Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Cutane bijwerkingen van immunotherapie
A.C. de Waal, A. Amir, M. van der Drift, M.M. van Rossum
Immune checkpointremmers hebben een grote verandering teweeggebracht in de oncologische zorg. Deze middelen hebben echter ook veel (cutane) bijwerkingen. Nu steeds meer vormen van kanker met deze middelen kunnen worden behandeld, zullen dermatologen vaker te maken krijgen met hun bijwerkingen. Wij presenteren een casus en geven een kort overzicht van de tot nu toe beschreven bijwerkingen en behandelmogelijkheden.
Cutaan lymfoom: het is niet altijd wat het lijkt
L. Sondermeijer, M.A. MacKenzie, J.L.M. van Houtum, M.H.A. Frunt, K.M. Hebeda, A. Amir, T.A. Kouwenhoven, R. Willemze, M.M. van Rossum
Wij presenteren twee patiënten die naar ons verwezen werden met een verdenking op een cutaan lymfoom. Bij de eerste patiënte werd op basis van de histopathologie aan een primair cutaan CD8-positief agressief epidermotroop cytotoxisch T-cellymfoom gedacht, waarbij na herbeoordeling en op basis van de clinicopathologische correlatie sprake bleek te zijn van mycosis fungoides (MF). Bij de tweede patiënt werd op basis van het klinische beeld gedacht aan een primair cutaan lymfoom, gezien de ‘cutane’ lokalisatie in de lies en de afwezigheid van systemische afwijkingen. Hierbij toonde de histopathologie een agressief systemisch lymfoom. Met deze casuïstiek willen wij benadrukken hoe belangrijk specifieke klinische en histopathologische diagnostiek bij een verdenking op een primair cutaan lymfoom is aangezien niet elk lymfoom is wat het lijkt.
Nieuwe inzichten bij klippel-trenaunaysyndroom
D. Appelen, C.J.M. van der Vleuten
Klassiek bestaat het klippel-trenaunaysyndroom uit de trias van wijnvlek, varices en hypertrofie.
Substitutie door de eerste lijn: een brug te ver Isotretinoïne als specialistische behandeling
R.J.B. Driessen
Begin september van dit jaar verscheen in Medisch Contact het artikel ‘Hardnekkige misvattingen staan substitutie in de weg’ van dermatologen Balak en Hajdarbegovic en huisarts De Vos.
Systemische therapie bij primaire hyperhidrosis
L.B.E. Kienhorst, O. Breukels, A.W. Venema, I.M.L. Majoie
Primaire hyperhidrosis komt regelmatig voor bij vooral jongvolwassenen en mensen van middelbare leeftijd en kan een grote psychosociale invloed hebben. Voor focale hyperhidrosis zijn diverse lokale therapieën beschikbaar. Bij moeilijk behandelbare focale hyperhidrosis of gegeneraliseerde hyperhidrosis kan systemische therapie een alternatief zijn. Dit betreft altijd off-labelgebruik. Beschikbaar zijn anticholinergica (oxybutynine, glycopyrronium), antihypertensiva (propranolol, clonidine, doxazosine, diltiazem) en een restgroep (clonazepam, biperideen). In dit artikel bespreken we de effectiviteit en veiligheid van deze geneesmiddelen bij de behandeling van primaire
hyperhidrosis.
Acrodermatitis chronica atrophicans ligt niet altijd voor de hand
C. Muyldermans, L. Kerkhofs, P. Poblete, H. Stals, A. Vandepitte, S. Fransis
Acrodermatitis chronica atrophicans (ACA) kan een eerste presentatie zijn van een lymeborreliose (LB), ook al behoort het tot het derde en laatste stadium van de ziekte. Patiënten herinneren zich niet altijd een tekenbeet, en het klinisch beeld wordt hierdoor vaak gemist. Ook omdat de klachten in het begin soms mild zijn, kan er vertraging ontstaan in het stellen van de diagnose en het instellen van de juiste
behandeling. [1] Aangezien deze chronische dermatose irreversibele schade kan toebrengen aan de huid, zal de diagnose ervan steeds in overweging moeten worden genomen wanneer men een niet acute paarsrode verkleuring van de acra of een lidmaat aantreft, met of zonder oedeem en/of atrofie. [1-3].
Carrousel van pigmentafwijkingen
J. Lambert
In heel wat endocrinologische en andere systemische aandoeningen komen af en toe pigmentafwijkingen voor. Het is belangrijk voor de dermatoloog de specifieke patronen te herkennen, zeker als deze pigmentafwijkingen de eerste tekenen kunnen zijn van de pathologie. Ze kunnen de weg naar de uiteindelijke diagnose vergemakkelijken.
Diffuse dermale angiomatose
L. Van Eecke, J. van der Kleij, R. Riedl
Diffuse dermale angiomatose (DDA) is een zeldzame huidaandoening die behoort tot de groep van cutane reactieve angiomatosen. DDA presenteert zich klinisch als traaggroeiende reticulaire erythemateuze tot purpurische maculae tot plaques, vaak gecompliceerd met ulceratie. Histologisch wordt een reactieve diffuse dermale proliferatie van capillaire vaatjes gezien, pathogenetisch op basis van onderliggende weefselhypoxie door verschillende mogelijke oorzaken. DDA werd voornamelijk beschreven op de ledematen bij gevorderde atherosclerose, op de voorarmen bij iatrogene arterioveneuze shunts voor hemodialyse en op de mammae bij obese, rokende, middelbare vrouwen met macromastie. We beschrijven een casus van DDA op de linkerdij bij een 68-jarige man ten gevolge van occlusie van
de infrarenale aorta en beide aa. iliacae externae.
Een man op hakken
F.H.J. Koekelkoren, K. Mponda, L. Cappuyns, J. Damman, C.L.M. van Hees
Keloïd zijn goedaardige dermale fibroproliferatieve huidafwijkingen die zowel spontaan als na trauma kunnen ontstaan. Het pathofysiologische mechanisme is nog niet geheel opgehelderd, er zijn echter wel veel mogelijke predisponerende en etiologische factoren bekend. Keloïd heeft duidelijke voorkeurslokalisaties. Plantair keloïd is zeer zeldzaam en presenteert zich anders dan op voorkeurslokalisaties. Een zeldzame casus van plantair keloïd, klinische en histologische kenmerken en behandelopties worden besproken.
Geneesmiddelenreacties aan handen en voeten
S. Segaert
De huid van handen en voeten is niet zelden betrokken bij een algemene toxicodermie en bij sommige geneesmiddelenreacties, zoals erythema multiforme, ligt het accent op de acra. Specifieke aantasting van de handen en voeten komt minder vaak voor. Vooral antikankerbehandelingen zijn hiervoor verantwoordelijk, enerzijds het hand-voetsyndroom bij klassieke chemotherapie, anderzijds de handvoethuidreactie bij gerichte antikankerbehandelingen zoals sommige multikinaseremmers (regorafenib, sorafenib, axitinib, sunitinib, pazopanib) en BRAF-remmers (vemurafenib, dabrafenib, encorafinib). Een hand-voethuidreactie manifesteert zich zeer karakteristiek met pijnlijke blaren en eelt, beperkt tot wrijf- of drukplaatsen op handen en voeten. Hand-voetsyndroom en hand-voethuidreactie verschillen duidelijk van elkaar. Zo zijn bij hand-voetsyndroom de hele handpalm en voetzool aangetast en is er doorgaans geen eelt. Beide aandoeningen treden wel op bij een aanzienlijk
deel (tot meer dan de helft) van de behandelde patiënten. Daarnaast schenken we aandacht aan anti-TNF-medicatie die palmoplantaire pustulose kan uitlokken bij een kleine minderheid van de behandelde patiënten. Een zeldzame keer kan medicatie pompholyx veroorzaken (bijvoorbeeld intraveneuze immunoglobulines) of neutrofiele dermatose van de handen (thalidomide of lenalidomide). Het purperenhandschoensyndroom ten slotte wordt soms gezien na intraveneuze toediening van fenytoïne.
Handeczeem, of toch niet?
O. Aerts
Handeczeem is een veel voorkomende reden om de dermatoloog te raadplegen en meestal is de (differentiële) diagnose eenvoudig te stellen. In dit overzicht belichten we enkele minder voor de hand liggende, doch belangrijke, differentiële diagnoses: keratolysis exfoliativa, de ziekte van Darier, dyshidrosiform bulleus pemfigoïd, palmoplantaire lichen planus, contacturticaria en proteïnecontact dermatitis, mycosis fungoides palmaris et plantaris, bazexsyndroom en aquagene syringeale acrokeratodermie.
Handlezen voor dermies
E. Vankwikelberge, E. DeCoster, E. Coussens, K. Vossaert, S. Lanssens
Een vrouw van 22 jaar raadpleegt ons vanwege overmatig zweten palmair waarbij een rimpelige huid van de handen ontstaat kort na contact met water. Klinisch is er ter hoogte van beide handpalmen een meer uitgesproken rimpeling van de huid te zien met centraal discrete witte tot huidkleurige papeltjes. Dit beeld is erg specifiek en wordt omschreven als aquagenic wrinkling of the palms (AWP). AWP is een zeldzame dermatose en wordt beschreven bij verschillende aandoeningen, waaronder focale hyperhidrose, atopische dermatitis, raynaudfenomeen, maar ook bij cystische fibrose (CF). Het herkennen van AWP is belangrijk, omdat patiënten met AWP gescreend moeten worden op dragerschap van CF.
Het beleid bij moeilijk behandelbaar handeczeem
M.L.A. Schuttelaar
Handeczeem is een veelvoorkomende ziekte.
Irma Wisgerhof en Maureen Jonker
Maureen Jonker (1972), opgeleid aan het VU medisch centrum, is momenteel dermatoloog in het Spaarne Gasthuis (voorheen Kennemer Gasthuis), locatie Haarlem.
Meer dan rimpels …
L. De Smet, L. Temmerman, S. Dekeyser
Scleromyxoedeem, ook bekend als gegeneraliseerde en sclerodermoïde lichen myxoedematosus of scleromyxoedeem van Arndt-Gottron, is een zeldzame primaire cutane mucinose gekarakteriseerd door een gegeneraliseerde, papuleuze en sclerodermoïde cutane eruptie. De aandoening wordt vaak gezien in samenhang met monoklonale gammopathie (MGUS, multipel myeloom of de ziekte van Waldenström). De diagnose is gebaseerd op de volgende clinicopathologische criteria:
• Gegeneraliseerde, papulaire en sclerodermoïde eruptie.
• Microscopische triade inclusief mucinedepositie, fibrose en fibroblastproliferatie.
• Monoclonale gammopathie.
• Afwezigheid van schildklierlijden.
Systemische verschijnselen zijn zeldzaam, maar komen wel voor, zoals proximale myopathie, neuropathie, polyartritis, aperistaltiek van de oesofagus en heesheid. We beschrijven een zeldzame casus van scleromyxoedeem, waarbij de aandoening pas na een dertigtal jaren herkend werd. Het kan belangrijk zijn geregeld nieuwe grotere weefselbiopten te onderzoeken om tot een diagnose te komen en zo tijdig eventuele comorbiditeiten op te sporen. Daarnaast beschrijven we een succesvolle behandeling met PUVA-fototherapie, waarvan in de literatuur bij scleromyxoedeem slechts enkele casereports werden gerapporteerd.
Mis de boosdoener niet!
C. De Cuyper
Een 64-jarige niertransplantatiepatiënt biedt zich aan met een klein drainerend wondje op de dorsale zijde van het tweede metacarpofalangeaal gewricht van de rechterhand. Hij vertoont ook progressieve invaliderende artritis van
beide handen. Uit een wondkweek wordt Mycobacterium chelonae geïsoleerd. Een maandenlange behandeling met clarithromycine brengt de inflammatie onder controle, niet enkel ter hoogte van het fisteltje doch ook aan de andere gewrichten van beide handen. Recidief wordt echter vastgesteld na het stopzetten van de medicatie. Transplantpatiënten hebben vaak multipele cutane manifestaties als gevolg van hun behandeling. Dit was eveneens het geval bij onze patiënt. Deze casus illustreert het belang van alert zijn voor opportunistische infecties bij patiënten onder chronische immunosuppressie.
Myxoïdcyste
B. Verhamme
Digitale myxoïdcysten zijn pseudocysten die veroorzaakt worden door osteoartritis van het distaal interfalangeaal gewricht. Er wordt dan ook meestal een communicerende pedikel teruggevonden tussen de cyste en het gewricht. Het klinisch beeld varieert naargelang de lokalisatie van de cyste. In dit artikel worden de verschillende chirurgische en niet-chirurgische behandelmogelijkheden en hun respectievelijke succesratio besproken. Chirurgie is de eerstekeusbehandeling met de grootste garantie op succes. De chirurgische techniek zoals beschreven door De Berker, wordt uitgebreid geïllustreerd.
Netwerk zorgevaluatie van start
Annefloor van Enst, Monique Andriessen
Dit voorjaar is het Landelijk Cutaan onderzoeksNetwerk opgericht, afgekort LaCuNe.
Palmoplantaire afwijkingen en pijn
C. Chandeck, S.L. Croonen, P.M.J.H. Kemperman
Hand-voet-mondziekte (HVMZ) is een acuut febriel vesiculeus exantheem en enantheem veroorzaakt door enterovirussen. In Europa is de boosdoener tot nu toe voornamelijk het coxsackievirus A16. De distributie van de huidafwijkingen, de bijkomende symptomen en de leeftijd van de patiënten verschillen tussen het serotype A12 en A6. Wij beschrijven een man van 29 jaar die besmet was met het coxsackievirus A6. Hij presenteerde zich met een uitgebreid en atypisch beeld van hand-voet-mondziekte en had daarbij veel last van pijn.
Snel progressief acuut hemorragisch oedeem van de kinderleeftijd
R. Geugjes, M.D. Sprockel
Op de SEH zagen wij een negen maanden oud alert jongetje met koorts en sinds uren bestaande gedissemineerde purpura met oedeem op beide voeten, onderbenen, armen en in het gelaat. Het kind werd opgenomen met de werkdiagnose acuut hemorragisch oedeem van de kinderleeftijd (AHOK). De volgende dag waren de purpura en het oedeem uitgebreid, ontwikkelde het kindje hoge koorts, een stridor
en kleurde meerdere tenen zwart binnen enkele minuten. Uiteindelijk bevestigde aanvullend onderzoek dat dit een ernstige klinische presentatie van AHOK was.