Marianne Crijns

Terug

4 min. leestijd

Delen via:

Jaargang 2018

, volume 5

Artikel in PDF 

Wat wilde u vroeger als kind worden?
Ik las in een bewaard gebleven schriftje uit klas 6A dat ik kinderrechter wilde worden. Detective leek mij ook erg spannend. In die tijd las ik veel Agatha Christies. Verder wilde ik graag zwemkampioen worden. Dat kwam er niet van, maar ik haalde wel zes zwemdiploma’s.

Wat was uw eerste baantje?
Mijn eerste baantje was in een steenfabriek van een vader van een vriendin. Ik draaide daar stenen om te drogen. Voor één rek kreeg ik 2 gulden. We gingen daarvan naar de kermis in het dorp.

Was dermatologie een jeugdliefde of een latere liefde?
In Groningen liep ik coschappen bij onder andere Leonie Driessen, een groot voorbeeld voor mij. Daarna deed ik bij Pieter van der Valk en professor Nater een wetenschapsstage met onderzoek naar het vasoconstrictieve effect van lokale corticosteroïden. Daar ik vreesde dat een opleiding tot dermatoloog misschien nooit zou lukken, volgde ik eerst de huisartsopleiding. Vlak daarna kon ik in Leiden bij Suurmond starten als ANIOS Allergie en na 1 jaar mijn opleiding tot dermatoloog aanvangen.

Wat was de reden om het Elisabeth Ziekenhuis in Leiderdorp in te ruilen voor het AVL in Amsterdam?
Gezien mijn promotieonderwerp was ik altijd geïnteresseerd in de dermato-oncologie en toen er een plek in het AVL vrijkwam, was dat voor mij een mooie nieuwe uitdaging.

Geen spijt van?
Nee, ik heb het daar nog steeds zeer naar mijn zin. Bovendien: vooruitkijken is mijn motto, achteruitkijken heeft geen zin en kost teveel energie.

Hoe typeert u zichzelf in drie woorden?
Positief en vrolijk. Trouw. Ik ben altijd bezig en neem daardoor soms te veel hooi op mijn vork waardoor hectiek ontstaat.

Waar ligt uw passie of wat zijn uw passies?
Kunst kijken, lezen over kunst en schrijven over “huidziekten in de beeldende kunst”. Golf en (hard) zwemmen, veel gezelligheid met gezin en vrienden.

Waarvoor mogen ze u ’s nachts wakker maken?
Een telefoontje van mijn dochters.

Op welke publicatie bent u het meest trots en waarom?
Ik ben gepromoveerd bij Wilma Bergman en Bert Jan Vermeer op Clinical studies in Dysplastic naevus syndrome. Daarnaast ben ik ook trots op mijn boek Huidziekten in de beeldende kunst dat ik samen met kunsthistorica en jaarclubgenoot Rieke van Leeuwen heb geschreven in 1991 en waaraan ik nog steeds veel plezier beleef.

Welk museum moet iedereen bezocht hebben in zijn of haar leven?
Museum Voorlinden in Wassenaar, erg grappige en moderne kunst. Mooi gebouw in een fraai park met beeldentuin. Verder bezoek ik graag de jaarlijkse KunstRAI en Artfairs. De jaarlijkse Realismebeurs in Amsterdam bezoek ik om schilderijen op te sporen waarop dermatologische aandoeningen staan afgebeeld.

Wie is uw favoriete kunstenaar en waarom?
Vaktechnisch is dat Monique Broekman. Zij heeft Vitiligo in Paradise geschilderd en dat heb ik aangekocht. Via Colette van Hees leerde ik haar kennen in 2005. Haar tentoonstelling Sense in Noordwijk mocht ik openen. Dit was ook een stimulans om mijn hobby verder uit te bouwen, behalve het schrijven van publicaties over kunst, geef ik ook lezingen over dit onderwerp voor verschillende doelgroepen.

Hebt u een motto?
Ja, de spreuk van Pablo Picasso: “Werken is ademen, als ik niet kan werken, kan ik niet ademen.”

Wat doet u als vrienden of bekenden een gek plekje op hun huid aan u laten zien?
Op elk feestje of lezing worden mij persoonlijke plekjes getoond. Als mijn kinderen foto’s kijken op mijn iPhone dan valt mij op hoeveel huidziekten men naar mij appt. Ik help ze altijd wel verder op weg: voor plekjes adviseer ik een afspraak bij een dermatoloog en meestal geef ik dan een naam door van een collega in de buurt van hun woonplaats. Soms geef ik wat algemene tips.

Met welke vraag worstelt u?
De patiënt gaat steeds meer de centrale rol spelen in beleidsontwikkelingen. Prima. Maar hoe dit te realiseren met de druk vanuit de organisatie van de huidige gezondheidszorg om afspraken zo kort en efficiënt mogelijk te benutten, met als gevolg overvolle poli’s en beperkte tijd voor de patiënt?

Hoe is uw persoonlijke verhouding tot de eigen huid?
Ik weet nog hoe jong ik was toen ik in opleiding kwam en later een eigen praktijk startte. De jaren zijn omgevlogen, je voelt je niet veel anders, maar als ik in de spiegel kijk, is de confrontatie met veroudering onvermijdelijk. Het heeft ook voordelen: patiënten vertrouwen meer op je kunde als je ouder bent (of lijkt).

Hebt u een guilty pleasure en zo ja wat?
Friet met mayonaise. En soms het meezingen met een smartlap.