Irma Wisgerhof en Maureen Jonker

Terug

8 min. leestijd

Delen via:

Jaargang 2019

, volume 9

Artikel in PDF

Maureen Jonker (1972), opgeleid aan het VU medisch centrum, is momenteel dermatoloog in het Spaarne Gasthuis (voorheen Kennemer Gasthuis), locatie Haarlem. Irma Wisgerhof (1981) is opgeleid aan het Leids Universitair Medisch Centrum, promoveerde daar ook, en is sinds 2015 werkzaam bij de Mohsklinieken Dordrecht en later Amsterdam. Wat zij gemeen hebben, althans onder andere, is dat ze beiden zitting hebben in de Commissie Nascholing, sinds november 2016. Zij hebben binnen de commissie een bijzondere taak, naast hun algemene taken: voorproever zijn.

Wat is het aantrekkelijke van het werk van deze commissie?
Voor Jonker geldt: “Het leuke contact met andere collega’s en het is boeiend de inhoud van het wetenschappelijke programma van de Dermatologendagen mede te kunnen bepalen,
alsook de locaties te kiezen en de invulling van het avondprogramma. Ik vind het bovendien leuk om dingen te organiseren. En ik houd wel van een feestje!” Wisgerhof ziet het als een uitdaging “de Dermatologendagen steeds weer toegankelijk te maken voor een groot publiek, dus ook de jongere generatie. De commissie wordt, zoals veel dingen binnen de NVDV, gedomineerd door academici. Heel goed natuurlijk, want zij zijn het best op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Om de vertaalslag te maken naar de algemene kliniek is het geluid van de perifere dermatoloog echter onmisbaar, denk ik.”

Plek zoeken

“Zoveel mensen, zoveel wensen!”, aldus Wisgerhof. “We proberen het programma altijd zo afwisselend en inspirerend mogelijk te maken en houden echt rekening met de binnenkomende tips.” Jonker sluit hierbij aan: “Om met de wensen van iedereen rekening te houden, is onmogelijk, al doen we ons uiterste best. De ingevulde evaluatieformulieren vormen voor ons een prima vertrekpunt. Dus ik wil alle deelnemers vooral aanmoedigen die formulieren te blijven invullen.” Niet alles blijkt te plannen. “Dingen lopen soms anders dan de bedoeling was, waarvoor dan een oplossing moet komen. Het blijft spannend hoe bepaalde zaken uitpakken nu we ieder jaar kiezen voor een nieuwe locatie en niet langer jaarlijks naar Papendal gaan. Bijvoorbeeld dat het geluid en de temperatuurregulatie in de Westergasfabriek tijdens het congres in Amsterdam 2 jaar geleden niet helemaal optimaal was, wisten we vooraf niet. Dat kunnen redenen zijn om niet opnieuw de keuze op deze locatie te laten vallen, al vond ik het persoonlijk wel een hele mooie plek.”

Wat levert het lidmaatschap van de commissie jullie op?
Eensgezind: “Het is een leuke afwisseling op andere werkzaamheden, een prima gelegenheid nieuwe collega’s te leren kennen, het eigen netwerk te verbreden en inzicht te krijgen in wat er bij komt kijken om een congres te organiseren. De ondersteuning van het congresbureau Congress Care is daarbij van grote waarde.”

Jullie hebben een zeer specifieke functie. Jullie bezoeken de gedachte locatie van de Dermatologendagen en het restaurant waar mogelijk het diner plaatsvindt. Waar letten jullie vooral
op wat de locatie betreft?
Beiden willen zichzelf geen exclusieve rol toedichten: “De locatie van het wetenschappelijke programma bepalen we altijd met zijn allen, met de hele commissie dus. Daarbij is de ambiance belangrijk, maar ook of er voldoende ruimte is voor zo’n grote groep dermatologen en mensen van de farmaceutische industrie.” De invulling van de avond – diner en sociaal programma – is een ander verhaal, aldus Jonker: “Sinds ik in de Commissie Nascholing zit heb ik, samen met een ander lid van de commissie, het avondprogramma helpen organiseren. Vorig jaar gebeurde dit samen met Irma en ook voor de aankomende Dermatologendagen nemen Irma en ik deze taak op ons. Vorig jaar hebben we voor het eerst het beoogde diner op de feestavond voorgeproefd. Dat was eigenlijk vrij onverwachts. We gingen erheen om te kijken of de locatie geschikt was en wilden meteen een hapje eten. Toen bleek dat het congresbureau geregeld had dat we konden voorproeven. Dat leken ze in het restaurant heel normaal te vinden. Zo konden we het complete diner plus wijnarrangement voor de Dermatologendagen voorproeven. Overigens was dit voor ons de eerste keer, maar we hopen uiteraard dat we dit ook weer bij de volgende locatie kunnen en mogen doen.” Bij het bepalen van het sociale programma, vult Wisgerhof aan, “proberen we erop te letten dat het voor mensen makkelijk is. Zo kiezen we de locatie dichtbij het congrescentrum. En met kleine aanpassingen, door bijvoorbeeld de muziek al te starten bij het toetje, hopen we meer mensen te verleiden om te blijven en een dansje te wagen.”

‘Smullie’ op pad

Het bezoeken van restaurants lijkt geen straf. Waar letten jullie als ‘voorproevers’ vooral op?
“Dat is zeker geen straf en heel gezellig”, verklaren de dames. “We werden met alle egards in Utrecht ontvangen. We beoordelen de kwaliteit van de gerechten en de wijnen, waarbij we ook het beschikbare budget in ogenschouw moeten houden. Het hele palet moet toegankelijk zijn voor een groot publiek.”

Zijn jullie lekkerbekjes of fijnproevers?
Jonker bekent: “Allebei eigenlijk wel, ik kan zowel genieten van een simpele, goede hap bij een eetcafé als van tongstrelende combinaties bij een sterrenrestaurant.” Wisgerhof stelt zich bescheiden op met een kwinkslag: “Het zou natuurlijk het chicst zijn als ik mezelf een fijnproever noem, maar ik ben bang dat ik tot de lekkerbekjes behoor. Ik vind eigenlijk alles lekker. Als student had ik niet voor niets de bijnaam ‘Smullie’.” Hoewel Jonker af en toe restaurantrecensies leest, vaart ze liever op viavia tips uit haar omgeving, waar Wisgerhof sites als TripAdvisor en TheFork bekijkt waar duizenden beoordelingen te vinden zijn van ‘gewone’ eters. “Maar de beste tips krijg je toch van je omgeving”, zegt ook zij.

Wat is privé jullie favoriete keuken?
Een overduidelijk enthousiaste Wisgerhof: “Japans! Ruim tien jaar geleden mocht ik in Kyoto een voordracht houden, dus heb ik daar meteen een mooie reis aan vastgeplakt. Het eten is daar met zoveel zorg en perfectie bereid en het is allemaal even heerlijk.” Jonker is “dol op de Italiaanse keuken, met name risotto. Maar ook de Aziatische keuken kan heel lekker zijn.”

Vakliefde

Kunnen jullie andere dermatologen adviseren om actief een bijdrage te leveren in werkgroepen, commissies, Domeingroepen of bestuur? En waarom?
“Absoluut”, klinkt het resoluut. “Naast het feit dat het heel leuk is om nieuwe collega-dermatologen te leren kennen en nieuwe dingen te leren, is het ook heel belangrijk dat de actieve leden van de NVDV hun steentje bijdragen aan de vereniging. Vooral de deelname van jonge klaren is zeer welkom. Zij hebben vaak weer nieuwe en frisse ideeën.”
Was dermatologie een jeugdliefde of een latere liefde?
“Een latere liefde”, aldus Wisgerhof. “Pas tijdens mijn co-schap dermatologie in Melbourne dacht ik: ‘dit is een erg afwisselend en leuk vak’. Ik vind het mooi als je zowel de diagnostiek als de volledige behandeling begeleidt, inclusief het chirurgische deel. Ik heb eerder serieus nagedacht over gynaecologie. Maar achteraf ben ik nog steeds erg gelukkig met de keuze voor dermatologie.” Aanvankelijk dacht Jonker kinderarts te willen worden. “Ik kwam er al vrij snel achter dat dat het toch niet was. Mijn interesse in dermatologie ontstond tijdens het co-schap bij dr Neering in, toen nog, het Kennemer Gasthuis in Haarlem. Na diens pensioen kon ik zijn praktijk overnemen. Grappig hoe dingen kunnen lopen.”
Welk deelgebied heeft jullie speciale belangstelling?
Wat voor Wisgerhof het vak zo aantrekkelijk maakt, is de veelzijdigheid: “Tijdens mijn promotieonderzoek ontstond mijn interesse voor de huidoncologie. Daarin kon ik mijn
oplossingsgerichtheid en creativiteit het beste kwijt. Datzelfde geldt voor de flebologie, de belangstelling daarvoor dateert eigenlijk pas het laatste jaar van de opleiding. Met deze aandachtsgebieden ben ik heel goed op mijn plek bij Mohsklinieken.” Het aandachtsgebied van Jonker is de vulvapathologie. Het is geen toeval dat ze ook lid is van de commissie anogenitale dermatosen: “Ik ben in dit aandachtsgebied verzeild geraakt, doordat de gynaecoloog in het Kennemer Gasthuis mij destijds voorstelde om samen de vulvapoli nieuw leven in te blazen, die door mijn voorganger Neering eerder was opgericht. Mijn opleiders in de VU, Tom Stoof en Gudula Kirtschig, droegen ook bij aan mijn interesse voor dit deelgebied.

Grensverkeer

Wat zijn de kernwaarden van een dermatoloog?
Er is sprake van overeenstemming: “De kernwaarden van een dermatoloog zijn niet heel anders dan van elke dokter. Goed contact met de patiënt maken en actief luisteren is het allerbelangrijkst. Dermatologie is een visueel vak, dus goed en gestructureerd kunnen kijken en benoemen is evenzeer essentieel.”
Wat doen jullie graag in jullie vrije tijd?
Jonker houdt erg van “gezelligheid en lekker eten en drinken. Mijn vrije tijd besteed ik graag met borrelen of lekker eten – uit of thuis – met vrienden en buren. Daarnaast sport ik een tot tweemaal per week om te zorgen dat die gezelligheidskilo’s er niet al te snel aanvliegen en lees ik graag een boek.” Wisgerhof is graag letterlijk grensoverschrijdend: “Ik besteed mijn vrije tijd aan mijn gezin en met hen ga ik het liefst zo vaak mogelijk op vakantie. Daarnaast ga ik bijna wekelijks uit eten met mijn man of vriendinnen. En als er dan nog tijd over is, ren ik een rondje door het park of boek een lesje poweryoga.”
Waarvoor mogen ze jullie ’s nachts wakker maken?
Wisgerhof reageert ad rem: “Voor niets, daarom ben ik ook geen gynaecoloog geworden.” Jonker met een schaterlach: “Ha, ha, daar sluit ik me helemaal bij aan.”
Wat doen jullie als vrienden of bekenden een gek plekje op hun huid willen laten zien?
Jonker: “Dan kijk ik altijd wel even of het iets is wat verdere aandacht behoeft en of ik een advies kan geven. Het begrip ‘bekenden’ is overigens een rekbaar begrip. Ik heb al een paar keer meegemaakt dat collega’s van mijn man dermatologisch advies kwamen inwinnen, dat vind ik eigenlijk een beetje te ver gaan. “Ik weet inmiddels niet anders”, aldus Wisgerhof, “en iedereen krijgt een advies. Ik heb het ook wel eens andersom; dat ik bij iemand een tumor zie en diegene dan actief benader daarmee even langs de huisarts te gaan. Of dat ik me echt moet inhouden als ik een puber zie met een enorme acne of een kind met onbehandeld eczeem.”
Hebben jullie enig idee hoe het komt dat het algemeen publiek maar ook beleidsmakers in de zorg de impact van een huidaandoening nog vaak onderschatten? Wat kunnen we daaraan doen?
Er is wel enig begrip voor: “Misschien maakt het feit dat dermatologische aandoeningen zelden levensbedreigend zijn, er meestal weinig ingewikkelde onderzoeken nodig zijn en vaak met simpele middelen te behandelen zijn dat de impact van huidaandoeningen vaak wordt onderschat. Meer aandacht hieraan besteden in de media kan misschien helpen. Als iets publiekelijk meer bekendheid krijgt, landt het wellicht ook beter in Den Haag.” Wisgerhof bepleit daarom meer te kijken naar het effect van behandeling op de kwaliteit van leven en de gevolgen van huidaandoeningen op economisch vlak: “Meten is weten, dus gedegen onderzoek naar deze parameters zou uiteindelijk moeten helpen.”