Mathilde Gastmann-Wichers en leprabestrijding in Nederlands-Indië en Nederland
H.E. Menke
Jaargang 2018
, volume 5
Het zijn hoogtijdagen voor de geschiedenis van de geneeskunde in Nederland. Er verschijnen met de regelmaat van een klok nieuwe boeken op dit gebied. Deze bloei geldt ook de geschiedenis van de tropische geneeskunde, inclusief lepra. En zo werd op 25 oktober 2017 in Amsterdam het boek: Mathilde Gastmann-Wichers en leprabestrijding in Nederlands-Indië en Nederland aan het publiek gepresenteerd. De auteur is J.E. (Bert) Landheer. Hij werkte van 1968 tot 1974 in een lepracentrum in Uganda en maakte na terugkeer in Nederland van 1982-2012 deel uit van het bestuur van de Q.M. Gastmann-Wichers Stichting, vanaf 1994 als voorzitter.
Dit fraai uitgevoerde boek met prachtige veelzeggende foto’s en betekenisvolle ingekaderde teksten, bespreekt:
- Leven en werk van Quirine Mathilde Gastmann-Wichers
- De geschiedenis van de naar haar vernoemde stichting
- Enkele aspecten van de leprabestrijding in Nederlands Indië in de negentiende en twintigste eeuw
- Een stuk Nederlandse leprageschiedenis (negentiende en twintigste eeuw).
- De rol van deze stichting bij de bevordering van lepra – onderwijs en – onderzoek in Nederland
Wat dit laatste betreft, over de geschiedenis van lepra in Nederland is niet erg veel gepubliceerd. Dit boek van Landheer is (naast andere verdiensten waarover zo meteen meer) dan ook een welkome en belangrijke aanvulling op twee oude werken over de leprageschiedenis van Nederland, namelijk de studie van Israëls uit 1856 [1] en het proefschrift van Kettings uit 1922. [2,3] Lepra is als inheemse ziekte in de zeventiende eeuw uit Nederland verdwenen. Maar daarmee was voor Nederland het lepraprobleem niet opgehouden te bestaan. De ziekte kwam immers voor in de (voormalige) Nederlandse koloniën. Tussen 1946 en 1966 zijn ongeveer 300.000 personen uit ‘de Oost’ naar Nederland gerepatrieerd. Onder hen bevonden zich ook leprapatiënten. Hun opvang was niet vlekkeloos. Professor Eddy Hermans zegt dat er direct na de oorlog zo’n dodelijke oudtestamentische angst voor lepra heerste, dat geen enkel ziekenhuis in Nederland deze mensen wilde opnemen, zelfs de confessionele ziekenhuizen niet. Ook bij de gemeenten die om hulp werd gevraagd was er lepra-angst, die ook nog eens samenviel met de grote naoorlogse woningnood. Er werd een noodzaak gevoeld tot landelijke coördinatie van de leprazorg. Op advies van Hermans werd besloten een stichting in het leven te roepen. Op 11 mei 1950 vond de oprichtingsvergadering plaats op het ministerie van Sociale Zaken in den Haag. Hermans stelde voor om in de naam van de stichting het woord lepra niet op te nemen, want daar zouden problemen uit voortkomen. Secretaris Borstlap opperde de naam Q.M. Gastmann-Wichers. Hij lichtte toe dat hij talloze aanwijzingen over het baanbrekend werk van deze vrouw had gevonden: “Zij was de eerste vrouw die belangstelling toonde voor de medische en sociale steun aan lepralijders in Indonesië. Zij verzette enorm veel werk op dit gebied, zij richtte onder andere een leprozerie op”, aldus Borstlap, die doelde op de leprozerie Dono Rodjo op Java. Hij stelde voor de stichting als posthume hulde haar naam te geven. De vergadering stemde unaniem in.
In 1918 werd in Heerde op de Veluwe op initiatief van mevrouw Gastmann-Wichers de leprozerie Heidebeek opgericht. Het was een herstellingsoord voor leprapatiënten. Aanvankelijk werd hier nauwelijks gebruik van gemaakt, maar Heidebeek ging een belangrijke rol vervullen bij de opvang van leprapatiënten onder de vele repatrianten, die na 1945 uit Nederlands-Indië naar Nederland kwamen.
In het boek wordt de oprichting, het dagelijks leven, de neergang en de sluiting van deze leprozerie in 1972 besproken. Landheer baseert zich op uitvoerig speurwerk. Zijn lijst van referenties is indrukwekkend. Hij voegt een bijzondere loot toe aan zijn op degelijk archiefonderzoek gebaseerd werk: in hoofdstuk 8 wordt het levensverhaal van twee leprapatiënten gepresenteerd. Het is een trend in de moderne geschiedschrijving om naast het resultaat van archiefwerk ook de verhalen van de gewone mens, uit hun eigen mond opgetekend, te laten horen. Deze vorm van geschiedschrijving, oral history, gebaseerd op interviews, vertelt de geschiedenis van de gewone man, het is de zogenoemde geschiedenis achter de ‘grote geschiedenis’. Deze bottom-upbenadering is een aanwinst voor het boek. Het zijn twee aangrijpende verhalen die door Landheer zijn neergezet. Een daarvan is de geschiedenis van een ex-leprapatiënt die vertelt hoe in 1942 bij hem als 11-jarige jongen in Nederlands-Indië een lepravlek werd ontdekt en hij een jaar later verbannen werd naar een leprakolonie. Hij kon niet vermoeden dat dit een afscheid voor eeuwig betekende. Het drong langzaam tot hem door dat hij leproos was. Het was oorlog. Door slechte leefomstandigheden en gebrek aan medicijnen was hij in 1947 zo verzwakt dat hij werd overgeplaatst naar de ‘toiletruimte’, waar hopeloze gevallen en stervenden werden ondergebracht. Hier werd hij op een middag in zijn slaap verrast. Een koele hand werd op zijn voorhoofd gelegd en voor hij zijn ogen opende wist hij dat deze hand aan een gezond mens behoorde. Het was een militaire arts die hem naar Soerabaja transporteerde, waar een lepra-afdeling was. Het weerzien met zijn familie werd een drama. Zijn lichaam was zo geschonden dat men hem niet wilde accepteren: “we hebben aan kennissen gezegd dat je in het kamp bent overleden en we geloven dat dit voor ons allen het beste is”. De klap kwam hard aan bij de toen 17-jarige. Hij ging terug naar de leprozerie, van waaruit hij in 1950 per boot naar Nederland vertrok. Hij heeft enkele jaren gewoond in de leprozerie Heidebeek. Hij vertelt dat angst nog steeds onderdeel is van zijn leven. Angst om door de wereld herkend te worden als leproos. Hij eindigt zijn dramatisch verhaal met de vraag waarmee ook dokter Gramberg zijn boek: 20 jaar arbeid in Dono Rodjo eindigt: “ik ben leproos, zijt gij ook bang voor mij?”
De stichting is vernoemd naar mevrouw Q.M. GastmannWichers. Maar wie was zij? Jonkvrouwe Quirine MathildeWichers wordt op 8 maart 1861 in Vlissingen geboren. Ze wordt onderwijzeres en trouwt op 8 juni 1893 in Den Haag met de in Nederlands Indië geboren jurist Louis Gastmann. Het echtpaar vertrekt nog datzelfde jaar naar Indië. Louis wordt in 1899 president van de Raad van justitie in Batavia en in 1909 president van de beide hoge gerechtshoven in Nederlands-Indië. Hiermee verkeert het echtpaar in de hoogste bestuurlijke kringen. De belangstelling van Mathilde voor lepra is vanaf haar eerste contact met deze ziekte bij aankomst in Indië in 1893 gewekt. De leprabestrijding komt door de acceptatie van de besmettelijkheid en isolatiestrategie op de wereldcongressen van 1899 en 1909 wereldwijd en ook in Nederlands-Indië in nieuw vaarwater. Het in 1910 in Indië opgerichte Oranjekruis behoort tot de voorstanders van strikte afzondering van leprapatiënten. Voor mevrouw GastmannWichers, vicevoorzitter van deze vereniging, is de oprichting van leprozerie Dono Rodjo een belangrijk doel, dat in 1911 wordt gerealiseerd. Datzelfde jaar vertrekt ze naar Nederland. Hier gaat ze zich inzetten voor de (dan nog slechts enkele) leprapatiënten, de meesten zijn repatrianten uit de Oost. Ze volgt daarbij ook in Nederland de lijn van de strikte isolatie. Ze wordt bestuurslid van het Oranjekruis in Nederland. Bijzonder is dat ze de leiding nam in een periode dat weinig vrouwen een leidende rol vervulden. Ze was daarmee haar tijd ver vooruit. Zij overlijdt op 5 februari 1938. Ze was volgens de Haagse krant Het Vaderland de ziel en de stuwkracht van de leprabestrijding in Nederland.
De rol van de Gastmann-Wichers Stichting in het Nederlands lepra-onderwijs en -onderzoek is formidabel. De stichting faciliteert niet minder dan drie bijzondere hoogleraarschappen op het gebied van lepra:
- De leerstoel Tropische dermatologie, bij de Universiteit van Amsterdam, bekleed door William Faber van 1995 tot 2008. Hij wordt in 2010 opgevolgd door Henry de Vries.
- In 2011 wordt Jan Hendrik Richardus benoemd tot bijzonder hoogleraar Infectieziekten en Publieke Gezondheidszorg vanwege de GGD Rotterdam- Rijnmond aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
- In 2015 wordt Annemiek Geluk benoemd tot bijzonder hoogleraar Immunodiagnostiek van mycobacteriële infectieziekten aan de Universiteit Leiden.
Het boek van Landheer is een aanwinst voor de Nederlandse medische geschiedschrijving en mag niet ontbreken in de boekenkast van mensen die geïnteresseerd zijn in de medische en/of leprageschiedenis. Het is een lezenswaardig boek en een prima naslagwerk.
Literatuur
1. Israëls AH. Bijdrage tot de geschiedenis der lepra in de Noordelijke Nederlanden. Ned Tijdschr Geneeskd 1857;1:161-75.
2. Ketting GNA. Bijdrage tot de geschiedenis van de lepra in Nederland, 1922. Academisch proefschrift, Amsterdam, 1922.
3. Menke HE. Bijdrage tot de geschiedenis van de lepra in Nederland, G.N.A. Ketting, 1922. Ned Tijdschr Dermatol Venereol. 2016;26:93-4.
Correspondentieadres
Henk Menke
E-mail: henkmenke@gmail.com