. van de Ende, N. Kelleners-Smeets
De stijgende incidentie van huidkanker leidt tot een toename van de zorgvraag. De huidige cutane oncologische richtlijnen richten zich niet specifiek op de oudere patiënt, hoewel deze wel soms een andere behandeling behoeven. Dit artikel richt zich op de manier van aanpak voor behandeling van non-melanoma huidkankers bij deze specifieke patiëntenpopulatie. In de meeste gevallen is de behandeling van non-melanoma huidkanker bij kwetsbare ouderen niet gericht op levensduurverlenging, maar op verbetering van kwaliteit van leven. Hierbij is het mogelijk dat er moet worden afgeweken van een richtlijn. Een persoonlijke benadering en samenwerking tussen patiënt en zijn/haar familie, de huisarts en de dermatoloog zijn hierbij van groot belang.
Van leiomyoom tot renaalcelcarcinoom
S. Lanssens, E. Coussens, M. Van de Kerckhove, K. Vossaert
Een mutatie in het fumaraathydratasegen, resulteert in een aandoening die Hereditary Leiomyomatosis and Renal Cell Carcinoma-syndroom wordt genoemd. Een eerste symptoom is vaak het ontstaan van multipele cutane leiomyomen. Vrouwelijke patiënten kunnen ook vroegtijdig symptomatische uterusmyomen ontwikkelen. Het risico op een agressief renaalcelcarcinoom is substantieel verhoogd. Het herkennen van deze dermatologische letsels kan dan ook leiden tot een vroegtijdige detectie van deze tumor.
Veranderingen in de ouder wordende huid
S.F.K. Lubeek
De huid veroudert onder invloed van verschillende intrinsieke en extrinsieke factoren. Hierbij treden uiteenlopende morfologische en functionele veranderingen op die leiden tot een afname van fysiologische reservecapaciteit, een toename van kwetsbaarheid en een verhoogde kans op het ontwikkelen van verschillende huidaandoeningen.
Zeldzaam subtype van congenitale ichthyosis: ichthyosis prematuriteitsyndroom (IPS)
M. van oosterhout, M. van geel, K.E. stuurman, S. pasmans, P. steijlen, A.L.A. Kuijpers
Het ichthyosis prematuriteitsyndroom (IPS) is een zeldzaam subtype van autosomaal recessieve congenitale ichthyosis en wordt veroorzaakt door een mutatie in het SLC27A4-gen dat codeert voor het fatty acid transport protein 4 (FATP4). Het klinisch beeld presenteert zich met premature geboorte, een dikke witte hyperkeratotische huidlaag en desquamatie, respiratoire complicaties en eosinofilie. Het karakteristieke fenotype kan gecompliceerd verlopen met name ten gevolge van vroeggeboorte, insensible loss en neonatale asfyxie. Perinataal kan IPS zelfs leiden tot sterfte. Binnen twee weken na de geboorte wordt het fenotype aanzienlijke milder met een rustig verloop en ontwikkelt zich een levenslange milde ichthyosis en atopische constitutie. In dit artikel bespreken we een casus van een pasgeboren meisje van consanguïne ouders met bewezen IPS middels DNA-diagnostiek.
Zonder context geen bewijs?
Frans Meulenberg, Jannes van Everdingen
Artikel in PDF Correspondentieadres: Frans Meulenberg E-mail: f.meulenberg@nvdv.nl Evidencebased practice (EBP) als basis voor goede…
Allergisch contacteczeem door joodpropynylbutylcarbamaat in een styling wax voor het haar
B.A. Jagtman, A.C. de Groot, M. Woutersen
Een patiënt met allergisch contacteczeem in zijn handpalmen, op het voorhoofd en in de haargrens door joodpropynylbutylcarbamaat (IPBC) in een styling wax voor het haar wordt beschreven. Routinematig testen in Nederland in centra die gespecialiseerd zijn in contactallergie leverde hoge percentages positieve reacties op (3,9% in de periode 2009-2012), maar veel daarvan zijn waarschijnlijk niet relevant voor het eczeem waarmee de patiënt zich presenteert. Omdat de meeste relevante reacties veroorzaakt lijken te worden door IPBC in cosmetica, wordt opname van dit conserveermiddel in een cosmeticumreeks aanbevolen
Antistolling bij laagrisico dermatologische excisies: continueren
D.E. Beemer-Kraag, R.I.F. van der Waal
Vraag: Moet antistolling gestopt worden voorafgaande aan een simpele dermatochirurgische ingreep indien patiënt meer dan één middel gebruikt?
Domein: Patiënten met twee of meer soorten antistolling die een laagrisico dermatologische excisie ondergaan.
Determinant: Continueren van alle antistolling.
Outcome: Aantal bloedingen gerelateerd aan de ingreep.
Antwoorden dermatopathologie
Artikel in PDF Antwoorden 1c, 2a, 3b, 4d, 5b, 6d Histopathologische beschrijving (figuur 2) Het…
Bijdrage tot de kennis van erythema exsudativum multiforme, H. Hamminga, 1956
L. Hamminga, E.A. Hamminga
Artikel in PDF Correspondentieadres: Bert Hamminga E-mail: lhammingazw@gmail.com Hendrik Hamminga promoveerde op woensdag 21 maart…
Casus pro diagnosi: een donkere nodus op de scalp
E.G.Nallayici, M.C.H. Hogenes, E.B.M. Kroft
Haarverf wordt in toenemende mate toegepast. Parafenyleendiamine (PPD) is een van de belangrijkste bestandsdelen van haarverf. In de literatuur worden er bijwerkingen beschreven van PPD: allergie en/of contactdermatitis en mogelijke carcinogene effecten. Cutane deposities zijn echter nog niet geschreven. In dit artikel wordt een 41-jarige Kaukasische vrouw met een blanco voorgeschiedenis beschreven met een progressieve blauwbruine nodus links temporaal op de behaarde hoofdhuid. De nodus werd geëxcideerd. Histopathologisch onderzoek laat een uitgebreide granulomateuze, inflammatoire reactie zien, waarbij de granulomen zwart en blauw pigment bevatten. Dit pigment is van exogene origine. Diagnose: Vreemdlichaamreuscelgranulomen op haarverfsubstanties? We staan echter open voor andere mogelijke verklaringen. Voor zover bekend is dit de eerste casus waarbij langdurig cutane expositie aan haarverf deze granulomateuze reactie teweegbracht. Het is belangrijk te realiseren dat haarverf mogelijk meer risico’s geeft dan wat tot heden beschreven is in de literatuur.
Dermatopathologie
A.M.R. Schrader, P.K. Dikrama, T. Middelburg, V. Noordhoek Hegt
Artikel in PDF Correspondentieadres: P.K. Dikrama E-mail: p.dikrama@erasmusmc.nl In de kennisquiz van de dermatopathologie zijn…
Domeingroep Vaten stroomt hard door
Menno Gaastra , Ilse Kroft, Christianne Bearda Bakker-Wensveen, Birgitte Maessen-Visch, Dave van der Zwaan, Bibi van Montfrans.
Artikel in PDF Correspondentieadres: IlseKroft E-mail: i.kroft@zgt.nl Als Domeingroep Vaten (DV) zetten wij ons in…
Een jeukend plekje vulvair of is er meer?
M. Prins, E.A. Boss
A 70-year-old woman was diagnosed with extramammary Paget’s disease following ten years of localized pruritis.
Geriatrische dermatologie
S. Lubeek
Artikel in PDF Correspondentieadres: De heer Satish Lubeek E-mail: satish.lubeek@radboudumc.nl Op woensdag 3 mei 2017…
Huidkankerdag 2017: een fragiel succes
J.B. Terra, M.T.W. Gaastra, F. Meulenberg
Artikel in PDF Correspondentieadres: Jorrit Terra E-mail: j.b.terra@umcg.nl De vijfde Huidkankerdag is achter de rug.…
Klinische kenmerken en behandeling van chronische urticaria en angio-oedeem
M. van den Elzen
Artikel in PDF Correspondentieadres: Dr. Mignon van den Elzen E-mail: melzen4@umcutrecht.nl Op 4 juli 2017…
Lepra op Curaçao
N.L.A. Vincken, R.N. Gouverneur
Artikel in PDF Lepra wordt gezien als een niet vaak voorkomende aandoening in de westerse…
Mammilla supplementaria
J. Toonstra, M.B. Crijns
Artikel in PDF Correspondentieadres: Johan Toonstra E-mail: johan.toonstra@gmail.com De aanwezigheid van extra tepels is niet…