Ga naar hoofdinhoud Ga naar voettekst
Mijn NVDVContactInloggen
  • Vereniging
    • Over ons
    • Missie en strategie
    • Bestuur
    • Bureau
    • Commissies
    • Domeingroepen
    • Lidmaatschap en lid worden
    • Verwante organisaties
    • Werken bij de NVDV
  • Actueel
    • Agenda
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsbrieven
    • Klinische vacatures
    • Verenigingsvacatures
  • Beroepsbelangen
    • Arbeidsvoorwaarden
    • Beroepsbelangen
    • Handige documenten
    • Landelijke zorgakkoorden
    • Logex normtijden
    • Veelgestelde vragen
  • Kwaliteit
    • Documenten ter consultatie
    • Kwaliteitsbeleid
    • Kwaliteitvisitatie
    • Nationaal Constitutioneel Eczeem Project
    • Patiëntenfolders
    • Richtlijnen
    • Registratie MMC
    • Standpunten en leidraden
    • Werkinstructies
  • Opleiding & nascholing
    • Cursorisch onderwijs
    • Digitale Leeromgeving
    • (Her)registratie en accreditatie
    • Opleiding tot dermatoloog
    • Dermatologendagen
    • Wetenschappelijke vergadering
  • Wetenschap & innovatie
    • Kennisagenda
    • NTvDV
    • Zoek een artikel
    • Actuele projecten
PatiëntenVADV

Menu

Vereniging

  • Over ons
  • Missie en strategie
  • Bestuur
  • Bureau
  • Commissies
  • Domeingroepen
  • Lidmaatschap en lid worden
  • Verwante organisaties
  • Werken bij de NVDV

Actueel

    Agenda
    Nieuwsberichten
    Nieuwsbrieven
    Klinische vacatures
    Verenigingsvacatures

Beroepsbelangen

  • Arbeidsvoorwaarden
  • Beroepsbelangen
  • Handige documenten
  • Landelijke zorgakkoorden
  • Logex normtijden
  • Veelgestelde vragen

Kwaliteit

  • Documenten ter consultatie
  • Kwaliteitsbeleid
  • Kwaliteitvisitatie
  • Nationaal Constitutioneel Eczeem Project
  • Patiëntenfolders
  • Richtlijnen
  • Registratie MMC
  • Standpunten en leidraden
  • Werkinstructies

Opleiding & nascholing

  • Cursorisch onderwijs
  • Digitale Leeromgeving
  • (Her)registratie en accreditatie
  • Opleiding tot dermatoloog
  • Dermatologendagen
  • Wetenschappelijke vergadering

Wetenschap & innovatie

  • Kennisagenda
  • NTvDV
  • Zoek een artikel
  • Actuele projecten
Mijn NVDVContactInloggen
Wetenschap en innovatie
  • Kennisagenda
  • NTvDV
  • Zoek een artikel
  • Actuele projecten

Zoek een artikel

Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.

    • Het microbioom als target voor behandeling

      J. de Wit, J.E.E. Totté, S.G.M.A. Pasmans

      Constitutioneel eczeem (CE) is een chronische inflammatoire ziekte, waarbij de pathogenese wordt gekarakteriseerd door een verminderde huidbarrière, een veranderde immuunrespons en een verstoorde samenstelling van het huidmicrobioom (dysbiose). Ondanks dat de rol van het microbioom in CE nog niet volledig ontrafeld is, lijkt een disbalans tussen de drie componenten betrokken te zijn bij het ontstaan van CE. Hierin kan de initiële trigger elk van de pijlers omvatten. Informatie over de bacteriële samenstelling op de huid kan bijdragen aan de overweging om met behandeling hierop aan te grijpen, in aanvulling op de huidbarrière (emolliens) en anti-inflammatoire behandeling. Echter, antibiotica staat langdurige behandeling niet toe gezien het risico op resistentie en invloed op de commensale microbiota. Er zijn verschillende nieuwe (niet-antibiotische) behandelstrategieën in ontwikkeling die aangrijpen op het huidmicrobioom. Deze strategieën richten zich enerzijds op herstel van de microbiële dysbiose met behulp van nuttige micro-organismen en anderzijds op het doelgericht aangrijpen van één pathogene soort.

      Microbioom van de huid

      P.L.J.M. Zeeuwen, T.H.A. Ederveen, D.A. van der Krieken, G. Rikken, J. Schalkwijk, E.H. van den Bogaard

      Een decennium geleden startten wetenschappers het onderzoek naar de microbiële gemeenschappen in en op ons lichaam, ook wel het humane microbioom genoemd. Men dacht dat een beter zicht op de microbiële compositie en functie van die micro-organismen zou kunnen leiden tot een betere ziektediagnostiek, behandeling en preventie. Ook bij veelvoorkomende huidziekten zijn huidmicrobiota, en dan met name veranderingen in de samenstelling hiervan (ofwel: dysbiose), in verband gebracht met de pathogenese van deze aandoeningen. Microbioomstudies vinden echter in principe alleen correlaties en associaties, terwijl causale relaties hiermee niet rechtstreeks kunnen worden opgehelderd. In dit artikel wordt een studie aanpak gegeven hoe van associatie naar causaliteit te gaan, met een specifieke focus op huid (micro)biologie.

      Een verbeterde diagnostische opbrengst voor filaggrine

      F.S. van Leersum

      Artikel in PDF F.S. van Leersum Achtergrond  Moleculaire diagnostiek voor ichthyosis vulgaris (IV) met conventionele…

      Het effect van koolteerbehandeling op het microbioom van de eczeemhuid

      J.P.H. Smits

      Artikel in PDF J.P.H. Smits Samenvatting  Kolonisatie en infectie van de huid door Staphylococcus aureus…

      Complicaties van fillers

      P. Velthuis

      Artikel in PDF P. Velthuis Complicaties van fillers vormen een nieuw soort dermatologische aandoening. Het…

      Facial rejuvenation: een praktische benadering

      J. Kadouch

      Artikel in PDF J. Kadouch Behandelingen ter verfraaiing van het gezicht, ofwel facial rejuvenation, vormen…

      Lipofilling: achtergrond en praktische tips

      L. Habbema

      Lipofilling is een snel in populariteit toenemende behandeling. Er bestaat echter geen eenduidigheid over de wijze waarop deze behandeling dient te worden uitgevoerd om de grootste overlevingskans van het vet te bewerkstelligen na transplantatie. De behandeling wordt uitgevoerd onder tumescente lokale anesthesie. Mechanische factoren zijn van groot belang voor het resultaat. Tijdens het werven betreft dit de hoogte van negatieve druk en de grootte van de openingen van de canule. Tijdens het bewerken van de graft het al of niet centrifugeren en tijdens het inspuiten de keuze van de naald of canule. Maar ook de keuze van het lokaal anestheticum, de diepte waarop het vet wordt geworven, het wassen van het aspiraat en het toevoegen van Stromal Vascular Fraction of shockwavetherapie kan het resultaat beïnvloeden. De therapeutische mogelijkheden zijn veelbelovend, doch het standaardiseren van de techniek vergt nog onderzoek.

      The genetics of skin ageing

      D. Gunn

      Nature or Nurture? – One of the oldest debated questions in human biology. DNA sequence variants (Nature) effect the function and regulation of genes and, as a result, affect how cells and tissues age. Twin studies indicate half of the variation in the appearance of skin ageing features are attributable to DNA sequence variants, indicating they have a substantial influence on skin ageing. Genome Wide Association Studies (GWASs) are employed to identify which DNA sequence variants across the whole human genome most strongly associate with a specific ageing trait. As DNA sequence variants do not change over time, GWASs are more likely to identify biological processes that cause ageing rather than are a consequence of ageing. In effect, GWAS findings identify proteins and biological pathways that can slow the ageing process. Herein, I review progress to-date
      in GWASs that have identified DNA sequence variants that influence skin and facial ageing.

      In memoriam - Prof. dr. Jan D. Bos (1951-2020)

      M.A. de Rie

      Artikel in PDF M.A. de Rie | Fotografie: Heno Fotostudio, Amsterdam Jan Dositheus Bos, geboren…

      Lichen planopilaris. Kliniek en histologie

      M.V. Starink

      Lichen planopilaris (LPP) is een zeldzame, chronische, meestal langzaam progressieve ziekte die met name voorkomt bij postmenopauzale vrouwen met een licht huidtype. Het is één van de vormen van verlittekenende alopecia. Kenmerkend zijn jeuk/pijn, perifolliculair erytheem en (peri)folliculaire schilfering, later gevolgd door permanent haarverlies. Er zijn meerdere klinische varianten. Meest voorkomend zijn klassieke LPP, waarbij de scalp en soms de rest van het lichaam pleksgewijs is aangedaan – en frontaal fibroserende alopecie, waarbij wenkbrauwen en voorste haargrens worden getroffen. Histopathologisch zijn de ziekten identiek. De oorzaak is onbekend. Behandeling is vaak teleurstellend en meer gebaseerd op ervaring dan op bewijs.

      Nieuwe ontwikkelingen in psoriasis

      E.M.G.J. de Jong

      Artikel in PDF E.M.G.J. de Jong Het huidige behandelarsenaal van psoriasis is zeer uitgebreid. Met…

      Update eczeem - ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen

      M.L.A. Schuttelaar

      Dupilumab is de eerste, en op dit moment de enige, biologic die geregistreerd is voor de behandeling van matig tot ernstig constitutioneel eczeem. Verschillende nieuwe orale en injecteerbare behandelingen voor constitutioneel eczeem, zoals biologics en zogenoemde small molecules, waaronder de Janus-kinaseremmers, zijn in ontwikkeling. Na de introductie van nieuwe middelen zal het de vraag zijn welk middel we gaan kiezen voor de behandeling van constitutioneel eczeem na falen van orale klassieke immunosuppressiva. Toekomstige resultaten van vergelijkende studies kunnen daar mogelijk bij helpen. Onderzoek laat echter ook zien dat constitutioneel eczeem kan worden ingedeeld in verschillende endofenotypes, gebaseerd op klinische of moleculaire parameters. Deze verschillende varianten zouden een verschillende therapeutische benadering nodig kunnen hebben, afhankelijk van de dominante immuunrespons in elke patiëntengroep.

      De hedgehog-signaalroute in basaalcelcarcinoom

      B.J.A. Verkouteren, K. Mosterd

      De hedgehog-signaalroute, bestaande uit onder andere patched 1 (PTCH1) en smoothened (SMO), speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van basaalcelcarcinomen (BCC’s). Sinds 2012 is vismodegib, een hedgehog-signaalrouteremmer, geregistreerd voor behandeling van gevorderd BCC. Het wordt daarnaast ook off-label gebruikt voor behandeling van BCC’s van patiënten met het basaalcelnaevussyndroom (BCNS). Dit syndroom wordt veroorzaakt door een kiembaan- of postzygotische mutatie in het PTCH1-gen, waardoor BCNS-patiënten al vanaf jonge leeftijd vele BCC’s ontwikkelen. Hoewel de respons op vismodegib in klinische studies hoog was, werden er ook veel bijwerkingen gemeld. Hierdoor is vismodegib niet ideaal voor BCNS-patiënten, bij wie levenslange behandeling noodzakelijk is. Inmiddels is ook gebleken dat gevorderde BCC’s van niet-BCNS-patiënten vaak resistent worden voor vismodegib. Deze resistentie wordt veroorzaakt door activerende mutaties in het SMO-gen. Genetisch onderzoek hiernaar kan relevant zijn voor (prognose van) de therapie. Desalniettemin zijn er nieuwe therapeutische ontwikkelingen nodig voor beide patiëntgroepen.

      Huidkankerzorg door de huisarts

      M. Wakkee, J. Eekhof

      Dermatologie is een significant onderdeel van de zorgvragen bij de huisarts en de meest voorkomende reden voor de huisarts om mensen te verwijzen. Verdachte plekjes maken een relevant deel uit van deze verwijzingen. De sensitiviteit van de huisarts voor het herkennen van huidkanker is relatief laag. Met de stijgende huidkankerincidentie zijn er de afgelopen jaren verschillende initiatieven geweest om de diagnostiek in de eerste lijn te verbeteren. In dit artikel beschrijven we de zorg vanuit het perspectief van de huisarts inclusief zorgvragen voor verdachte huidafwijkingen en hoe de verschillende dermatologische initiatieven de laatste jaren hierop van invloed zijn geweest.

      Nieuwe aanvullende behandeling voor stadium III-melanoom

      B.J. Sikkema, P. Gobardhan, D. Kuijpers, D.M. den Hoed, A.A.M. Van der Veldt, A.J. ten Tije

      Patiënten met stadium III-melanoom hebben risico op een lokaal recidief en metastasen op afstand. In fase III-studies is de effectiviteit en veiligheid van aanvullende behandeling voor stadium III-melanoom na volledige resectie onderzocht. Op grond van deze onderzoeken is aanvullende behandeling voor stadium III-melanoom beschikbaar gesteld in Nederland. Om de indicatie voor aanvullende behandeling voor stadium III-melanoom te stellen, is het van belang dat melanoompatiënten adequaat gestadiëerd zijn. Behandelaars dienen met name geïnformeerd te zijn over de lymfeklierstatus. Een schildwachtklierprocedure werd ten tijde van de Nederlandse richtlijn Melanoom uit 2012 bij een minderheid van de melanoompatiënten verricht. Echter, vanwege de beschikbaarheid van aanvullende behandelopties dient iedere patiënt met een stadium T1b-melanoom of hoger met een wens tot aanvullende behandeling gestadiëerd te worden met een schildwachtklierprocedure, mits er geen vergrote klieren gevonden zijn.

      Veiligheid zonnebrandmiddelen

      N.A. Kukutsch

      Huidkanker is de meest voorkomende soort kanker in Nederland. De verwachting is dat de aantallen blijven stijgen met verdere druk op het zorgsysteem. Gebruik van zonnebrandmiddelen is één van de pijlers om huidkanker te voorkomen, maar negatieve beeldvorming over veiligheidsissues heeft tot onzekerheid bij gebruikers en professionals geleid. De associatie met huidkanker, vitamine D-tekort en gevaar voor het koraal waren prominente discussiepunten. In de literatuur is matig bewijs dat zonnebrandmiddelen huidkanker in gebieden met een intense UV-straling kunnen voorkomen. In deze situatie lijkt ook geen vitamine D-tekort te ontstaan. UV-filters zoals oxybenzon laten in vitro schadelijke effecten op koraal zien, maar in vivo zijn de data minder duidelijk. Bij stijgende concentraties in zeewater zou oxybenzon één van de (vele) schuldigen kunnen zijn die het ecosysteem verstoren. Bij bezoek aan tropische zeegebieden zou de nadruk in preventiecampagnes op UV-werende kleding en het mijden van de zon tussen de middag moeten liggen.

      NVDV-Standpunt cemiplimab

      Domeingroep Oncologie

      Artikel in PDF Domeingroep Oncologie Het standpunt cemiplimab betreft de behandeling van volwassen mensen met…

      Condylomas inside and outside, to treat or not to treat

      E. Prens

      De titel doet vermoeden dat het niet-behandelen van condylomata een optie is. Gezien de langetermijnrisico’s en consequenties van chronisch persisterende HPV-infecties, is niet-behandelen uiteraard geen reële optie. De kans op de ontwikkeling van (pre)maligniteiten zoals M. Bowen en plaveiselcelcarcinomen is bij oncogene HPV ca. 10%. Dat percentage kan bij immunosuppressie en bij MSM en hiv+ oplopen tot boven de 50%. De klassieke en meer experimentele therapeutische opties zullen besproken worden. Het is de verwachting dat de huidige experimentele therapieën in de toekomst de standaard zullen worden. 

      Genitale ulcera in Nederland en de rest van de wereld

      A.A. Hogewoning, C.J. Sanders, H.J.C. de Vries

      Genitale ulcera worden vaak veroorzaakt door seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). De geografische verspreiding van de verschillende verwekkers is verschillend en een dynamisch proces. Het risico op een hiv-besmetting bij een bestaand genitaal ulcus is sterk verhoogd. Anti-soaen -hiv-programma’s zijn in vele landen daarom vaak gecombineerd. Veel voorkomende oorzaken van genitale ulcera zijn genitale herpes en syfilis. Herpes is in de westerse wereld, Sub-Sahara Afrika en in Azië de meest voorkomende oorzaak van genitale ulcera. Syfilis neemt in westerse landen met name onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) weer toe. Echter, ook in ontwikkelingslanden blijft syfilis een belangrijke oorzaak van genitale ulcera. Andere oorzaken zijn chancroïd, lymfogranuloma venereum (LGV), donovanosis en scabiës. In de differentiële diagnose moet ook gedacht worden aan ulcera die niet door soa’s veroorzaakt worden zoals: ziekte van Crohn, trauma, ziekte van Behçet, maligniteit, fixed drug eruption, stevens-johnsonsyndroom of een banale bacteriële infectie.

      Impact van biomedische hiv-interventies: naar nul nieuwe diagnosen in 2030?

      H.J.C. de Vries

      Mannen die seks hebben met mannen vormen een van de hardst getroffen groepen in de hiv/aidsepidemie. Hivpreventiecampagnes waren tot voor kort gericht op veilige seks, bestaande uit het reduceren van het aantal partners en het gebruik van condooms. In de laatste jaren zijn hier zeer effectieve biomedische interventies bijgekomen die gebruikmaken van antiretrovirale combinatietherapie (ART). Naast de gezondheidwinst voor de patiënt is er met de komst van ART in de afgelopen tien jaar ook een dramatische daling te zien in het aantal nieuwe hiv-diagnosen, van 2% in 2011 naar 0,3% over de eerste helft van 2019. Directe start van hiv-behandeling na het stellen van de diagnose, ongeacht de mate van immuunsuppressie (ook bekend als Treatment as Prevention), en de inzet van ART als Pre-ExpositieProfylaxe (PrEP) dragen hier in belangrijke mate aan bij. Mogelijk lukt het om in Nederland het aantal nieuwe hiv-infecties naar nul te brengen in 2030.

      • ←
      • 1
      • …
      • 39
      • 40
      • 41
      • 42
      • 43
      • …
      • 74
      • →


    Bezoekadres:

    Domus Medica – 5e verdieping
    Mercatorlaan 1200
    3528 BL Utrecht
    Telefoon: 030-2006800 (bereikbaar tijdens kantooruren)
    E-mail: secretariaat@nvdv.nl

    Snelle links:

    • Bestuur
    • Bureau
    • Werken bij de NVDV
    • Verwante organisaties

    Copyright © 2026, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie

    • Voorwaarden
    • Privacy
    • Cookies

    Een productie van

    MEDonline
    Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
    Beheer toestemming
    Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
    Functioneel Altijd actief
    De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
    Voorkeuren
    De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
    Statistieken
    De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt. De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
    Marketing
    De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.
    • Beheer opties
    • Beheer diensten
    • Beheer {vendor_count} leveranciers
    • Lees meer over deze doeleinden
    Bekijk voorkeuren
    • {title}
    • {title}
    • {title}