Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Eczeemzorg en eczeemonderzoek in het UMC Utrecht anno 2019
M.S. de Bruin-Weller, F. van Wijk
De afdeling Dermatologie/Allergologie heeft een lange traditie op het gebied van topreferente patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek gericht op volwassenen en kinderen met constitutioneel eczeem (CE). Voor de complexe eczeemzorg is een groot dedicated team beschikbaar bestaande uit drie dermatologen, twee verpleegkundig specialisten en acht speciaal opgeleide dermatologisch verpleegkundigen. Door de training van dermatologen in opleiding en arts-onderzoekers op het gebied van CE ontstaat een groep dermatologen met ervaring en affiniteit met complexe eczeemzorg. Er wordt tevens veel aandacht besteed aan de atopische comorbiditeit en er is een intensieve samenwerking met de Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem (VMCE). De eczeemresearchgroep is de laatste jaren sterk uitgebreid, mede door de intensieve samenwerking met het Laboratorium voor Translationele Immunologie (LTI). De korte lijnen tussen kliniek en researchlaboratorium maken snel reageren op nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Deze unieke samenwerking en de enthousiaste inzet van jonge gedreven onderzoekers maken de eczeemresearch binnen met UMC Utrecht toekomstbestendig.
Dermatologie als erfelijke aandoening in gesprek met Hanneke Muntendam
F. Meulenberg, J.J.E. van Everdingen
F.
Allergene risico’s van nieuwe eiwitten zoals meelworm en andere insecten
H. Broekman, K. Verhoeckx, T.M Le, G. Houben, A.C Knulst
In de zoektocht naar duurzame en voedzame voedingsbronnen om de toekomstige wereldbevolking van voldoende voeding te voorzien, is het bepalen van de allergeniciteit een vereiste. Bij nieuwe eiwitbronnen bestaat er een kans op allergeniciteit, enerzijds door kruisreactiviteit/-allergeniciteit, anderzijds doordat een eiwit zelf allergeen is en primaire sensibilisatie/voedselallergie kan veroorzaken. De allergeniciteit kan onderzocht worden door middel van uitgebreid laboratorium- en klinisch onderzoek. Een voorbeeld van een potentiële nieuwe eiwitbron waarvan de allergeniciteit is onderzocht, is meelworm. Uit het onderzoek blijkt dat garnaalallergische patiënten door kruisreactiviteit een groot risico hebben om een voedselallergische reactie te krijgen bij het consumeren van meelworm (kruisreactieve voedselallergie). Daarnaast is er aangetoond dat meelworm ook een nieuwe allergie kan veroorzaken (primaire allergie), bij mensen die met meelworm werken en consumeren. Deze mensen hadden geen garnaalallergie.
Praktische adviezen bij pollengerelateerde voedselallergie
M.A. Blankestijn, T.M. Le, A.D. Michelsen-Huisman, A.M. van Dijk, A.C. Knulst
Pollengerelateerde voedselallergie, zoals het paraberksyndroom, komt frequent voor bij eczeempatiënten. De diagnostiek begint met een zorgvuldige anamnese en het aantonen van sensibilisatie voor boompollen en indien mogelijk kruisreagerende voedingsmiddelen. Hierbij bestaan echter enkele potentiële valkuilen. Hoewel kruisreactiviteit tussen pollen en voedsel veelal resulteert in milde orale allergieklachten, is het van belang patiënten een aantal praktische adviezen mee te geven.
Specifieke allergenen bij de diagnostiek van pinda-allergie
F.C. van Erp, T.M. Le, H.M. Kansen, Y. Meijer, C.K. van der Ent, E.F. Knol, A.C. Knulst
Gezien de grote impact op kwaliteit van leven en hoge zelfgerapporteerde prevalentie is het van belang dat een pinda-allergie nauwkeurig wordt gediagnosticeerd, dan wel uitgesloten. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat het bepalen van het IgE tegen een specifiek component in pinda (Ara h 2) de diagnostiek naar pindaallergie kan verbeteren. In dit artikel bespreken wij de meerwaarde van deze component-resolved diagnostics aan de hand van drie kinderen met een verdenking pinda-allergie. De door ons toegepaste flowchart op basis van specifiek IgE tegen Ara h 2 zorgt voor efficiënte diagnostiek en voorkomt onnodige dubbelblinde provocatietesten.
Behandeling van varices bij ulcus cruris
D. van der Zwaan
Adequate ambulante compressietherapie kan veneuze hypertensie opheffen bij veneuze ziekte met als doel ulcusgenezing te bevorderen, echter het verhelpt niet de onderliggende oorzaken van de veneuze hypertensie. Eerder werd al aangetoond dat de kans op recidief ulcus significant vermindert als ook de onderliggende varices chirurgisch worden behandeld. Er is dus toegevoegde waarde van interventie boven alleen conservatief beleid bij ulcus cruris venosum. Een recent gerandomiseerd onderzoek laat zien dat vroege behandeling middels endoveneuze ablatie en/of echogeleide foamsclerocompressietherapie van tevens bestaande superficiële veneuze reflux een snellere ulcusgenezing bewerkstelligt, de ulcusvrije periode verlengt en de kans op ulcus recidief na een jaar significant vermindert.
Belangrijk(st)e ontwikkelingen in de klinische dermatologie
R. Hoekzema
In dit artikel wordt een selectie van belangrijke ontwikkelingen in de klinische dermatologie besproken, aan de hand van recente publicaties over de frequent voorkomende huidaandoeningen acne en rosacea. De artikelen van respectievelijk Wang et al. en Lacey et al. verschaffen nieuwe inzichten in de pathogenese van deze folliculaire dermatosen, in het bijzonder met betrekking tot de vermoede pro-inflammatoire rol van twee commensale bewoners van onze haartalgklierfollikels: de bacterie Propionibacterium acnes (recent omgedoopt tot Cutibacterium acnes) bij acne en de mijt Demodex folliculorum bij rosacea. De andere twee studies, van Gold et al. en Mrowietz et al., beschrijven een veelbelovende nieuwe topische toepassing van minocycline bij acne en rosacea: minocycline schuim. Op grond van de effectiviteit en het gunstige bijwerkingenprofiel verwacht de fabrikant dat minocycline schuim binnenkort door de FDA wordt goedgekeurd als nieuwe lokale behandeloptie bij acne en papulopustuleuze rosacea. We zullen moeten afwachten wanneer het voor onze patiënten beschikbaar komt.
Bijzondere nagels
M.C. Pasch
De meeste nagelafwijkingen worden veroorzaakt door een schimmel, een tumor van of rond de nagel, of door één van de relatief frequente inflammatoire dermatosen; psoriasis unguium en lichen planus unguium. Een groot deel van de overige nagelafwijkingen kan begrepen worden als ze gezien worden in de bredere context van de patiënt. Die context kan betrekking hebben op de leeftijd van een patiënt, maar ook op de mogelijke aanwezigheid van andere dermatosen of van een andere niet-dermatologische ziekte waarmee de patiënt al dan niet bekend is. Een nagelafwijking kan ook het gevolg zijn van een genetische aandoening die verder gaat dan de nagels of zelfs veel verder dan de huid, maar kan ook veroorzaakt worden door gedrag van de patiënt zelf of door gebruikte medicatie.
Cijfers over huidkankerzorg in Nederland
M. Wakkee, E. Noels, S. van Egmond, L. Hollestein
De nog steeds stijgende huidkankerincidentie maakt dat we zorgvuldig en efficiënt om moeten gaan met beschikbare middelen. In dit artikel evalueren we de huidkankerzorg en impact in Nederland middels verschillende longitudinale databases van routinezorgdata en een populatiegebaseerde cohortstudie.
Een tweede sprong in het diepe veneuze systeem: het duplexonderzoek
C. van Montfrans, A. Moelker, M. de Maeseneer, M.J. van Rijn
Duplexonderzoek van het oppervlakkige veneuze systeem wordt veelvuldig toegepast in de dermatologische praktijk. Het diepe systeem krijgt doorgaans minder aandacht. In dit artikel gaan wij in op het verrichten van duplexonderzoek van het diepe veneuze systeem. Wij behandelen de anatomie, de technische achtergrond van echografie en het dopplereffect en ten slotte het onderzoek van benen en buik. Hiermee hopen wij de drempel om de diepe venen goed te visualiseren te verlagen en de correlatie met de kliniek van uw patiënt te verbeteren.
Gelokaliseerde sclerodermie bij kinderen
M.M.B. Seyger
Gelokaliseerde sclerodermie bij kinderen verschilt in een aantal opzichten van sclerodermie bij volwassenen. Het type lineaire sclerodermie komt bij kinderen veruit het meest voor. Het beloop is vaak ernstiger en zowel restverschijnselen als extracutane manifestaties worden vaker gerapporteerd. Het is van belang om de diagnose snel te stellen en indien geïndiceerd tijdig met systemische immunosuppressiva te behandelen, om daarmee de kans op restverschijnselen te kunnen verminderen. Men dient alert te zijn op recidieven en voldoende follow-up te waarborgen. Gezien de kans op extracutane manifestaties en behandeling met potente systemische middelen wordt geadviseerd de kinderen te zien in een gecombineerd spreekuur van een (kinder)dermatoloog en (kinder)reumatoloog.
Hypertrophic scars
S. Gibbs
Hypertrofe littekenvorming is een groot probleem bij de genezing van brandwonden en chirurgische wonden. Hypertrofe littekens zijn verdikt en stijf (liggen op de huid), maar blijven wel altijd binnen de grenzen van de originele wond. Bij hypertrofe littekenvorming is er sprake van een veranderde immuunrespons, verhoogde neoangiogenese en een verstoorde balans in de aanmaak en afbraak van extracellulaire matrix. Bij sommige patiënten lijkt hypertrofe littekenvorming een fysiologisch proces en verdwijnt het hypertrofe litteken na een aantal maanden vanzelf. Echter, er zijn ook patiënten waarbij het hypertrofe litteken niet verdwijnt en het littekenweefsel stijf en verdikt blijft. Dit leidt tot aanzienlijke morbiditeit door het esthetische aspect, pijn, jeuk en bewegingsproblemen wanneer het hypertrofe littekenweefsel zich rond een gewricht bevindt. Er is tot op heden nog geen optimale behandeling voor hypertrofe littekens, en de onderliggende mechanismen die een rol spelen in het ontstaan van hypertrofe littekens zijn nog grotendeels onbekend. Daarnaast bestaat er nog geen makkelijke en betrouwbare manier om het ontstaan van hypertrofe littekens te kunnen voorspellen.
Interventies voor nagelpsoriasis
C.I.M. Busard
Voor topische behandeling van nagelpsoriasis bestaat de meeste kwaliteit van bewijs voor corticosteroïden, vitamine D-derivaten en retinoïden. Radio- en lasertherapie worden niet geadviseerd voor implicatie in de klinische praktijk. Bij uitgebreide afwijkingen of een grote impact op de kwaliteit van leven kan systemische behandeling overwogen worden. Zowel conventionele systemische therapie (methotrexaat en ciclosporine) als behandeling met nieuwe generatie medicijnen (small molecules en biologics) kunnen een substantiële verbetering geven. Bij een behandelkeuze is het van belang om de mogelijke neveneffecten van behandeling en de termijn van intreden van het te verwachten effect uitvoerig te bespreken met de patiënt om therapietrouw en een optimaal behandeleffect te bevorderen.
Mucocutane afwijkingen bij doelgerichte en immunotherapie
Y.S. Elshot, D. Tio, M.B. Crijns, M.W. Bekkenk
Oncodermatology is the dermatologic field aimed at the dermatologic health in cancer patients. Due to rapid developments in cancer treatment there are now over 50 described dermatologic side effects. Moreover, dermatologists will also be confronted with other dermatological problems like paraneoplastic syndromes, cutaneous metastases and graft-versus-host disease. Traditional cytostatic treatment is aimed at inhibiting cell division (mitosis) and can result in cytotoxic side effect like toxic erythema of chemotherapy, mucositis, extravasation injuries, nail disorders, and alopecia. Following the arrival of targeted therapies, and to a lesser extend immune checkpoint inhibitors, a significant amount of new mucocutaneous side-effects have been described. These new agents block the growth of cancer cells by inhibiting specific molecules involved in tumor pathogenesis pathways. The side effects of targeted therapy are the direct result of the pharmacological drug effects, as the molecular targets are also present in the mucosal and cutaneous tissues. In the case of immune checkpoint inhibitors, most are immunological side effects secondary to immune system modulation. In both types of cancer treatments, true immunological allergic reactions are rare. A multidisciplinary approach to these dermatological side effects is important as they could potentially influence the continuation of the cancer treatment, in addition to having a significant effect on the patient’s quality of life. Due to the extensive amount of side effect we have opted to presenting you with an overview, of which a selected few will be given further attention during the ‘Dermatologendagen’ of the Dutch Society of Dermatology and Venerology.
Nageltumoren
L. Plusjé
Bij tumoren van het nagelcomplex is door de aanwezigheid van de nagel de klinische presentatie anders dan soortgelijke tumoren in de huid. Tumoren, zowel benigne als maligne, kunnen aanleiding geven tot verandering van vorm en/of kleur van de nagel. In sporadische gevallen tot destructie van de nagel. Door gedegen kennis van anatomie en fysiologie van het nagelcomplex is in veel gevallen het stellen van een diagnose mogelijk. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit röntgenopname, biopsieën, echo of MRI. Enkele veelvuldig voorkomende tumoren en de therapieën hiervoor worden besproken.
Nail biopsies
E. Haneke
Histopathology is the gold standard for almost all nail diagnoses. It may require additional examinations like direct microscopy and culture in case of suspected onychomycoses, X-ray for traumatic nail changes, ultrasound and magnetic resonance imaging for special lesions like particular tumors. For the histopathological examination, the biopsy has to be taken from the correct site, contain the necessary portions of the nail apparatus to allow a diagnosis to be made, to be large enough to be processable in the lab, and be stained with relevant routine and immunohistochemical reactions. The surgeon has to be familiar with the particular anatomy of the nail unit and the way how and where nail changes develop. Nail plate biopsies, which are simple nail clippings, give a high yield of positive results in onychomycoses and often also permit the differential diagnosis of nail psoriasis as well as to rule out some other nail conditions. Nail bed lesions may be diagnosed with a punch or fusiform biopsy, the latter being performed in a longitudinal arrangement. Matrix lesions may be punched with a maximum diameter of 3 mm, biopsied with a narrow transverse fusiform or a superficial tangential biopsy. The optimal biopsy is the lateral longitudinal nail biopsy as it takes a narrow piece of all nail unit components without leaving obvious sequelae.
Preventie van voedselallergie bij kinderen met eczeem
H. de Groot, O. Benjamin-van Aalst, D.H.J. Verhoeven, T Klok
Zuigelingen met eczeem hebben een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van een voedselallergie. Ouders van deze kinderen kregen daarom vaak het advies om hoogallergene voedingsproducten te vermijden. De inzichten in de preventie van voedselallergie zijn echter 180 graden gedraaid. In plaats van het vermijden van hoogallergene voeding krijgen ouders nu adviezen om deze voeding al vanaf de leeftijd van vier maanden aan te bieden aan hun kind. Recente gerandomiseerde studies laten namelijk zien dat met het aanbieden van pinda en kippenei aan kinderen vanaf vier tot acht maanden meer dan 75% van deze allergieën kan worden voorkomen. Het onterecht vermijden van hoogallergene voeding geeft juist een verhoogd risico op de ontwikkeling van voedselallergie. Als die vroege introductie niet lukt, bijvoorbeeld door mogelijke allergische reacties op het product, kan verwezen worden naar een kinderarts met allergologische expertise.