Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Einde van schoolvorming en -strijd
J.J.E. van Everdingen
Artikel in PDF J.J.E. van Everdingen Wie al een tijdje in de gezondheidszorg meeloopt, terugkijkt…
Op de huid van de tijd
Wim Opstelten, Marcel G.M. Olde Rikkert
Jubileum nummer Artikel in PDF Wim Opstelten en Marcel G.M. Olde Rikkert. Een markant moment:…
Tandarts en dermatoloog: samen optrekken in het hoofd-halsgebied
Casper P. Bots
Jubileum nummer Artikel in PDF Casper P. Bots Ongemerkt speelt dermatologie voor mij persoonlijk, al…
Muggenbeten
Paul van Daele
Jubileum nummer Artikel in PDF Paul van Daele Veneto, een voormalig moerasgebied in het noordoosten…
Behandeling van van gemetastaseerd melanoom en de rol van de dermatoloog hierbij
Ellen Kapiteijn
Jubileum nummer Artikel in PDF Ellen Kapiteijn Jaarlijks wordt er bij meer dan zesduizend mensen…
Dermatologie en reumatologie: goede buren!
Willem Lems
Jubileum nummer Artikel in PDF Willem Lems Graag wil ik beginnen met het feliciteren met…
Reflections of the JEADV editor - Scientific publishing in Europe
Johannes Ring
Jubileum nummer Artikel in PDF Johannes Ring As European dermatologist I feel honoured to be…
De rol van voeding bij de preventie en behandeling van decubitus
Armand Rondas, Jolanda Gebben
Jubileum nummer Artikel in PDF Armand Rondas, Jolanda Gebben Van een acute wond is sprake…
Naschrift namens oorspronkelijke auteurs
C.J.M. van der Vleuten
Artikel in PDF C.J.M. van der Vleuten Ik heb de repliek van de collega’s De…
Vijftien jaar ervaring op de afdeling Dermatologie van het Radboudumc - Confocale microscopie met toepassing voor de kliniek
P.E.J van Erp, R.J.B. Driessen, S.F.K. Lubeek
In vivo confocale reflectie microscopie is een optische beeldverwerkingstechniek met veel potentie voor morfologische karakterisering van de huid. Doordat RCM niet invasief is en dezelfde locatie meerdere keren gescand kan worden, maakt dat de techniek erg geschikt voor monitoring van huidveranderingen in normale en pathologische huid in vivo. In een recente multicenter random gecontroleerde trial werd onderzocht of de juiste diagnose en subtype zou kunnen worden bepaald met RCM bij patiënten met een klinisch vermoeden op een primair BCC, in een klinische setting (academisch en perifeer), waarbij RCM werd vergeleken met het stansbiopt. Het stansbiopt blijft de voorkeur houden, omdat het een superieure nauwkeurigheid biedt voor diagnose en subtypering. De beperkte dieptepenetratie van RCM en relatief lange leercurve voor de interpretatie van de beelden, maakt dat implementatie van deze techniek voor de diagnostiek van non-melanoma huidkanker in de klinische praktijk op dit moment wordt
afgeraden.
Dermatologische risico’s bij ongereguleerd gebruik van alfa-melanocyt-stimulerend hormoon
M. Mertens, M. Elen, K. Adriaenssens
Melanotan II is een synthetische niet-geregistreerde vorm van alfa-melanocyt-stimulerend hormoon, dat de productie en vrijzetting van melanine door melanocyten in de huid stimuleert en zo pigmentatie veroorzaakt. Uit recente studies blijkt dat melanotan II steeds vaker gebruikt wordt om snel bruin te worden, hoewel de exacte prevalentie van ongecontroleerd gebruik van melanotan II onbekend is. Echter, Melanotan II is niet officieel goedgekeurd en zou een breed scala aan potentieel ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken. Zo zijn er zorgen dat melanotan II het risico op ontwikkeling van nieuwe naevi, dysplastische naevi en melanomen verhoogt. Hoewel er geen sluitend bewijs is tussen melanotan en het ontstaan van (voorlopers van) huidkanker, hebben publicaties het belang benadrukt dat melanotan in bepaalde subpopulaties deel uitmaakt van een ‘zonnebankcultuur’. Aldus is het belangrijk dat dermatologen erkennen dat het gebruik van deze middelen veel voorkomt. Huidlaesies die optreden tijdens het gebruik van melanotan moeten worden geregistreerd om betrouwbare gegevens te verzamelen over de bijwerkingen en complicaties van melanotan.
Een zeldzaam geval van blastair plasmacytoïd dendritische cel neoplasma bij een 16-jarige patiënt
L. Gadeyne, J. Devos, M. Haspeslagh
Blastair plasmacytoïd dendritische cel neoplasma is een zeer zeldzame hematologische ziekte die vooral voorkomt bij oudere mannen en zich initieel meestal presenteert met huidletsels. Het aanvankelijk vaak indolent gedrag en soms onschuldig, hematoomachtig aspect van de huidletsels, staat in scherp contrast met de typische, snelle systemische uitbreiding en kan een tijdige diagnose en behandeling in het gedrang brengen. Door de opkomst van nieuwe doelgerichte therapieën is de prognose van deze ziekte spectaculair verbeterd. Wij presenteren een interessante casus van een 16-jarige jongen met een solitair, geïndureerd, hematoomachtig letsel op het been, dat reeds enkele maanden aanwezig was alvorens de patiënt de dermatoloog consulteerde.
Granulomateuze gasten
D. Mortelmans, D. Heylen, B. Heykants, O. Aerts
Een 67-jarige man met pijnlijke therapieresistente erythemateuze noduli op de rechterarm en een 57-jarige man met persisterende licht jeukende erythemateuze noduli op de benen en rug: wat hebben deze patiënten gemeen? Granulomateuze dermatosen vormen een heterogene groep huidziekten waarvan de etiopathogenese vaak onduidelijk is, maar waarbij infectie steeds dient te worden uitgesloten. Diagnostiek en behandeling kunnen uitdagend zijn, zeker in onze contreien waar huidziekten door sommige verwekkers niet behoren tot de dagelijkse praktijk. We bespreken het aquariumgranuloom en cutane leishmaniasis meer in detail.
Haaruitval met pustels: think twice!
S. Dekeyser, L. Temmerman
Een dame van 64 jaar wenst een second opinion omwille van haaruitval en pustulaire ontstekingen op de hoofdhuid. Deze werden elders initieel behandeld als lichen planopilaris, bewezen na een eerste biopt, met topische corticoïden. Hieronder trad achteruitgang op van de huiduitslag en
haaruitval. Een nieuwe biopsie toonde een destructieve cicatriciële alopecie en PAS+ sporoïde structuren rond de haarschacht. Onder behandeling met itraconazole herstelde de kale zone zich grotendeels. Zij had een tinea capitis (door Trichophyton rubrum) met als bron de teennagels, en een onderliggende lichen planopilaris op de scalp.
Hailey-Hailey in remissie na Er:YAG-laser
V.L.R.M. Verstraeten
Morbus Hailey-Hailey is een acantholytische genodermatose met een forse impact op de kwaliteit van leven. Tot op heden bestaat de therapie met name uit een symptomatische aanpak waarbij de exacerbaties met systemische antibiotica dan wel immuunsuppressie worden behandeld. In de recente literatuur zijn hoopvolle resultaten met botuline toxine A-injecties en naltrexone beschreven. In onze patiëntenpopulatie geeft Er:YAG-laser ablatie een zeer goed resultaat. Een éénmalige behandeling onder lokale anesthesie, met herstel binnen de 2 tot maximaal 3 weken, leidt tot een gehypopigmenteerde macula met normale huidtextuur, die jaren in remissie blijft.
Het harlekijnsyndroom als sleutel tot de diagnose van het syndroom van Sjögren
E. Meulewaeter, K. Vossaert, E. Coussens, S. Lanssens
Een 18-jarige jongedame bemerkt een opvallende roodheid ter hoogte van de linker gelaatshelft tijdens het sporten terwijl de andere gelaatshelft bleek en droog blijft. Gelijktijdig ontwikkelt zij pijnklachten in de rechterarm. In rust ziet men geen bijzonderheden. Dit klinisch beeld past bij het harlekijnsyndroom (HS). Uitwerking aan de hand van medische beeldvorming leidt tot de diagnose van het Sjögren-syndroom. HS is een zeldzame aandoening van het autonoom zenuwstelsel en komt vaak idiopathisch voor. Dit syndroom kan evenwel secundair worden gezien als complicatie bij chirurgie, ruimte-innemende processen, aandoeningen van de hersenstam of dissectie van de arteria carotis. Het harlekijnteken kan men zien bij Horner-, Holmes-Adie- of Ross-syndroom. De aanwezigheid van een mogelijke associatie tussen HS en Sjögren-syndroom is op heden nog een punt van discussie. Gezien de mogelijke onderliggende pathologie zijn een adequaat neurologisch onderzoek en medische beeldvorming steeds aangewezen bij het optreden van HS.
Jeuk zonder huidafwijkingen … als standaardtherapie niet helpt
T.V.M. Bruijn, H. Bing Thio, D.M.W. Balak, P.M.J.H. Kemperman
Chronische pruritus, oftewel chronische jeuk, wordt gedefinieerd als een continue sensatie die krabgedrag uitlokt en die langer dan 6 weken aanhoudt. Het is een frequent voorkomend en een klinisch zeer relevant symptoom met een grote ziektelast. Een zeer breed scala aan dermatologische en niet-dermatologische aandoeningen kunnen ten grondslag liggen aan chronische jeuk. Wanneer er geen dermatose aanwezig is wordt er gesproken over pruritus of unknown origin (pruritus sine materia). Hierbij moet er extra aandacht worden besteed aan niet-dermatologische oorzaken. Mede door de heterogene en complexe pathogenese van jeuk zijn er hedendaags nog weinig effectieve en gerichte systemische behandelingen tegen jeuk zonder aanwijsbare oorzaak. On-label medicatie als lokale differentia in combinatie met systemische antihistaminica sorteren vaak onvoldoende effect bij deze groep. Inmiddels worden er meerdere systemische geneesmiddelen off-label ingezet om chronische jeuk aan te pakken; middelen die ingrijpen op onder andere het zenuwstelsel en het immuunsysteem.
Lichen sclerosus bij transgender vrouw
J.F.J. Rovers, J.W.M. Maas, M. Prins
Een 68-jarige transgender vrouw presenteert zich op onze vulvapoli met een klinisch beeld van lichen sclerosus. Op haar 55ste werd zij gediagnostiseerd met extragenitale lichen sclerosus op haar onderbuik en pubisregio en op haar 59ste met bulleuze morphea op haar scheenbenen en romp. Deze eerdere laesies zijn na behandeling niet meer actief. De vulvaire lichen sclerosus wordt behandeld met clobetasol-17-proprionaat 0.05% zalf. De vraag blijft hoe dit beeld valt te verklaren. Kort wordt aangestipt welke factoren een mogelijke rol kunnen spelen bij het ontstaan van lichen sclerosus bij deze specifieke patiënte.
Nog geen licht aan het einde van de Hidradenitis tunnels
E. Prens
Hidradenitis suppurativa (HS) is een chronische ontstekingsziekte gekenmerkt door pijnlijke abcessen en sinussen/ tunnels in de oksels, liezen en billen. De primaire triggerfactor bij HS is tot nu toe onbekend. Genetische, omgevings- en microbiële factoren zijn betrokken in de pathogenese. Door de chronische pijn, de lange ‘time to diagnosis’ van circa 7 jaar en de vele comorbiditeiten, is de kwaliteit van leven bij HS een van de slechtste in de dermatologie. De huidige behandeling van HS bestaat uit kuren van ontstekingsremmende antibiotica, lokale en systemische corticosteroiden, anti-TNF biologics en chirurgie. Tweelingenonderzoek heeft aangetoond dat erfelijkheid een belangrijkere bijdrage levert dan gedacht. Het moleculair genetische onderzoek naar belangrijke moleculaire pathways in de pathogenese dient nog goed op gang te komen. Uit klinische trials blijken bimekizumab (antiIL17A/F) en bermekimab (anti-IL-1alfa) effectief. Klinische trials met een aantal orale small molecules zijn op komst, en zullen de therapeutische opties voor deze ziekte vergroten.
Ontwikkelingen in diagnostiek en behandeling van keratinocyt kanker: de toekomst is minder invasief
K. Mosterd
De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van niet invasief diagnosticeren en behandelen van keratinocyt carcinomen en voorstadia hiervan. Optical coherence tomography lijkt veelbelovend in de diagnostiek van het basaalcelcarcinoom (BCC). 5% Imiquimod crème is effectief als behandeling voor superficiële en nodulaire BCC’s en 5-fluorouracil crème is de meest effectieve veldbehandeling voor actinische keratosen. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van systemische medicatie voor uitgebreid BCC en plaveiselcelcarcinoom, maar het bewijs is nog beperkt. De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van niet invasieve diagnostiek en behandeling zullen worden besproken.