Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Histiocytoïde variant van het syndroom van Sweet
E. van Dalen, I. Kruithof
Deze drie casus laten zien dat huidafwijkingen van het syndroom van Sweet histopathologisch een huidinfiltraat kunnen tonen bestaande uit op histiocyten lijkende mononucleaire cellen, terwijl immunohistochemische kleuringen bewijzen dat het immature neutrofiele granulocyten zijn. Mogelijk ontstaan deze afwijkingen door het vroeg vrijkomen van immature myeloïde cellen uit beenmerg in een vroege fase van de aandoening. De aandoening, histiocytoïde variant van Sweet genoemd, heeft een benigne beloop en reageert goed op behandeling door lokale- of systemische corticosteroïden, NSAIDs en Dapson.
Is het gehalte ferritine afwijkend bij patiënten met chronisch telogeen effluvium?
M. Boot-Bloemen, E. Brand, V. Sigurdsson
Artikel in PDF Vraag Is het gehalte serumferritine in patiënten met chronisch telogeen effluvium afwijkend?…
Likdoorns in de kunst
J.Toonstra, M.B.Crijns
Artikel in PDF Het verbinden van oncomfortabele damesmode met pijnlijke medische aandoeningen kan men terugvinden…
Medische hypnose bij dermatochirurgie
A. Navadeh
Medische hypnose in combinatie met lokale anesthesie is een efficiënte methode in dermatochirurgische behandelingen. Deze methode kan met succes toegepast worden voor een effectieve lokale anesthesie en vermindering van de angst van patiënten tijdens de operatieve procedures. Niet allen patiënten hebben profijt van de opmerkelijke voordelen van medische hypnose, maar ook hun behandelende artsen kunnen met meer comfort de chirurgische ingrepen uitvoeren.
Melanomen op zeldzame locaties: mucosale melanoom tong en neusseptum
M.B. Maessen-Visch, Th.J.M. Hoppenreijs, H. Bouman
Mucosale melanomen zijn relatief zeldzaam. We beschrijven twee patiënten met een mucosaal melanoom, één patiënt met een melanoom op de tong en één patiente met een melanoom op het neusseptum. Mucosale melanomen worden vaak relatief laat gediagnostiseerd en hebben een agressiever verloop dan cutane melanomen. De prognose is in het algemeen slecht. In dit artikel worden de verschillen tussen cutane en mucosale melanomen besproken. Vroegdiagnostiek van mucosale melanomen blijft vooralsnog een cruciale prognostische factor.
Neonatale zuigblaren
T. van Meurs, A.C.A Devillers
Artikel in PDF Wij zagen een aterme pasgeboren jongen met lineaire blaren op beide onderarmen…
Plaveiselcelcarcinoom bij lineaire porokeratose
M.F.C.L. Go, W. den Hartog, L.V. Khoe
Er zijn vijf klinische varianten porokeratose, de precieze pathogenese hiervan is nog niet bekend. De lineaire variant heeft de hoogste kans om zich te ontwikkelen tot een maligniteit. We presenteren u een casus met lineaire porokeratose waarbij zich een plaveiselcelcarcinoom en morbus Bowen hebben ontwikkeld. We raden dan ook aan om regelmatige controle bij porokeratose te verrichten om een maligniteit in een vroeg stadium te signaleren.
Pleiomorf dermaal sarcoom; een oncologische zeldzaamheid
M.R. de Groot, H.M.H. Hazelbag, L.E. Vos
Sinds 2013 wordt er onderscheid gemaakt tussen het atypisch fibroxanthoom (AFX) en het pleiomorf dermaal sarcoom (PDS).1 Het AFX is een cutaan mesenchymaal neoplasma dat zich beperkt tot de dermis. Door middel van immunohistochemische markers moeten onder andere een plaveiselcelcarcinoom, melanoom, cutane gladde spierceltumor en PDS worden uitgesloten. Het PDS onderscheidt zich van het AFX door uitbreiding in de subcutis, tumornecrose en/of lymfovasculaire of perineurale infiltratie. Onderscheid is belangrijk om de prognose te bepalen.2
Schimmelnagels bij een pasgeborene… Vergeet de placenta niet!
M.P.Smit, J.J.Sol
Bij een acht weken oude, prematuur geboren neonaat was sprake van onychomycose van de nagels van de vingers. Het is van klinisch belang om een neonatale candidiasis van een congenitale candidiasis te onderscheiden. Placentaonderzoek is hiervoor noodzakelijk. Congenitale candidiasis is potentieel levensbedreigend en is geassocieerd met prematuriteit.
Wetenschappelijke vergadering Vrijdag 27 januari 2017
Artikel in PDF Beste collega’s De afdeling Huidziekten van het Leids Universitair Medisch Centrum heet…
Zeldzame cutane manifestatie van een actuele aandoening in Nederland
E.B.M. Kroft, J.M.M. Roorda-van der Vegt
Een 68-jarige Nederlandse man bezocht de poli Dermatologie in verband met een groot pijnlijk ulcus perianaal. Huidbiopt werd ingestuurd en diagnostiek werd tevens aangevraagd op mycobacteriën. Kleuringen
lieten zuurvaste staven zien. De PCR M. tuberculosiscomplex was positief. Longfoto liet afwijkingen zien passend bij pulmonale TBC, waarop door middel van een bronchoscopie open pulmonale TBC werd geconstateerd. Hierbij waren kweken positief, waardoor een gevoeligheidsspectrum kan worden bepaald en adequate behandeling kan volgen. Een cutane manifestatie van een TBC is zeldzaam.
Antibioticaprofylaxe bij huidchirurgie
A. Van Laethem
Antimicrobiële profylaxe in de dermatologische chirurgie is vooral gericht op het vermijden van een hematogene infectie (infectieuze endocarditis, infectie van een totale gewrichtsprothese) en van een gelokaliseerde postoperatieve infectie bij patiënten met een slechtere prognose bij optreden van deze complicaties. Wat betreft infectieuze endocarditis werd deze risicopopulatie recent geherdefinieerd en van daaruit werden ook de dermatologische indicaties beter omschreven. Verschillende factoren: patiëntgebonden factoren, het type en de lokalisatie (contaminatiegraad huid ) van de ingreep, bepalen het postoperatief infectierisico bij een cutane ingreep. Door het ontbreken van goed onderbouwde studies blijft het echter moeilijk om gestandaardiseerde criteria te formuleren voor profylaxe van wondinfecties na cutane procedures en blijft dit tot op heden veelal gebaseerd op de individuele beslissing van de dermatologisch chirurg. Hoewel diverse schema’s worden beschreven, is er meer en meer consensus over het feit dat een profylactisch antibioticum bij voorkeur gestart wordt in het uur voor de ingreep en op het laatst twee uur na start van de ingreep wordt toegediend. Ten slotte zal de toename van resistente huidbacteriën zoals MRSA niet alleen nopen tot zuiniger omspringen met het voorschrijven van antibiotica, maar zal toekomstig onderzoek moeten uitwijzen of andere maatregelen zoals eradicatie een vaste plaats innemen in de richtlijnen voor profylaxe bij dermatologische chirurgie.
Belangenverstrengeling als open wond
Vigfús Sigurdsson
Artikel in PDF Mijn ochtendritueel op zaterdag is altijd hetzelfde. Ik pak de Volkskrant en…
Cutane difterie
N. Cosgun, R.L.P. Lijnen
Cutane difterie is een heersende ziekte in de tropen die wordt veroorzaakt door C. diphtheriae. Behalve in de huid kan de bacterie zich ook manifesteren in de bovenste luchtwegen of als een asymptomatische dragerschap. C. diphtheriae heeft zowel toxigene als niet-toxigene stammen. De toxigene stammen kunnen difterietoxinen (DT) produceren. Het klinisch beeld van een cutane difterie is meestal een ulcus met een opgeheven rand en grijs beslag met als voorkeurlocatie de onderbenen, voeten en handen. De klinische symptomen bij een infectie van de bovenste luchtwegen zijn malaise, keelpijn, cervicale lymfadenopathie en (laaggradig) koorts. Opname van DT in de bloedbaan kan tot systemische effecten als myocarditis en polyneuropathie leiden. De diagnose wordt vaak op het klinisch beeld gesteld en kan bevestigd worden door een wondkweek of huidbiopt op selctieve kweekmedia in te zetten. Daarbij is het belangrijk om de toxigeniciteit van de stammen aan te tonen met behulp van PCR en de Elek-test. De voorkeur van behandeling gaat uit naar een veertiendaagse kuur met erytromycineof penicilline. Bij een infectie met een toxigene stam én systemische verschijnselen moet er eenmalig intraveneus antitoxinen worden toegediend. Vaccinatie is de belangrijkste preventie om de ernstige gevolgen van een infectie met een toxigene stam te voorkomen.
Dermatomycose
A.P.M. Lavrijsen
Dermatomycosen zijn oppervlakkige schimmelinfecties van de huid, haren, nagels en de aangrenzende slijmvliezen en komen wereldwijd veel voor. Ze worden veroorzaakt door dermatofyten, gisten en non-dermatofyten (NDMs). Momenteel vinden veranderingen plaats in de indeling en naamgeving van schimmels, wat zijn effect heeft op de klinische mycologie. Bij de pathogenese en de klinische presentatie van dermatomycosen spelen zowel factoren van de schimmel, omgevingsfactoren als gastheerfactoren een rol. Bijvoorbeeld in het geval van een infectie met een zoöfiele dermatofyt is er meer inflammatie van de huid. Recent onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde individuen die gevoeliger zijn voor specifieke dermatomycosen genetische afwijkingen van het immuunsysteem hebben. Het gaat hierbij om afwijkingen van zowel het aangeboren als het verworven immuunsysteem. Malassezia globosa is de meest geïdentificeerde verwekker van pityriasis versicolor. De etiologische rol van Malassezia-gisten is hierbij onbetwistbaar. Bij andere geassocieerde huidafwijkingen is de pathogene rol van Malassezia-gisten onbeslist. Rond de 10% van de onychomycose wordt veroorzaakt door NDMs. Het is lastig om aan te tonen of er sprake is van een contaminatie of een infectie van een nagel met een NDM. Om de diagnose te kunnen stellen kunnen goed gedefinieerde criteria hulp bieden. Conventionele diagnostiek is ondanks nieuwe inzichten en moleculair diagnostische technieken nog steeds onmisbaar voor de klinische mycologie. Het is essentieel dat het te onderzoeken materiaal goed wordt afgenomen en als er een verdenking op een dermatofytose is moet het materiaal dat wordt onderzocht keratine bevatten.
Ectoparasitosis
O. Chosidow
Artikel in PDF The agenda will cover : • General considerations on parasitology • Details…
Een bijzondere presentatie van een sub variant van het syndroom van Sweet: neutrofiele dermatose van de handruggen
T. Nguyen, H. van der Valk, M.C.G. van Praag
Neutrofiele dermatose van de dorsale handen is een lokale variant van het syndroom van Sweet. Het werd voor het eerst in 1995 beschreven en is een zeldzame aandoening; tot op heden zijn er minder dan 100 casereports beschreven. Wij presenteren een 20-jarige vrouw met een blanco voorgeschiedenis met acuut ontstane pijnlijke rood/paarse zwellingen van de handruggen. Zij had ook last van artralgieën en toenemende moeheid. Uitgebreid aanvullend bloedonderzoek inclusief immunologisch en virologisch onderzoek toonde geen afwijkingen. Huidbiopt toonde een neutrofiele dermatose zonder vasculitis. Een variant van het Sweet-syndroom kan dan worden overwogen. Patiënte werd bij een eerdere episode effectief behandeld met prednison 1dd 10 mg gedurende 10 dagen. Bij een tweede episode werd zij behandeld met depo-medrolinjectie 120 mg intramusculair. Vroegtijdige erkenning van neutrofiele dermatose is belangrijk voor de juiste therapiekeuze. Men moet bedacht zijn dat deze entiteit gepaard kan gaan met een maligniteit, vooral van hematologische origine. In het geval van onze casus werd geen onderliggende aandoening gevonden en werd dit geduid als de idiopathische variant van een neutrofiele dermatose van de handruggen.
Een merkwaardige wond!
L. Vanderdonckt, L. Temmerman, J. Dierck, E. Heireman
Casus betreft een 23-jarige jongeman met een uitbreidend ulcus ter hoogte van de rechterwijsvinger na terugkomst uit Ecuador. Een biopt voor routinehistologie alsook leishmaniasisserologie waren respectievelijk aspecifiek en negatief. PCR was wel positief voor leishmaniasis en toonde een Leishmania guyanensis. Leishmania-infecties worden onderverdeeld in viscerale, cutane en mucocutane leishmaniasis. Leishmania guyanensis behoort tot de (mucocutane) vorm en kent ook lymfogene verspreiding. Om tot de diagnose van leishmaniasis te komen, is kennis van het klinisch beeld essentieel. Microscopisch onderzoek laat soms toe de diagnose te bevestigen, maar kan geen onderscheid maken in leishmania-type. De sensitiviteit van serologisch onderzoek voor (muco)cutane leishmaniasis is laag. Het wordt aanbevolen een PCRdetectie te laten verrichten, enerzijds om met de hoge sensitiviteit van de test de diagnose te bevestigen, maar anderzijds ook om een species-directed behandeling van leishmaniasis te kunnen bieden. De verschillende Leishmania-types variëren namelijk in gevoeligheid voor de beschikbare behandelingen. Tot op heden zijn er onvoldoende placebogecontroleerde trials en berusten de meeste aanbevelingen op observationele studies. De eerstekeuzebehandeling voor Leishmania guyanensis is pentamidine. De evidentie hiervoor is gebaseerd op 5 observationele studies met een totaal van 745 patiënten.
Een onverwachte oorzaak van purpura fulminans
S. Bracke, I. Chevolet, E. Verhaeghe, D. Vogelaers, S. De Schepper, H. Beele
Casus betreffende een 53-jarige man met septicemie en ontstaan van purpura fulminans op basis van een diffuse intravasculaire coagulopathie (DIC). Ruim twee weken na opname was in bloedkweken determinatie van
Capnocytophagha canimorsus mogelijk. C. canimorsus is een zeldzame gramnegatieve, staafvormige bacterie die zich als commensaal bevindt in de mond van honden en katten. Zoönosen veroorzaakt door C. canimorsus ontstaan vaak na bijt- of krabincidenten en kunnen levensbedreigende infecties veroorzaken bij mensen. Een accurate, snelle diagnose en correcte behandeling zijn bijgevolg essentieel voor de overleving van de patiënt. De diagnostiek van C. canimorsus wordt echter bemoeilijkt doordat C. canimorsus traag groeit op kweekbodems. Daarnaast wordt contact met dieren niet altijd vermeld tijdens de anamnese waardoor het stellen van de diagnose van C. canimorsus-infectie uitdagend kan zijn voor de clinicus.
Frequent bacterial skin and soft tissue infections: diagnostic signs and treatment
C. Sunderkötter
Artikel in PDF Skin and soft tissue infections rank among the most frequent infections worldwide.…