Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Vijftien jaar ervaring op de afdeling Dermatologie van het Radboudumc - Confocale microscopie met toepassing voor de kliniek
P.E.J van Erp, R.J.B. Driessen, S.F.K. Lubeek
In vivo confocale reflectie microscopie is een optische beeldverwerkingstechniek met veel potentie voor morfologische karakterisering van de huid. Doordat RCM niet invasief is en dezelfde locatie meerdere keren gescand kan worden, maakt dat de techniek erg geschikt voor monitoring van huidveranderingen in normale en pathologische huid in vivo. In een recente multicenter random gecontroleerde trial werd onderzocht of de juiste diagnose en subtype zou kunnen worden bepaald met RCM bij patiënten met een klinisch vermoeden op een primair BCC, in een klinische setting (academisch en perifeer), waarbij RCM werd vergeleken met het stansbiopt. Het stansbiopt blijft de voorkeur houden, omdat het een superieure nauwkeurigheid biedt voor diagnose en subtypering. De beperkte dieptepenetratie van RCM en relatief lange leercurve voor de interpretatie van de beelden, maakt dat implementatie van deze techniek voor de diagnostiek van non-melanoma huidkanker in de klinische praktijk op dit moment wordt
afgeraden.
Dermatologische risico’s bij ongereguleerd gebruik van alfa-melanocyt-stimulerend hormoon
M. Mertens, M. Elen, K. Adriaenssens
Melanotan II is een synthetische niet-geregistreerde vorm van alfa-melanocyt-stimulerend hormoon, dat de productie en vrijzetting van melanine door melanocyten in de huid stimuleert en zo pigmentatie veroorzaakt. Uit recente studies blijkt dat melanotan II steeds vaker gebruikt wordt om snel bruin te worden, hoewel de exacte prevalentie van ongecontroleerd gebruik van melanotan II onbekend is. Echter, Melanotan II is niet officieel goedgekeurd en zou een breed scala aan potentieel ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken. Zo zijn er zorgen dat melanotan II het risico op ontwikkeling van nieuwe naevi, dysplastische naevi en melanomen verhoogt. Hoewel er geen sluitend bewijs is tussen melanotan en het ontstaan van (voorlopers van) huidkanker, hebben publicaties het belang benadrukt dat melanotan in bepaalde subpopulaties deel uitmaakt van een ‘zonnebankcultuur’. Aldus is het belangrijk dat dermatologen erkennen dat het gebruik van deze middelen veel voorkomt. Huidlaesies die optreden tijdens het gebruik van melanotan moeten worden geregistreerd om betrouwbare gegevens te verzamelen over de bijwerkingen en complicaties van melanotan.
Een zeldzaam geval van blastair plasmacytoïd dendritische cel neoplasma bij een 16-jarige patiënt
L. Gadeyne, J. Devos, M. Haspeslagh
Blastair plasmacytoïd dendritische cel neoplasma is een zeer zeldzame hematologische ziekte die vooral voorkomt bij oudere mannen en zich initieel meestal presenteert met huidletsels. Het aanvankelijk vaak indolent gedrag en soms onschuldig, hematoomachtig aspect van de huidletsels, staat in scherp contrast met de typische, snelle systemische uitbreiding en kan een tijdige diagnose en behandeling in het gedrang brengen. Door de opkomst van nieuwe doelgerichte therapieën is de prognose van deze ziekte spectaculair verbeterd. Wij presenteren een interessante casus van een 16-jarige jongen met een solitair, geïndureerd, hematoomachtig letsel op het been, dat reeds enkele maanden aanwezig was alvorens de patiënt de dermatoloog consulteerde.
Granulomateuze gasten
D. Mortelmans, D. Heylen, B. Heykants, O. Aerts
Een 67-jarige man met pijnlijke therapieresistente erythemateuze noduli op de rechterarm en een 57-jarige man met persisterende licht jeukende erythemateuze noduli op de benen en rug: wat hebben deze patiënten gemeen? Granulomateuze dermatosen vormen een heterogene groep huidziekten waarvan de etiopathogenese vaak onduidelijk is, maar waarbij infectie steeds dient te worden uitgesloten. Diagnostiek en behandeling kunnen uitdagend zijn, zeker in onze contreien waar huidziekten door sommige verwekkers niet behoren tot de dagelijkse praktijk. We bespreken het aquariumgranuloom en cutane leishmaniasis meer in detail.
Haaruitval met pustels: think twice!
S. Dekeyser, L. Temmerman
Een dame van 64 jaar wenst een second opinion omwille van haaruitval en pustulaire ontstekingen op de hoofdhuid. Deze werden elders initieel behandeld als lichen planopilaris, bewezen na een eerste biopt, met topische corticoïden. Hieronder trad achteruitgang op van de huiduitslag en
haaruitval. Een nieuwe biopsie toonde een destructieve cicatriciële alopecie en PAS+ sporoïde structuren rond de haarschacht. Onder behandeling met itraconazole herstelde de kale zone zich grotendeels. Zij had een tinea capitis (door Trichophyton rubrum) met als bron de teennagels, en een onderliggende lichen planopilaris op de scalp.
Hailey-Hailey in remissie na Er:YAG-laser
V.L.R.M. Verstraeten
Morbus Hailey-Hailey is een acantholytische genodermatose met een forse impact op de kwaliteit van leven. Tot op heden bestaat de therapie met name uit een symptomatische aanpak waarbij de exacerbaties met systemische antibiotica dan wel immuunsuppressie worden behandeld. In de recente literatuur zijn hoopvolle resultaten met botuline toxine A-injecties en naltrexone beschreven. In onze patiëntenpopulatie geeft Er:YAG-laser ablatie een zeer goed resultaat. Een éénmalige behandeling onder lokale anesthesie, met herstel binnen de 2 tot maximaal 3 weken, leidt tot een gehypopigmenteerde macula met normale huidtextuur, die jaren in remissie blijft.
Het harlekijnsyndroom als sleutel tot de diagnose van het syndroom van Sjögren
E. Meulewaeter, K. Vossaert, E. Coussens, S. Lanssens
Een 18-jarige jongedame bemerkt een opvallende roodheid ter hoogte van de linker gelaatshelft tijdens het sporten terwijl de andere gelaatshelft bleek en droog blijft. Gelijktijdig ontwikkelt zij pijnklachten in de rechterarm. In rust ziet men geen bijzonderheden. Dit klinisch beeld past bij het harlekijnsyndroom (HS). Uitwerking aan de hand van medische beeldvorming leidt tot de diagnose van het Sjögren-syndroom. HS is een zeldzame aandoening van het autonoom zenuwstelsel en komt vaak idiopathisch voor. Dit syndroom kan evenwel secundair worden gezien als complicatie bij chirurgie, ruimte-innemende processen, aandoeningen van de hersenstam of dissectie van de arteria carotis. Het harlekijnteken kan men zien bij Horner-, Holmes-Adie- of Ross-syndroom. De aanwezigheid van een mogelijke associatie tussen HS en Sjögren-syndroom is op heden nog een punt van discussie. Gezien de mogelijke onderliggende pathologie zijn een adequaat neurologisch onderzoek en medische beeldvorming steeds aangewezen bij het optreden van HS.
Jeuk zonder huidafwijkingen … als standaardtherapie niet helpt
T.V.M. Bruijn, H. Bing Thio, D.M.W. Balak, P.M.J.H. Kemperman
Chronische pruritus, oftewel chronische jeuk, wordt gedefinieerd als een continue sensatie die krabgedrag uitlokt en die langer dan 6 weken aanhoudt. Het is een frequent voorkomend en een klinisch zeer relevant symptoom met een grote ziektelast. Een zeer breed scala aan dermatologische en niet-dermatologische aandoeningen kunnen ten grondslag liggen aan chronische jeuk. Wanneer er geen dermatose aanwezig is wordt er gesproken over pruritus of unknown origin (pruritus sine materia). Hierbij moet er extra aandacht worden besteed aan niet-dermatologische oorzaken. Mede door de heterogene en complexe pathogenese van jeuk zijn er hedendaags nog weinig effectieve en gerichte systemische behandelingen tegen jeuk zonder aanwijsbare oorzaak. On-label medicatie als lokale differentia in combinatie met systemische antihistaminica sorteren vaak onvoldoende effect bij deze groep. Inmiddels worden er meerdere systemische geneesmiddelen off-label ingezet om chronische jeuk aan te pakken; middelen die ingrijpen op onder andere het zenuwstelsel en het immuunsysteem.
Lichen sclerosus bij transgender vrouw
J.F.J. Rovers, J.W.M. Maas, M. Prins
Een 68-jarige transgender vrouw presenteert zich op onze vulvapoli met een klinisch beeld van lichen sclerosus. Op haar 55ste werd zij gediagnostiseerd met extragenitale lichen sclerosus op haar onderbuik en pubisregio en op haar 59ste met bulleuze morphea op haar scheenbenen en romp. Deze eerdere laesies zijn na behandeling niet meer actief. De vulvaire lichen sclerosus wordt behandeld met clobetasol-17-proprionaat 0.05% zalf. De vraag blijft hoe dit beeld valt te verklaren. Kort wordt aangestipt welke factoren een mogelijke rol kunnen spelen bij het ontstaan van lichen sclerosus bij deze specifieke patiënte.
Nog geen licht aan het einde van de Hidradenitis tunnels
E. Prens
Hidradenitis suppurativa (HS) is een chronische ontstekingsziekte gekenmerkt door pijnlijke abcessen en sinussen/ tunnels in de oksels, liezen en billen. De primaire triggerfactor bij HS is tot nu toe onbekend. Genetische, omgevings- en microbiële factoren zijn betrokken in de pathogenese. Door de chronische pijn, de lange ‘time to diagnosis’ van circa 7 jaar en de vele comorbiditeiten, is de kwaliteit van leven bij HS een van de slechtste in de dermatologie. De huidige behandeling van HS bestaat uit kuren van ontstekingsremmende antibiotica, lokale en systemische corticosteroiden, anti-TNF biologics en chirurgie. Tweelingenonderzoek heeft aangetoond dat erfelijkheid een belangrijkere bijdrage levert dan gedacht. Het moleculair genetische onderzoek naar belangrijke moleculaire pathways in de pathogenese dient nog goed op gang te komen. Uit klinische trials blijken bimekizumab (antiIL17A/F) en bermekimab (anti-IL-1alfa) effectief. Klinische trials met een aantal orale small molecules zijn op komst, en zullen de therapeutische opties voor deze ziekte vergroten.
Ontwikkelingen in diagnostiek en behandeling van keratinocyt kanker: de toekomst is minder invasief
K. Mosterd
De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van niet invasief diagnosticeren en behandelen van keratinocyt carcinomen en voorstadia hiervan. Optical coherence tomography lijkt veelbelovend in de diagnostiek van het basaalcelcarcinoom (BCC). 5% Imiquimod crème is effectief als behandeling voor superficiële en nodulaire BCC’s en 5-fluorouracil crème is de meest effectieve veldbehandeling voor actinische keratosen. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van systemische medicatie voor uitgebreid BCC en plaveiselcelcarcinoom, maar het bewijs is nog beperkt. De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van niet invasieve diagnostiek en behandeling zullen worden besproken.
Pityriasis versicolor: een zeldzame atrofische variant
M. Stolting, B. Heykants, P.A.F.A. van Neer
In deze casus wordt een atypische variant van pityriasis versicolor beschreven bij een 33-jarige vrouw die zich presenteerde met atrofische laesies over de romp. De diagnose is gebaseerd op het klinisch beeld en histologisch onderzoek. De pathogenese van deze atrofie blijft nog onduidelijk, maar er zijn in de afgelopen jaren meerdere hypothesen getoetst. Er wordt verondersteld dat het gaat om een type IV-hypersensitiviteitsreactie op antigenen geproduceerd door het Malassezia geslacht. Daarnaast is er ook gekeken naar het gebruik van topicale steroïden en het ontstaan van atrofie. Na behandeling met itraconazol 100 mg en lokale antischimmelmiddelen werd er al na vier weken een duidelijke klinische verbetering gezien.
Shiitake dermatitis
Ch. Vanhoutte, P. van Mierlo
Het klinisch beeld van flagellate dermatitis (streepvormige, erythemateuze letsels) kan passen bij verschillende diagnosen. In deze casus was het eten van shiitake paddenstoelen de meest waarschijnlijke oorzaak.
Diagnosis of melanocytic lesions in the era of molecular pathology
Arnaud de la Fouchardière
Arnaud de la Fouchardière
The recent WHO classification of skin tumors (2018) as well as the growing accessibility to molecular techniques is reshaping our traditional vision of melanocytic proliferations.
NVDV-Standpunt crisaborole
Domeingroep Allergie en eczeem, Vereniging voor mensen met constitutioneel eczeem (VMCE)
Domeingroep Allergie en eczeem, Vereniging voor mensen met constitutioneel eczeem (VMCE)
Het navolgende standpunt is opgesteld door een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de domeingroep Allergie en eczeem van de NVDV en de Verenging van mensen met constitutioneel eczeem (VMCE).
Repliek op ‘Gezondheidsraad had voor polyvalent HPV-vaccin moeten kiezen’
H.J.C. de Vries, M.F. Schim van der Loeff, G.G. Kenter
H.J.C.
De dermatoloog van de toekomst
L.A.A. Gerbens, J.L. Klatte, J.E. Lommerts
Medisch inhoudelijke en vakoverstijgende ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg zullen in de nabije toekomst leiden tot veranderingen in het zorgsysteem. Het verkrijgen van meer inzicht in deze verwachte veranderingen en het aanleren van specifieke vaardigheden zal de dermatoloog van de toekomst wapenen voor de veranderingen die op zijn of haar pad zullen komen. Een voorbeeld hiervan is meer kennis over het proces van uitplaatsing van de zorg, wat als doel heeft om de stijgende zorgkosten te remmen en zorgaanbod beter te laten aansluiten door het uitplaatsen van laagcomplexe zorg buiten (academische) ziekenhuizen. Ook zal meer kennis omtrent en het verkrijgen van vaardigheid in medisch leiderschap de toekomstige dermatoloog kunnen helpen. De toekomstige ontwikkelingen vragen van zorgverleners meer vaardigheden in persoonlijk, klinisch en bestuurlijk leiderschap. Aandacht voor leiderschapsvaardigheden helpt de dermatoloog (in opleiding) om zich beter staande te houden in het veranderende zorglandschap.
Allergenen die voor ons allen relevant zijn
T. Rustemeyer
Contactallergie is een veel voorkomende vorm van vertraagde type overgevoeligheid. De diagnose contactallergie wordt gesteld met de patchtest op basis van een gerichte anamnese. Onlangs is een Europese richtlijn gepubliceerd met een volledige maar beknopte beschrijving van de achtergrond, de indicatie, de techniek en de interpretatie van de patchtest [1]. Een grote epidemiologische studie toonde bij 27% van de representatieve steekproef in de algemene bevolking in 5 Europese landen positieve reacties op ten minste één van de contactallergenen van de European baseline series [2]. Deze testreeks omvat die meest relevante algemene contactallergenen. Meestal wordt de European baseline series, een set van 62 contactallergenen [3], aangevuld met speciale testreeksen van commerciële contactallergenen die zijn afgestemd op individuele blootstellingen (bijvoorbeeld haarcosmetica, rubber, harsen, metalen) om de kans op een positief, klinisch relevant resultaat te vergroten buiten de door de European baseline series aangeboden screening.
De Tattoopoli: kliniek en onderzoek
S.A.S. van der Bent, K.I. Maijer, A. Wolkerstorfer, T. Rustemeyer
Tatoeages zijn in de huidige maatschappij niet meer weg te denken. De laatste decennia is het aantal getatoeëerden stijgende en het aantal toepassingen uitgebreid. Complicaties na het zetten van een tatoeage kunnen optreden. Infecties zijn de meest voorkomende complicatie. Meestal betreft het oppervlakkige bacteriële infecties, minder vaak serieuzere aandoeningen zoals erysipelas of cellulitis. De meest voorkomende chronische tattoo-reacties zijn contactallergische reacties. Dit zijn met name allergische reacties op een tatoeage pigment, voornamelijk op rood of diens spectrum. De exacte pathogenese hiervan is onbekend, mogelijk is er sprake van een vertraagde allergische reactie op een afbraakproduct van de rode tattoo pigmenten. Verder worden verscheidene auto-immuunziekten gezien als complicatie zoals psoriasis, vitiligo, lichen planus, sarcoïdose en lupus erythematodes. Een mogelijke verklaring hiervoor is het Köbner-fenomeen. ‘Papulo-nodular black tattoo reactions’ zijn niet zelden de eerste manifestaties van systemische sarcoïdose. Overige complicaties omvatten littekens of keloïden, een blow-out en neurosensorische pijn of jeuk.