Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
BioCAPTURE: real world evidence en de huidige behandeling van patiënten met psoriasis
J.M.P.A. van den Reek, E.M.G.J. de Jong
Het behandelarsenaal voor patiënten met psoriasis is uitgebreid met biologics en kleinemolecuulremmers (smallmolecule inhibitors [smi]). BioCAPTURE is een samenwerking van dermatologen waarbij ervaringen van artsen en patiënten worden verzameld over effectiviteit, veiligheid, patiëntgerapporteerde uitkomsten, drug survival en kosteneffectiviteit. Opbrengsten van dit Real World Evidence (RWE) zijn kennis over (kosten)effectiviteit, medicatiegebruik en veiligheid in de dagelijkse praktijk, inzicht in de mening van patiënten en het vinden van voorspellers voor therapiesucces dan wel falen zoals BMI, geslacht en artritis psoriatica. Voorspellers voor succes van behandeling worden gevonden door koppelen van patiëntkarakteristieken, genetische en immunologische biomarkers aan RWE-data uit registers. Onderzoek naar dosisverlaging en therapeutic drug monitoring kunnen bij uitstek plaatsvinden in een RWE-netwerk. Met RWE wordt de dermatoloog in staat gesteld de beste keuzes te maken voor de patiënt in de praktijk. In dit artikel worden de huidige inzichten samengevat die voortkomen uit BioCAPTURE en andere RWEbronnen met betrekking tot biologics voor psoriasis.
Tien jaar ChildCAPTURE: wat heeft het verzamelen van data opgeleverd?
I.M.G.J. Bronckers, M.M.B. Seyger
Dankzij de verwijzingen van collega-dermatologen uit het hele land werden de klinische data van meer dan 500 kinderen met psoriasis in het ChildCAPTURE-register verzameld. Deze data hebben aangetoond dat psoriasis de kwaliteit van leven (KvL) van kinderen met psoriasis vermindert, met name door klachten van jeuk en de last die kinderen door de behandeling zelf ervaren. Het behandelen van psoriasis verbetert de KvL, zeker wanneer gestreefd wordt naar een maximale PASI-verbetering en indien systemische behandelingen worden ingezet. Methotrexaat (MTX) is een veilige en effectieve behandeling voor kinderen met psoriasis. De biologics zijn effectiever en laten een betere drug survival zien. Kinderen met nagel- of scalppsoriasis hebben vaak een ernstigere psoriasis. De aanwezigheid van nagelpsoriasis lijkt zelfs een voorspeller te zijn voor een ernstiger beloop in de toekomst.
De dermatoloog aan het roer bij ernstige hidradenitis suppurativa als multisysteemziekte
R.J.H. Richters, J.G.M. Logger, R.J.B. Driessen
Op de polikliniek Dermatologie werd een 57-jarige patiënte met een ernstige genitale hidradenitis suppurativa (HS) gezien. Vanwege koorts, algehele malaise en een ernstige anemie werd zij opgenomen op de afdeling Interne Geneeskunde. Pas na uitgebreid internistisch onderzoek naar de oorzaak van de anemie, waarbij HS niet in de differentiële diagnose voorkwam, werd de dermatoloog opnieuw in consult gevraagd. Een behandeling met infliximab werd gestart, waarop het huidbeeld en de conditie van de patiënt sterk verbeterden. De casus illustreert de rol van de dermatoloog in de herkenning van complicaties van HS, zoals ernstige anemie. De dermatoloog is aan zet om bij multidisciplinaire problematiek specialisten te wijzen op de ernst van HS en de therapeutische opties, die verder reiken dan een zalfje. TNF-blokker adalimumab is als enige geregistreerd voor de behandeling van HS; in geval van therapiefalen of contra-indicaties voor adalimumab is infliximab een goed alternatief.
De wolf breidt zijn leefgebied uit - Een ongewone juveniele cutane lupus erythematosus
A.G.M. Hendriks, E.J.H. Schatorjé, A. Amir, E.P.A.H. Hoppenreijs, M.M.B. Seyger
Wij presenteren een casus van een ongewone manifestatie van juveniele cutane LE en illustreren dat classificatie van cutane LE soms moeilijk is. Naast klinische kenmerken, kan ook histologie behulpzaam zijn bij de juiste indeling. Classificatie van cutane LE is van prognostische waarde in verband met de kans op het ontwikkelen van systeemziekte en wordt gebruikt bij het stellen van de diagnose SLE volgens de SLICC-criteria. Bij kinderen kan cutane LE zich aspecifieker presenteren dan op de volwassen leeftijd, en gaat veel vaker over in SLE dan bij volwassenen.
Eosinofiele fasciitis en intraveneuze toediening methotrexaat
L.M. Voeten, J.S. Mertens, R.M. Thurlings, E.M.G.J. de Jong
Eosinofiele fasciitis (EF) is een zeldzame aandoening die zich kenmerkt door subacuut erytheem, oedeem en induratie van de huid van ledematen en romp, eosinofilie in het bloed en histologisch fasciitis met eosinofielen in het infiltraat. Geleidelijk ontwikkelt zich sclerosering van huid en fascie, wat tot verscheidene complicaties kan leiden. Een huid-spier-fasciebiopt is nog altijd de gouden standaard voor het stellen van de diagnose. Steeds vaker wordt gekozen voor een MRI-scan als vervangend niet-invasief diagnosticum bij een typische klinische presentatie of als een aanvullend diagnosticum bij atypische presentaties. Daarnaast kunnen in het laboratoriumonderzoek perifere eosinofilie en verhoogde inflammatiemarkers gezien worden. Er dient screening op een onderliggende maligniteit plaats te vinden met inachtneming van het risicoprofiel van de patiënt. De eerstelijnsbehandeling bestaat uit een hoge dosering systemische corticosteroïden gecombineerd met methotrexaat. Bij patiënten bij wie de conventionele therapie niet aanslaat, is een hoge dosering intraveneus methotrexaat een veilige en effectieve behandeloptie.
Glomustumoren: je gaat ze pas zien als je het door hebt
J.C.J. Hellenbrand-Hendriks, M.C. Pasch
Glomustumoren zijn zeldzame, benigne, vasculaire tumoren die voornamelijk voorkomen in de subunguale regio. De klinische presentatie bestaat uit een typische trias van paroxismale pijn, pinpointgevoeligheid en koude-intolerantie. Op de nagel kan enkel een kleine, blauwe tot paarsrode macula zichtbaar zijn, maar ook kan de nagel een duidelijke zwelling of scheur laten zien. Veelal kan de diagnose op het klinische beeld gesteld worden, maar aanvullend onderzoek, zoals een MRI met gadolinium-contrastmiddel kan de diagnose zo nodig bevestigen. Radicale excisie met de transunguale benadering is een effectieve behandeling met minimale kans op recidief en minimaal risico op postoperatieve complicaties, zoals nageldystrofie. Na excisie zijn vrijwel altijd de pijnklachten verdwenen.
Kwetsbaarheid bij patiënten binnen de geriatrische dermato-oncologie
M.E.C. van Winden, M.E. Hamaker, S.F.K. Lubeek
Het kan soms een uitdaging zijn om oudere patiënten met huidkanker optimaal te behandelen vanwege het risico op onder- en overbehandeling. In behandelafwegingen dienen zowel tumor- als patiëntkarakteristieken meegenomen te worden, waaronder kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid is een gezondheidstoestand waarin door afname van de functionele reservecapaciteit van het lichaam kleine stressoren tot een disproportionele algehele achteruitgang kunnen leiden. Verschillende factoren spelen hierbij mee, waaronder comorbiditeit, functionele status en cognitie. In andere medische vakgebieden is kwetsbaarheid geassocieerd met complicaties, hospitalisatie en overlijden. Kwetsbaarheid kan in kaart gebracht worden door een systematisch geriatrisch onderzoek (comprehensive geriatric assessment), maar er zijn ook diverse screeningsinstrumenten beschikbaar, waarbij door middel van een eenvoudige vragenlijst het risico op kwetsbaarheid geëvalueerd wordt. Een screeningsinstrument zoals de Geriatric-8 (G8) zou binnen de dermato-oncologie mogelijk kunnen helpen om patiënten te identificeren die baat hebben bij uitgebreidere geriatrische onderzoeken, extra voor- of nazorg rondom dermatologische therapieën of zelfs afzien van behandeling.
Niet alles is wat het lijkt binnen de geriatrische dermato-oncologie
M.A.M. Kerkhof, M.E.C. van Winden, W. van Aalst, A. Amir, B.A.W. Hoeben, S.F.K. Lubeek
Een 82-jarige vrouw presenteerde zich met een recidief basaalcelcarcinoom frontotemporaal. Na behandeling met radiotherapie trad na een jaar opnieuw een recidief op met schedeldoorgroei. Diverse behandelingen werden overwogen, echter patiënte werd initieel door zichzelf en behandelaars (te) kwetsbaar geacht om uitgebreide neurochirurgische trepanatie te ondergaan. Na verdere progressie werd gekozen voor behandeling door middel van vismodegib, herbestraling en uiteindelijk alsnog chirurgie. In deze casus illustreren wij de relativiteit van het begrip kwetsbaarheid. Uniforme en gestandaardiseerde identificatie van kwetsbaarheid zou kunnen helpen bij het maken van complexe behandelafwegingen en mogelijk kunnen bijdragen aan zowel het voorkomen van onder- als overbehandeling alsmede het risico op complicaties en mortaliteit beter in te schatten. Er is dan ook behoefte aan een concrete en gevalideerde meetmethode voor de identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen met huidkanker en meer onderzoek naar de klinische consequenties hiervan binnen de dermatooncologie.
Cutane bijwerkingen van immunotherapie
A.C. de Waal, A. Amir, M. van der Drift, M.M. van Rossum
Immune checkpointremmers hebben een grote verandering teweeggebracht in de oncologische zorg. Deze middelen hebben echter ook veel (cutane) bijwerkingen. Nu steeds meer vormen van kanker met deze middelen kunnen worden behandeld, zullen dermatologen vaker te maken krijgen met hun bijwerkingen. Wij presenteren een casus en geven een kort overzicht van de tot nu toe beschreven bijwerkingen en behandelmogelijkheden.
Cutaan lymfoom: het is niet altijd wat het lijkt
L. Sondermeijer, M.A. MacKenzie, J.L.M. van Houtum, M.H.A. Frunt, K.M. Hebeda, A. Amir, T.A. Kouwenhoven, R. Willemze, M.M. van Rossum
Wij presenteren twee patiënten die naar ons verwezen werden met een verdenking op een cutaan lymfoom. Bij de eerste patiënte werd op basis van de histopathologie aan een primair cutaan CD8-positief agressief epidermotroop cytotoxisch T-cellymfoom gedacht, waarbij na herbeoordeling en op basis van de clinicopathologische correlatie sprake bleek te zijn van mycosis fungoides (MF). Bij de tweede patiënt werd op basis van het klinische beeld gedacht aan een primair cutaan lymfoom, gezien de ‘cutane’ lokalisatie in de lies en de afwezigheid van systemische afwijkingen. Hierbij toonde de histopathologie een agressief systemisch lymfoom. Met deze casuïstiek willen wij benadrukken hoe belangrijk specifieke klinische en histopathologische diagnostiek bij een verdenking op een primair cutaan lymfoom is aangezien niet elk lymfoom is wat het lijkt.
Nieuwe inzichten bij klippel-trenaunaysyndroom
D. Appelen, C.J.M. van der Vleuten
Artikel in PDF Klassiek bestaat het klippel-trenaunaysyndroom uit de trias van wijnvlek, varices en hypertrofie.…
Substitutie door de eerste lijn: een brug te ver Isotretinoïne als specialistische behandeling
R.J.B. Driessen
Artikel in PDF Begin september van dit jaar verscheen in Medisch Contact het artikel ‘Hardnekkige…
Systemische therapie bij primaire hyperhidrosis
L.B.E. Kienhorst, O. Breukels, A.W. Venema, I.M.L. Majoie
Primaire hyperhidrosis komt regelmatig voor bij vooral jongvolwassenen en mensen van middelbare leeftijd en kan een grote psychosociale invloed hebben. Voor focale hyperhidrosis zijn diverse lokale therapieën beschikbaar. Bij moeilijk behandelbare focale hyperhidrosis of gegeneraliseerde hyperhidrosis kan systemische therapie een alternatief zijn. Dit betreft altijd off-labelgebruik. Beschikbaar zijn anticholinergica (oxybutynine, glycopyrronium), antihypertensiva (propranolol, clonidine, doxazosine, diltiazem) en een restgroep (clonazepam, biperideen). In dit artikel bespreken we de effectiviteit en veiligheid van deze geneesmiddelen bij de behandeling van primaire
hyperhidrosis.
Acrodermatitis chronica atrophicans ligt niet altijd voor de hand
C. Muyldermans, L. Kerkhofs, P. Poblete, H. Stals, A. Vandepitte, S. Fransis
Acrodermatitis chronica atrophicans (ACA) kan een eerste presentatie zijn van een lymeborreliose (LB), ook al behoort het tot het derde en laatste stadium van de ziekte. Patiënten herinneren zich niet altijd een tekenbeet, en het klinisch beeld wordt hierdoor vaak gemist. Ook omdat de klachten in het begin soms mild zijn, kan er vertraging ontstaan in het stellen van de diagnose en het instellen van de juiste
behandeling. [1] Aangezien deze chronische dermatose irreversibele schade kan toebrengen aan de huid, zal de diagnose ervan steeds in overweging moeten worden genomen wanneer men een niet acute paarsrode verkleuring van de acra of een lidmaat aantreft, met of zonder oedeem en/of atrofie. [1-3].
Carrousel van pigmentafwijkingen
J. Lambert
In heel wat endocrinologische en andere systemische aandoeningen komen af en toe pigmentafwijkingen voor. Het is belangrijk voor de dermatoloog de specifieke patronen te herkennen, zeker als deze pigmentafwijkingen de eerste tekenen kunnen zijn van de pathologie. Ze kunnen de weg naar de uiteindelijke diagnose vergemakkelijken.
Diffuse dermale angiomatose
L. Van Eecke, J. van der Kleij, R. Riedl
Diffuse dermale angiomatose (DDA) is een zeldzame huidaandoening die behoort tot de groep van cutane reactieve angiomatosen. DDA presenteert zich klinisch als traaggroeiende reticulaire erythemateuze tot purpurische maculae tot plaques, vaak gecompliceerd met ulceratie. Histologisch wordt een reactieve diffuse dermale proliferatie van capillaire vaatjes gezien, pathogenetisch op basis van onderliggende weefselhypoxie door verschillende mogelijke oorzaken. DDA werd voornamelijk beschreven op de ledematen bij gevorderde atherosclerose, op de voorarmen bij iatrogene arterioveneuze shunts voor hemodialyse en op de mammae bij obese, rokende, middelbare vrouwen met macromastie. We beschrijven een casus van DDA op de linkerdij bij een 68-jarige man ten gevolge van occlusie van
de infrarenale aorta en beide aa. iliacae externae.
Een man op hakken
F.H.J. Koekelkoren, K. Mponda, L. Cappuyns, J. Damman, C.L.M. van Hees
Keloïd zijn goedaardige dermale fibroproliferatieve huidafwijkingen die zowel spontaan als na trauma kunnen ontstaan. Het pathofysiologische mechanisme is nog niet geheel opgehelderd, er zijn echter wel veel mogelijke predisponerende en etiologische factoren bekend. Keloïd heeft duidelijke voorkeurslokalisaties. Plantair keloïd is zeer zeldzaam en presenteert zich anders dan op voorkeurslokalisaties. Een zeldzame casus van plantair keloïd, klinische en histologische kenmerken en behandelopties worden besproken.
Geneesmiddelenreacties aan handen en voeten
S. Segaert
De huid van handen en voeten is niet zelden betrokken bij een algemene toxicodermie en bij sommige geneesmiddelenreacties, zoals erythema multiforme, ligt het accent op de acra. Specifieke aantasting van de handen en voeten komt minder vaak voor. Vooral antikankerbehandelingen zijn hiervoor verantwoordelijk, enerzijds het hand-voetsyndroom bij klassieke chemotherapie, anderzijds de handvoethuidreactie bij gerichte antikankerbehandelingen zoals sommige multikinaseremmers (regorafenib, sorafenib, axitinib, sunitinib, pazopanib) en BRAF-remmers (vemurafenib, dabrafenib, encorafinib). Een hand-voethuidreactie manifesteert zich zeer karakteristiek met pijnlijke blaren en eelt, beperkt tot wrijf- of drukplaatsen op handen en voeten. Hand-voetsyndroom en hand-voethuidreactie verschillen duidelijk van elkaar. Zo zijn bij hand-voetsyndroom de hele handpalm en voetzool aangetast en is er doorgaans geen eelt. Beide aandoeningen treden wel op bij een aanzienlijk
deel (tot meer dan de helft) van de behandelde patiënten. Daarnaast schenken we aandacht aan anti-TNF-medicatie die palmoplantaire pustulose kan uitlokken bij een kleine minderheid van de behandelde patiënten. Een zeldzame keer kan medicatie pompholyx veroorzaken (bijvoorbeeld intraveneuze immunoglobulines) of neutrofiele dermatose van de handen (thalidomide of lenalidomide). Het purperenhandschoensyndroom ten slotte wordt soms gezien na intraveneuze toediening van fenytoïne.
Handeczeem, of toch niet?
O. Aerts
Handeczeem is een veel voorkomende reden om de dermatoloog te raadplegen en meestal is de (differentiële) diagnose eenvoudig te stellen. In dit overzicht belichten we enkele minder voor de hand liggende, doch belangrijke, differentiële diagnoses: keratolysis exfoliativa, de ziekte van Darier, dyshidrosiform bulleus pemfigoïd, palmoplantaire lichen planus, contacturticaria en proteïnecontact dermatitis, mycosis fungoides palmaris et plantaris, bazexsyndroom en aquagene syringeale acrokeratodermie.
Handlezen voor dermies
E. Vankwikelberge, E. DeCoster, E. Coussens, K. Vossaert, S. Lanssens
Een vrouw van 22 jaar raadpleegt ons vanwege overmatig zweten palmair waarbij een rimpelige huid van de handen ontstaat kort na contact met water. Klinisch is er ter hoogte van beide handpalmen een meer uitgesproken rimpeling van de huid te zien met centraal discrete witte tot huidkleurige papeltjes. Dit beeld is erg specifiek en wordt omschreven als aquagenic wrinkling of the palms (AWP). AWP is een zeldzame dermatose en wordt beschreven bij verschillende aandoeningen, waaronder focale hyperhidrose, atopische dermatitis, raynaudfenomeen, maar ook bij cystische fibrose (CF). Het herkennen van AWP is belangrijk, omdat patiënten met AWP gescreend moeten worden op dragerschap van CF.