Ureum uit het basispakket

Terug

3 min. leestijd

Delen via:

Bert Oosting

Jaargang 2016

, volume 11

Allergie - eczeem

Artikel in PDF

Er wordt veel geknaagd aan het basispakket. Begrijpelijk, want de kosten in de gezondheidszorg nemen elk jaar toe. Dus als we met elkaar afspreken als BV Nederland dat we niet meer dan een x-percentage van het BPP (het bruto binnenlands product) aan zorg besteden, moeten we consequent zijn en ook bereid zijn de zorg te schrappen die we niet meer zinvol vinden.

U merkt, ik schrijf ‘we’. Ik had ook kunnen schrijven ‘de regering’. Ik schrijf we om aan te geven dat wij ons als beroepsgroep mede verantwoordelijk voelen voor de kosten in de zorg en dat wij de Nederlandse parlementaire democratie steunen door uitvoering te geven aan het regeringsbeleid.

‘Uitvoering geven aan’ betekent je houden aan alle spelregels die je met elkaar afspreekt, maar wat als anderen die spelregels niet netjes toepassen? Als de zorg te hard wordt uitgekleed. Of onevenredig. Dan komen wij in het verweer. De verzekeraars hebben met steun van het Zorginstituut de laatste jaren veel dermatologische behandelingen uit het pakket geschrapt die zij als onzinnige zorg bestempelden. Soms was dat terecht en kregen zij onze steun, maar er waren ook therapievormen bij die wij wel zinvol achten. Een daarvan is de behandeling met ureumpreparaten. Toen dat op de zwarte lijst kwam, hebben wij ‘nee’ gezegd. En dat blijven wij volhouden.

De literatuur wijst uit dat ureum een gering positief (additief) effect heeft op de huidafwijkingen bij patiënten met droge huid ten gevolge van ichthyosis en constitutioneel eczeem. Het Zorginstituut dat zich hierbij baseert op de stand van wetenschap en praktijk, vindt het bewijs (= wetenschap) hiervoor te onzeker en adviseert de minister deze preparaten daarom niet meer te vergoeden. De praktijk telt voor het Zorginstituut dan even niet mee. De NVDV erkent dat het bewijs (= wetenschap) dat uit de studies naar voren komt zwak dan wel onzeker is, maar beroept zich er op dat er al meer dan 50 jaar ervaring (= praktijk) is met deze middelen. Die ervaringen zijn positief. Natuurlijk niet iedereen heeft er evenveel baat bij (dat geldt voor elk geneesmiddel) en er zijn ook patiënten die het smeren met ureum onprettig vinden, maar de slotsom is dat alle dermatologen ureumpreparaten waardevolle middelen vinden. Dat bleek ook uit de elektronische enquête die wij onlangs uitvoerden. Met een responspercentage van 50% (247 reacties) leverde die enquête behalve unanieme positieve ervaringen nog de volgende verrassende resultaten op:

  • Bij twee derde van de responderende dermatologen (164) gaat het om een enkele patiënt per week. Bij een derde gaat het om 5-10 per week of zelfs meer dan dat.
  • 143 respondenten zijn extra tijd (2-5 minuten of meer) kwijt aan uitleg over vergoedingen van dermatica.
  • Iets minder dan helft (116) adviseert de patiënt een ureumpreparaat te gebruiken en dat zelf te betalen. Een minderheid (91) zoekt naar een alternatief. Voor sommige patiënten is er volgens de respondenten geen goed alternatief voor de ureumpreparaten. Met name bij kinderen is het vinden van alternatieve keratolytische preparaten een groot probleem vanwege mogelijke systemische bijwerkingen van andere preparaten. Vaak worden door de patiënt geen ureumpreparaten aangeschaft en worden meer corticosteroïden gebruikt dan nodig.

Wat zijn de volgende stappen? Wij wachten op een cochranereview die binnenkort verschijnt over ureum. Daarna zullen wij de richtlijn over constitutioneel eczeem bijstellen. Wij zullen een enquêteonderzoek verrichten bij patiënten, waarin wij hen vragen naar hun ervaringen met ureum (PREM’s). Met de gegevens die hieruit komen, zullen wij volgend jaar het Zorginstituut opnieuw bestoken met de vraag of men bereid is de negatieve duiding over ureumpreparaten te heroverwegen.

Correspondentieadres 

Secretaris NVDV
Email: a.j.oosting@chello.nl