Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Disease specific quality of life in keratinocyte cancer; the development and use of the BaSQoL questionnaire
R. Waalboer-Spuij
The development and use of the BaSQoL questionnaire
Artikel in PDF
R.
Skin resident T cells - Implications for immune homeostasis and disease
T.R. Matos
Implications for immune homeostasis and disease
Artikel in PDF
T.R.
Huidafwijkingen bij patiënten met reumatoïde artritis
S.M. Habib, E.M.G.J. de Jong, A.P.M. Lavrijsen, K.D.Quint, H.U. Scherer, M.H. Vermeer
Reumatoïde artritis (RA) is een auto-immuunaandoening gekenmerkt door een progressieve, veelal symmetrische polyartritis. RA is een multisysteemziekte, waarbij naast de gewrichten ook andere organen kunnen zijn aangedaan. De management van deze aandoening vereist om deze reden een multidisciplinaire aanpak. Huidafwijkingen bij RA-patiënten worden beschouwd als een van de meest voorkomende extra-articulaire manifestaties en vormen de focus van dit overzichtsartikel. Hoewel er geen officiële indeling is gerapporteerd in de literatuur, zullen de cutane manifestaties bij RA worden uitgelicht aan de hand van de volgende indeling: noduleuze huidafwijkingen, (cutane) reumatoïde vasculitis, neutrofiele dermatosen, granulomateuze dermatitis en aspecifieke huidafwijkingen.
Huidafwijkingen bij patiënten met reumatoïde artritis
S.M. Habib, E.M.G.J. de Jong, A.P.M. Lavrijsen, K.D.Quint, H.U. Scherer, M.H. Vermeer
Reumatoïde artritis (RA) is een auto-immuunaandoening gekenmerkt door een progressieve, veelal symmetrische polyartritis. RA is een multisysteemziekte, waarbij naast de gewrichten ook andere organen kunnen zijn aangedaan. De management van deze aandoening vereist om deze
reden een multidisciplinaire aanpak. Huidafwijkingen bij RA-patiënten worden beschouwd als een van de meest voorkomende extra-articulaire manifestaties en vormen de focus van dit overzichtsartikel. Hoewel er geen officiële indeling is gerapporteerd in de literatuur, zullen de cutane
manifestaties bij RA worden uitgelicht aan de hand van de volgende indeling: noduleuze huidafwijkingen, (cutane) reumatoïde vasculitis, neutrofiele dermatosen, granulomateuze dermatitis en aspecifieke huidafwijkingen.
Plaveiselcelcarcinoom bij een patiënt met prurigo nodularis
L.G.J.M. Zwerink, C.W. van Haselen, J.W.R. Meijer
L.G.J.M.
Primair cutaan CD4+ small/medium T-cel lymfoproliferatieve aandoening
E.J.J. Kallen, T.B.J. Demeyere, G.A.M. Krekels
E.J.J.
Prurigo pigmentosa
R.E.J. Roach, R. van Doorn
Prurigo pigmentosa is een weinig erkende inflammatoire aandoening, gekenmerkt door recidiverende sterk jeukende reticulair gerangschikte papels op de romp die binnen enkele weken genezen met nalating van post-inflammatoire hyperpigmentatie. Deze aandoening reageert goed op behandeling met doxycycline.
Uitgebreide bilaterale naevus van Becker
A. Koning, S.L. Croonen, M.E. Schram
We beschrijven een casus van een 17-jarige jongen met een bilateraal aanwezige gehyperpigmenteerde macula posterieur verlopend over beide scapulabladen en de hals en anterieur op de rechterborst. Het beeld past klinisch en histopathologisch bij een uitgebreide bilaterale naevus van Becker. De naevus van Becker is een gepigmenteerde dermatose, manifesteert zich vaak in de puberteit en is geassocieerd met malformaties. Deze specifieke presentatie is zeldzaam en werd slechts bij vier patiënten beschreven in de literatuur. De behandeling bestaat voornamelijk uit lasertherapie en is teleurstellend.
Het microbioom als target voor behandeling
J. de Wit, J.E.E. Totté, S.G.M.A. Pasmans
Constitutioneel eczeem (CE) is een chronische inflammatoire ziekte, waarbij de pathogenese wordt gekarakteriseerd door een verminderde huidbarrière, een veranderde immuunrespons en een verstoorde samenstelling van het huidmicrobioom (dysbiose). Ondanks dat de rol van het microbioom in CE nog niet volledig ontrafeld is, lijkt een disbalans tussen de drie componenten betrokken te zijn bij het ontstaan van CE. Hierin kan de initiële trigger elk van de pijlers omvatten. Informatie over de bacteriële samenstelling op de huid kan bijdragen aan de overweging om met behandeling hierop aan te grijpen, in aanvulling op de huidbarrière (emolliens) en anti-inflammatoire behandeling. Echter, antibiotica staat langdurige behandeling niet toe gezien het risico op resistentie en invloed op de commensale microbiota. Er zijn verschillende nieuwe (niet-antibiotische) behandelstrategieën in ontwikkeling die aangrijpen op het huidmicrobioom. Deze strategieën richten zich enerzijds op herstel van de microbiële dysbiose met behulp van nuttige micro-organismen en anderzijds op het doelgericht aangrijpen van één pathogene soort.
Microbioom van de huid
P.L.J.M. Zeeuwen, T.H.A. Ederveen, D.A. van der Krieken, G. Rikken, J. Schalkwijk, E.H. van den Bogaard
Een decennium geleden startten wetenschappers het onderzoek naar de microbiële gemeenschappen in en op ons lichaam, ook wel het humane microbioom genoemd. Men dacht dat een beter zicht op de microbiële compositie en functie van die micro-organismen zou kunnen leiden tot een betere ziektediagnostiek, behandeling en preventie. Ook bij veelvoorkomende huidziekten zijn huidmicrobiota, en dan met name veranderingen in de samenstelling hiervan (ofwel: dysbiose), in verband gebracht met de pathogenese van deze aandoeningen. Microbioomstudies vinden echter in principe alleen correlaties en associaties, terwijl causale relaties hiermee niet rechtstreeks kunnen worden opgehelderd. In dit artikel wordt een studie aanpak gegeven hoe van associatie naar causaliteit te gaan, met een specifieke focus op huid (micro)biologie.
Lipofilling: achtergrond en praktische tips
L. Habbema
Lipofilling is een snel in populariteit toenemende behandeling. Er bestaat echter geen eenduidigheid over de wijze waarop deze behandeling dient te worden uitgevoerd om de grootste overlevingskans van het vet te bewerkstelligen na transplantatie. De behandeling wordt uitgevoerd onder tumescente lokale anesthesie. Mechanische factoren zijn van groot belang voor het resultaat. Tijdens het werven betreft dit de hoogte van negatieve druk en de grootte van de openingen van de canule. Tijdens het bewerken van de graft het al of niet centrifugeren en tijdens het inspuiten de keuze van de naald of canule. Maar ook de keuze van het lokaal anestheticum, de diepte waarop het vet wordt geworven, het wassen van het aspiraat en het toevoegen van Stromal Vascular Fraction of shockwavetherapie kan het resultaat beïnvloeden. De therapeutische mogelijkheden zijn veelbelovend, doch het standaardiseren van de techniek vergt nog onderzoek.
The genetics of skin ageing
D. Gunn
Nature or Nurture? – One of the oldest debated questions in human biology. DNA sequence variants (Nature) effect the function and regulation of genes and, as a result, affect how cells and tissues age. Twin studies indicate half of the variation in the appearance of skin ageing features are attributable to DNA sequence variants, indicating they have a substantial influence on skin ageing. Genome Wide Association Studies (GWASs) are employed to identify which DNA sequence variants across the whole human genome most strongly associate with a specific ageing trait. As DNA sequence variants do not change over time, GWASs are more likely to identify biological processes that cause ageing rather than are a consequence of ageing. In effect, GWAS findings identify proteins and biological pathways that can slow the ageing process. Herein, I review progress to-date
in GWASs that have identified DNA sequence variants that influence skin and facial ageing.