Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Herkenning en diagnostiek van (non)- bulleuze varianten van pemfigoïd
J.M. Meijer
ARTIKEL IN PDF J.M. Meijer Een aanzienlijk deel van de patiënten met bulleus pemfigoïd ontwikkelt…
Hypertrophic scars
S. Gibbs
Hypertrofe littekenvorming is een groot probleem bij de genezing van brandwonden en chirurgische wonden. Hypertrofe littekens zijn verdikt en stijf (liggen op de huid), maar blijven wel altijd binnen de grenzen van de originele wond. Bij hypertrofe littekenvorming is er sprake van een veranderde immuunrespons, verhoogde neoangiogenese en een verstoorde balans in de aanmaak en afbraak van extracellulaire matrix. Bij sommige patiënten lijkt hypertrofe littekenvorming een fysiologisch proces en verdwijnt het hypertrofe litteken na een aantal maanden vanzelf. Echter, er zijn ook patiënten waarbij het hypertrofe litteken niet verdwijnt en het littekenweefsel stijf en verdikt blijft. Dit leidt tot aanzienlijke morbiditeit door het esthetische aspect, pijn, jeuk en bewegingsproblemen wanneer het hypertrofe littekenweefsel zich rond een gewricht bevindt. Er is tot op heden nog geen optimale behandeling voor hypertrofe littekens, en de onderliggende mechanismen die een rol spelen in het ontstaan van hypertrofe littekens zijn nog grotendeels onbekend. Daarnaast bestaat er nog geen makkelijke en betrouwbare manier om het ontstaan van hypertrofe littekens te kunnen voorspellen.
Interventies voor nagelpsoriasis
C.I.M. Busard
Voor topische behandeling van nagelpsoriasis bestaat de meeste kwaliteit van bewijs voor corticosteroïden, vitamine D-derivaten en retinoïden. Radio- en lasertherapie worden niet geadviseerd voor implicatie in de klinische praktijk. Bij uitgebreide afwijkingen of een grote impact op de kwaliteit van leven kan systemische behandeling overwogen worden. Zowel conventionele systemische therapie (methotrexaat en ciclosporine) als behandeling met nieuwe generatie medicijnen (small molecules en biologics) kunnen een substantiële verbetering geven. Bij een behandelkeuze is het van belang om de mogelijke neveneffecten van behandeling en de termijn van intreden van het te verwachten effect uitvoerig te bespreken met de patiënt om therapietrouw en een optimaal behandeleffect te bevorderen.
Mastocytose, een update voor de dermatoloog
Y.S. Elshot, D. Tio, M.B. Crijns, M.W. Bekkenk
Artikel in PDF J.N.G. Oude Elberink Mastocytose is een chronische hematologische ziekte waarbij een overmatige…
Mucocutane afwijkingen bij doelgerichte en immunotherapie
Y.S. Elshot, D. Tio, M.B. Crijns, M.W. Bekkenk
Oncodermatology is the dermatologic field aimed at the dermatologic health in cancer patients. Due to rapid developments in cancer treatment there are now over 50 described dermatologic side effects. Moreover, dermatologists will also be confronted with other dermatological problems like paraneoplastic syndromes, cutaneous metastases and graft-versus-host disease. Traditional cytostatic treatment is aimed at inhibiting cell division (mitosis) and can result in cytotoxic side effect like toxic erythema of chemotherapy, mucositis, extravasation injuries, nail disorders, and alopecia. Following the arrival of targeted therapies, and to a lesser extend immune checkpoint inhibitors, a significant amount of new mucocutaneous side-effects have been described. These new agents block the growth of cancer cells by inhibiting specific molecules involved in tumor pathogenesis pathways. The side effects of targeted therapy are the direct result of the pharmacological drug effects, as the molecular targets are also present in the mucosal and cutaneous tissues. In the case of immune checkpoint inhibitors, most are immunological side effects secondary to immune system modulation. In both types of cancer treatments, true immunological allergic reactions are rare. A multidisciplinary approach to these dermatological side effects is important as they could potentially influence the continuation of the cancer treatment, in addition to having a significant effect on the patient’s quality of life. Due to the extensive amount of side effect we have opted to presenting you with an overview, of which a selected few will be given further attention during the ‘Dermatologendagen’ of the Dutch Society of Dermatology and Venerology.
Nageltumoren
L. Plusjé
Bij tumoren van het nagelcomplex is door de aanwezigheid van de nagel de klinische presentatie anders dan soortgelijke tumoren in de huid. Tumoren, zowel benigne als maligne, kunnen aanleiding geven tot verandering van vorm en/of kleur van de nagel. In sporadische gevallen tot destructie van de nagel. Door gedegen kennis van anatomie en fysiologie van het nagelcomplex is in veel gevallen het stellen van een diagnose mogelijk. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit röntgenopname, biopsieën, echo of MRI. Enkele veelvuldig voorkomende tumoren en de therapieën hiervoor worden besproken.
Nail biopsies
E. Haneke
Histopathology is the gold standard for almost all nail diagnoses. It may require additional examinations like direct microscopy and culture in case of suspected onychomycoses, X-ray for traumatic nail changes, ultrasound and magnetic resonance imaging for special lesions like particular tumors. For the histopathological examination, the biopsy has to be taken from the correct site, contain the necessary portions of the nail apparatus to allow a diagnosis to be made, to be large enough to be processable in the lab, and be stained with relevant routine and immunohistochemical reactions. The surgeon has to be familiar with the particular anatomy of the nail unit and the way how and where nail changes develop. Nail plate biopsies, which are simple nail clippings, give a high yield of positive results in onychomycoses and often also permit the differential diagnosis of nail psoriasis as well as to rule out some other nail conditions. Nail bed lesions may be diagnosed with a punch or fusiform biopsy, the latter being performed in a longitudinal arrangement. Matrix lesions may be punched with a maximum diameter of 3 mm, biopsied with a narrow transverse fusiform or a superficial tangential biopsy. The optimal biopsy is the lateral longitudinal nail biopsy as it takes a narrow piece of all nail unit components without leaving obvious sequelae.
Preventie van voedselallergie bij kinderen met eczeem
H. de Groot, O. Benjamin-van Aalst, D.H.J. Verhoeven, T Klok
Zuigelingen met eczeem hebben een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van een voedselallergie. Ouders van deze kinderen kregen daarom vaak het advies om hoogallergene voedingsproducten te vermijden. De inzichten in de preventie van voedselallergie zijn echter 180 graden gedraaid. In plaats van het vermijden van hoogallergene voeding krijgen ouders nu adviezen om deze voeding al vanaf de leeftijd van vier maanden aan te bieden aan hun kind. Recente gerandomiseerde studies laten namelijk zien dat met het aanbieden van pinda en kippenei aan kinderen vanaf vier tot acht maanden meer dan 75% van deze allergieën kan worden voorkomen. Het onterecht vermijden van hoogallergene voeding geeft juist een verhoogd risico op de ontwikkeling van voedselallergie. Als die vroege introductie niet lukt, bijvoorbeeld door mogelijke allergische reacties op het product, kan verwezen worden naar een kinderarts met allergologische expertise.
Pyoderma gangrenosum: the good, the bad and the ugly
D.M.W. Balak
Pyoderma gangrenosum (PG) is een zeldzame neutrofiele dermatose die zich klassiek uit als pijnlijke ulcera met opgeworpen en ondermijnde paarsrode wondranden (the ugly), die vaak niet eenvoudig te diagnosticeren en te behandelen zijn (the bad). Recente studies hebben nieuwe inzichten opgeleverd in de diagnostiek en behandeling van PG (the good). In dit artikel wordt een beknopt overzicht gegeven van de nieuwe klinisch relevante inzichten bij PG.
Rare knakkers: zeldzame huidtumoren
M.W. Bekkenk, Y.S. Elshot, S.E. Uitentuis, B. Zupan-Kajcovski, D. Tio
Zeldzame typen huidkanker zijn in te delen in merkelcelcarcinomen, adnexcarcinomen, bepaalde types cutane lymfomen en sarcomen van de huid. Aan deze tumoren wordt vaak initieel niet gedacht. Het merkelcelcarcinoom (MCC) is een vrij zeldzame, maar agressieve tumor. De prognose van MCC is matig waarbij er aandacht moet zijn voor drainerende lymfeklieren. De belangrijkste therapie is chirurgie. Adnexcarcinomen zijn een heterogene groep tumoren die ontstaan uit de adnexen van de huid. Ze kunnen ook voorkomen in het kader van bepaalde erfelijke syndromen zoals Lynch/Muir-Torre of Brooke-Spiegler. De sarcomen betreffen eveneens een heterogene groep. Hieronder vallen onder andere het dermatofibrosarcoma protuberans, atypisch fibroxanthoom en angiosarcoom. Meestal is de eerste keus van therapie chirurgie. Primaire cutane lymfomen die zich kunnen presenteren met een solitaire plek kunnen zowel van (NK-)T-, als B-celorigine zijn. Voor de T-cellymfomen zijn het vooral het primair cutaan CD30+ grootcellig anaplastisch lymfoom, primair cutaan CD4+ klein/medium T-cellymfoproliferatie en het perifeer T-cellymfoom. Voor de B-cellymfomen betreft het primair cutaan marginalezonelymfoom, het primair cutaan follikelcentrumlymfoom en het primair cutaan grootcellig B-cellymfoom, leg-type.
Topicale behandeling van actinische keratosen
M.H.E. Jansen
ARTIKEL IN PDF M.H.E. Jansen Actinische keratose is de meest voorkomende premaligne huidaandoening in de…
Valkuilen in de kinderdermatologie
E. Mendels
Communiceren met kinderen blijkt beslist niet eenvoudig en omgekeerd ook niet. Veel artsen hebben daarom de neiging meer naar de ouder dan naar het kind te luisteren, zeker in het geval van tijdgebrek. Op die manier kan hen veel informatie ontgaan. Een optimale samenwerking tussen arts en ouder(s) maakt het mogelijk het kind een eigen stem te geven en op die manier de zorg voor kinderen te verbeteren.
Wondkweken bij chronische ulcera, de do’s en don’ts
D. Wang, M.A.M. Loots
Het ziektebeloop van een ulcus cruris is vaak gecompliceerd en belastend voor de patiënt. Ondanks adequate behandeling kan de genezingstendens stagneren. Wondinfectie speelt bij deze patiëntengroep ook vaak parten wat leidt tot meer pijn en sociaal ongemak vanwege riekende ulcera. In dit artikel bespreken we de richtlijnen van het ulcus cruris venosum en het ulcus diabeticum ten aanzien van het afnemen van wondkweken en de behandeling van wondinfectie. Volgens zowel de landelijke als internationale richtlijnen van het ulcus cruris venosum en het diabetisch ulcus is het afnemen van wondkweken en starten van systemische antibiotica alleen zinvol als er klinisch een verdenking is op wondinfectie. In alle andere gevallen kan het starten van systemische antibiotica bijdragen aan antibioticumresistentie en moet daarom worden afgeraden. Bij het diabetisch ulcus kan een wondinfectie leiden tot osteomyelitis en niet zelden tot amputatie van een teen of
deel van de voet. Alertheid op wondinfectie bij elk consult is vereist. Ten slotte worden biofilms kort besproken. Uit recent onderzoek blijkt dat biofilms een rol spelen bij het falen van behandeling van wondinfecties. Een biofilm bestaat uit bacteriën omgeven door een polysacharide extracellulaire matrix resistent tegen antibiotica. Toekomstig innovatief onderzoek moet uitwijzen wat de beste strategie is voor het verwijderen van de biofilms. De huidige behandeling betreft voornamelijk herhaaldelijk mechanisch debrideren van de wond.
Zwangerschap en inflammatoire dermatosen/systeemziekten
H.B. Thio
Auto-immuunziekten die geassocieerd zijn met Th1-/Th17-type cellen worden beter tijdens de zwangerschap. Dit komt omdat Th2-type cytokines dan dominant zijn, wat belangrijk is voor de tolerantie van het foetale semiallograft. Oestrogeen en progesteron hebben in principe een stimulerende invloed op deze Th2-type celactiviteit. Het aangeboren (innate) immuunsysteem is doorgaans actiever bij vrouwen. Tijdens de zwangerschap kan een auto-inflammatoir syndroom een ernstiger beloop hebben. Door de thymus voortgebrachte regulatoire T (Treg)-cellen zijn verantwoordelijk voor de inhibitie van Th1- en Th17-cellen tijdens zwangerschap. In het algemeen geldt dat bij vrouwelijke patiënten met een immuungemedieerde inflammatoire aandoening (IMID) alle geneesmiddelen tijdens een zwangerschap worden afgeraden. Methotrexaat en mycofenolzuur/mycofenolaatmofetil zijn absoluut gecontraïndiceerd bij zwangerschap. De biologic certolizumab pegol is de
beste optie bij psoriasis tijdens de zwangerschap.
Ethiek geeft richtlijnen meer menselijkheid
F. Meulenberg
ARTIKEL IN PDF F. Meulenberg Dr. Carine van der Vleuten (51) is als dermatoloog verbonden…
Kennisagenda Dermatologie 2019
T. Nijsten, K. Geelen-Korenberg
ARTIKEL IN PDF T. Nijsten, K. Geelen-Korenberg Als bijlage bij dit nummer van het NTvDV…
Zinnige onzin, geneeskunde en -kunst
M.C.G. Daniëls
ARTIKEL IN PDF M.C.G. Daniëls De huidige medische kennis heeft zich over vele jaren en…
Zon – tijdig beschermen gewoon doen!
Werkgroep ‘Omgaan met de zon’
ARTIKEL IN PDF Werkgroep ‘Omgaan met de zon’ De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie…
Next generation melanoma pathology - From morphology to functionality
F.M. Bosisio
De snelle evolutie in de behandeling van melanomen dwingt de pathologie een nieuw tijdperk in te gaan waarin de evaluatie van meerdere biomarkers op individueel celniveau gekoppeld wordt met de nieuwe mogelijkheden van artificiële intelligentie. Kan pathologie de kliniek volgen?
Kliniek en differentiële diagnose van purpura en livedo
R. Speeckaert
Purpura zijn subcutane zones waarvan de integriteit van de bloedvatwand beschadigd is en rode bloedcellen de bloedbaan verlaten. De grootte, palpeerbaarheid en de aan- of afwezigheid van een retiform aspect helpen om gerichter aanvullend onderzoek te verrichten. Een eerste belangrijke stap is een inflammatoir proces van een bloeding zonder ontsteking te onderscheiden. Morfologisch wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal verschillende subtypes: niet-palpabele petechiën, niet-palpabele ecchymosen, palpabele purpura met erytheem, niet-inflammatoire retiforme purpura en gemengd retiforme en inflammatoire purpura. Een gedetailleerd klinisch onderzoek (oranjerode kleur, dermale atrofie, bloeding, acrale zones), een goede bevraging naar geassocieerde klachten (malaise, koorts, orgaanaantasting) en het in kaart brengen van de comorbiditeiten (bijvoorbeeld nierfalen) kunnen belangrijke bijkomende informatie bieden. De differentiële diagnose is uitgebreid en wordt onderverdeeld in een aantal categorieën: vasculitis, stollingsproblemen, vasculaire occlusiesyndromen, verstoring van de dermale bloedvatondersteuning en chronische gepigmenteerde purpura. Livedo reticularis is doorgaans onschuldig in tegenstelling tot livedo racemosa die zich uit door een niet-symmetrisch patroon en een persisterend, niet-wegdrukbaar, vertakkend erytheem. Een uitgebreide anamnese, gedetailleerd klinisch onderzoek, bloedanalyse en biopsie zijn gezien het uitgebreid aantal mogelijke diagnoses vaak noodzakelijk om tot een correcte diagnose te komen.