Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
- Acne vulgaris is een inflammatoire huidaandoening waarbij neutrofielen een centrale rol spelen. Recente aandacht gaat uit naar de rol van NETs (neutrophil extracellular traps) in de ontstekingsreactie.
- Met name op social media is er toenemende aandacht voor huidverzorging bij acne, al ontbreekt sterke wetenschappelijke onderbouwing. Dagelijks gebruik van syndets, moisturizers en SPF kan de huidconditie verbeteren en therapietrouw bevorderen.
- Spironolacton blijkt een effectieve off-label behandeling voor vrouwen met hormonale acne en heeft een gunstig veiligheidsprofiel. Clascoterone, een nieuwe topische anti-androgeen, is recent goedgekeurd door de EMA, maar vergoeding in Nederland en België is nog onzeker.
- Sportsupplementen zoals whey-eiwit en anabole steroïden kunnen acne verergeren via hormonale routes zoals IGF-1 en androgene stimulatie. Dermatologen moeten actief navraag doen naar gebruik hiervan.
Acne en acneïforme erupties - Trending topics van 2025
Rieke Driessen
Autoinflammatoire (huid)aandoeningen
Heleen de Koning
Autoinflammatoire aandoeningen kenmerken zich door spontane activatie van componenten van het aangeboren immuunsysteem. Dit kan ontstaan door een activerende mutatie of door wegvallen van een remmende factor. Afhankelijk van het aangedane gen wordt een bepaalde inflammatoire cascade geactiveerd. Grofweg zijn de autoinflammatoire aandoeningen in te delen in enkele hoofdgroepen: de inflammasomopathieën, interferonopathieën, NF-kB-pathieën, en een groep van
overige aandoeningen. Dit artikel geeft een overzicht van deze aandoeningen en biedt handvatten om vanuit een dermatologisch perspectief deze aandoeningen te herkennen.
De neutrofiel: meer dan een allesverdelger
Raël Guha, Bing Thio
Neutrofiele granulocyten zijn de meest voorkomende leukocyten en vervullen een centrale rol binnen het aangeboren immuunsysteem. Zij worden in het beenmerg geproduceerd en elimineren pathogenen via fagocytose, degranulatie, ROS (Reactive Oxygen Species, in het Nederlands: reactieve zuurstofradicalen) en de vorming van neutrofiele extracellulaire traps (NETs). Naast directe antimicrobiële functies moduleren neutrofielen de adaptieve immuniteit door interacties met macrofagen,
dendritische cellen, B- en T-cellen. Deze dubbelrol kan zowel immunostimulerend als immunosuppressief zijn. Een verstoorde balans in neutrofielenactiviteit heeft klinische consequenties: neutropenie leidt tot verhoogde infectierisico’s, terwijl overactivatie bijdraagt aan orgaanschade, auto-immuunziekten en tumorprogressie. NETs worden daarbij gezien als belangrijke mediatoren in zowel infectiebestrijding als immuunpathologie. In maligniteiten hebben neutrofielen eveneens een tweezijdige functie, variërend van tumorregressie tot bevordering van groei en metastase. Het begrijpen van neutrofiele heterogeniteit is cruciaal voor toekomstige diagnostische en therapeutische strategieën.
Hidradenitis suppurativa, een behandelupdate
Lisa Van Eycken, An Van Laethem
Hidradenitis suppurativa (HS) blijft een uitdagende huidaandoening.
Importdermatosen: casus 4 - De vliegensvlugge hitchhiker
Ruud Horlings
In het UMCG worden, in een tijdsbestek van enkele maanden, twee patiënten gezien die furunkel-achtige huidafwijkingen ontwikkelden, vrij snel na terugkomst van een reis door ‘Centraal-Amerika’.
Leidraad voor veneus duplexonderzoek van de benen
Jan-Gert Geerdink, Rutger van der Waal, Simone van der Velden, Renate van den Bos, Wendy Malskat, Kees-Peter de Roos, Laura Kienhorst, Bibi van Montfrans
Duplexonderzoek maakt al meer dan 25 jaar een essentieel onderdeel uit van de inventarisatie van chronisch veneuze ziekte van de benen.
Neutrofiele drug erupties
Stefan Kerre
Neutrofiele drug erupties zijn minder vaak voorkomende uitingen van een overgevoeligheid voor geneesmiddelen, waarbij neutrofielen centraal staan in de pathogenese. De lokalisatie van dit neutrofilair infiltraat in de huid (epidermis, dermo-epidermale junctie, peri-adnexieel, subcutaan) bepaalt de klinische en pathologische presentatie.
Pustels, inflammatoire papels of plaques, bullae en erosies zijn de dermatologische manifestaties bij vaak zieke, koortsige patiënten. Het globale klinische plaatje bij patiënten die bovendien nog vaak een onderliggend (infectieus, inflammatoir, oncologisch) probleem hebben, kan verontrustend en verwarrend zijn. In deze tekst wordt dieper ingegaan op de kliniek en de differentiaal diagnose van twee van deze dermatosen namelijk een AGEP (acuut gegeneraliseerde exanthemische pustulose) en een medicamenteuze Sweet.
Pijnlijke nodulus op de bovenarm: een onverwachte diagnose
Sue Fa Liu, Karin Shanta Mireille Sewpersad, Mikel Chan
In het streekziekenhuis van Nickerie, Suriname, presenteerde zich een man met een solitaire, pijnlijke nodulus op de rechterbovenarm.
Pustuleuze dermatosen bij de neonaat
Marie-Anne Morren
Pustels bij de neonaat (vaak in combinatie met vesikels, erosies, crustae of ulceraties), veroorzaken onrust zowel bij de ouders als bij de arts, meestal onterecht maar af en toe terecht. Dit artikel geeft een overzicht van deze entiteiten waarbij pustels frequent zijn. Frequente banale erupties zijn erythema toxicum neonatorum, transiente melanocytaire pustulose, miliaria en neonatale cephalische pustulose. Infectieuze oorzaken die niet mogen gemist worden zijn Staphylogene folliculitis, Listeria infectie, congenitale candidiase, herpes infecties (eerder vesikels) en uitzonderlijk syphilis. Eosinofiele folliculitis en infantiele acropustulose beginnen zelden gedurende de neonatale periode. Zeldzame maar potentieel ernstige aandoeningen zijn vooral Langerhanscelhistiocytose, Sweet syndroom en auto-inflammatoire aandoeningen.
Autoinflammatie en de huid
P.L.A. van Daele
Bij autoinflammatoire aandoeningen is er sprake van een activatie van het immuunsysteem zonder dat daar een onderliggende reden zoals een infectie voor is. Autoinflammatoire aandoeningen worden ingedeeld op basis van het onderliggend pathogenetisch mechanisme. Ze kunnen zowel aangeboren als verworven zijn. De huid is een orgaan dat bij autoinflammatoire aandoeningen frequent is aangedaan. De aard van de huidafwijkingen kan ook helpen bij het vaststellen van welke autoinflammatoire aandoening sprake is. Behandeling bestaat, indien nodig, in het algemeen uit immunosuppressie. Waar in het verleden vooral gekozen werd voor DMARDs, wordt de plaats vanbiologicals, en dan met name van anti-IL-1 behandeling steeds prominenter.
Bacteriofaagtherapie bij hidradenitis suppurativa: ‘from bench to bedside’
L. Bens, S.I. Green, M. Almeida, F. Romaniuk, D. Jansen, J. Matthijnssens, T. Hillary, T. Vanhoutvin, J. Sabino, S. Vermeire, M. Merabishvili, J-P. Pirnay, J. Wagemans, R. Lavigne1, A. Van Laethem
De chronische inflammatoire huidziekte hidradenitis suppurativa (HS) is door zijn complex multifactorieel karakter moeilijk te beheersen met medicamenteuze en chirurgische therapieën. De pijnlijke huidabcessen en fistels die optreden hebben een dramatische impact op de levenskwaliteit van de patiënt. Een belangrijke component in de ziekteontwikkeling is een verstoord evenwicht van het huidmicrobioom waardoor pathogene bacteriën de overhand nemen en zo ontstekingen verder induceren. Een microbiële analyse toont aan dat de letsels gekoloniseerd worden door opportunistische pathogenen zoals Staphylococcus aureus. Door de applicatie van bacteriofagen, bacteriedodende virussen, kan gericht het causale pathogeen aangepakt worden zonder het natuurlijke microbioom te verstoren, in tegenstelling tot de antibioticakuren die deel uitmaken van de standaard HS-behandelingsstrategie. Een eerste case studie toont aan dat bacteriofaagtherapie de ziektesymptomen duurzaam verlicht en dat acute letsels volledig verdwijnen. Het hier opgebouwde experimenteel kader en klinische ervaring zijn van grote waarde voor de verdere opzet van klinische proeven.
Het wel en wee van SNNDV
L.J.M. Temmerman, C.A.M. De Cuyper, M.A. de Rie, G.E.J. Aelvoet, J.R.M.G. Lambert, H.A.M. Neumann
De in 1896 opgerichte Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) kent een lange geschiedenis als het over bij- en nascholing gaat.
Psoriasis to the future and back: van beheersen van symptomen van de huid naar duurzame ziektemodificatie
T. Hillary, P.C.M. van de Kerkhof
Psoriasis to the future and back: van beheersen van symptomen van de huid naar duurzame ziektemodificatie
Artikel in PDF
Inleiding en terugblik
Psoriasis blijft een complexe ziekte waarbij de ontstekingsverschijnselen in de huid leiden tot de kenmerkende erythematosquameuze papels en plaques en histologisch het kenmerkend beeld van epidermale acanthose en ontstekingsverschijnselen met accumulatie van T-cellen en neutrofiele granulocyten.
Sweet-syndroom en zijn varianten: klinische en pathogenetische inzichten met therapeutische implicaties
Reinhart Speeckaert
Sweet-syndroom is een zeldzame neutrofiele dermatose die zich presenteert met acute pijnlijke erythemateuze huidletsels, koorts en systemische ontstekingsverschijnselen. Het klinisch spectrum is breed en omvat naast de klassieke idiopathische vorm meerdere varianten, waaronder histiocytoid, subcutaan, neuro-Sweet en zwangerschapgeassocieerd Sweet-syndroom. De aandoening kan geïsoleerd voorkomen maar is vaak secundair aan hematologische maligniteiten, inflammatoire darmziekten, autoinflammatoire syndromen, infecties of medicatiegebruik. De pathogenese is complex, met een centrale rol voor cytokines, immuundisregulatie en genetische predispositie. Corticosteroïden vormen de hoeksteen van de therapie, maar
alternatieve immunomodulatoren en biologicals zijn vaak nodig bij recidiverende of refractaire ziekte. Toekomstig onderzoek is nodig om de rol van biomerkers, genetische risicofactoren en doelgerichte therapieën te verduidelijken. Sweet-syndroom is daarmee zowel een klinische uitdaging
als een belangrijk signaal van onderliggende systemische pathologie.
Agressieve plaveiselcelcarcinomen bij epidermolysis bullosa
Clara Harrs, Marieke Bolling, Gilles Diercks
Patiënten met recessieve dystrofische epidermolysis bullosa severe (RDEB-severe) lopen een hoog risico op het ontwikkelen van agressieve cutane plaveiselcelcarcinomen (cPCCs), vaak zonder klassieke risicofactoren of kenmerkende klinische presentatie.
Allergisch contacteczeem ‘by proxy’ door blootstelling aan haarverf
Linde Goijen, Marie-Louise Schuttelaar
Allergisch contacteczeem ‘by proxy’, ook wel connubiaal allergisch contacteczeem, of consort allergisch contacteczeem genoemd, treedt op wanneer het product met het allergeen niet door de patiënt zelf is gebruikt, maar wanneer blootstelling aan een allergeen plaatsvindt via een andere persoon.
De waarde van familieanamnese als risicostratificatie voor melanoompatiënten
Marnix Jansen, Peter van den Akker, Emőke Rácz
Periodieke huidscreening wordt in Nederland nauwelijks verricht en is voorbehouden aan mensen met een zeer hoog risico voor het ontwikkelen van een melanoom.
Dupilumab als nieuw behandelperspectief bij prurigo nodularis: eerste praktijkervaringen uit het BioDay-register
Octavian Bacoș-Cosma, Sophie Engels, Lian van der Gang, Marjolein de Bruin-Weller, Laura Loman, Marie-Louise Schuttelaar
Prurigo nodularis: een huid vol signalen.