Dit onderdeel wordt maandelijks aangevuld bij het verschijnen van het nieuwe NTvDV-nummer.
Indien je een specifiek artikel zoekt dat niet online beschikbaar is, kan je contact opnemen met secretariaat@nvdv.nl.
- Kennisagenda
- NTvDV
- Zoek een artikel
- Actuele projecten
Zoek een artikel
Atypische melanocytaire laesies
W.A.M. Blokx
Het onderscheid tussen benigne en maligne melanocytaire tumoren kan grote gevolgen hebben voor de patiënt.
Ontwikkelingen op het gebied van de behandeling van intra-epidermale neoplasieën
M.M.G. Moermans, S. Ahmady, K. Mosterd
Onder intra-epidermale neoplasieën verstaan we premaligne voorloperstadia van het plaveiselcelcarcinoom (PCC).
De consequenties van een acrylaatallergie: praktische adviezen
T.P. Buters, M.J.C. Leijs, A.C.M. Kunkeler
Met dit opiniestuk willen wij aandacht vragen voor het toenemende aantal patiënten met een acrylaatallergie en de praktische consequenties hiervan.
Histopathologie van inflammatoire dermatosen: systematische diagnostiek
M.R. van Dijk, M.V. Starink
Dermatologie blinkt uit in aantallen diagnoses.
Regulatie van huidcellen via de aryl koolwaterstofreceptor (AHR) verloopt stapsgewijs
J.P.H. Smits
Sinds jaar en dag weten we dat het smeren van koolteerzalf zorgt voor verlichting bij atopisch eczeem patiënten.
Vitiligo en huidkanker: auto-immuniteit als gids voor effectieve tumorimmuniteit
R.M. Luiten
Vitiligopatiënten hebben minder huidpigment, maar toch een verlaagd risico op huidkanker, zowel melanoom als keratinocyt kanker.
Evaluation of CD39, CD73, and CD38 as potential biomarkers
S. Marchisio, Y. Yakymiv, L. Lin, E. Ortolan, G. Roccuzzo, F. J. de Bie, L. Marega, W. H. Zoutman, A. J. van der Sluijs-Gelling, S. de Haan3, F. A. Scheeren, A. El Ghalbzouri, C. P. Tensen, M. H. Vermeer, P. Quaglino, A. Funaro
Background: Sèzary Syndrome (SS) is a rare and aggressive leukemic form of cutaneous T-cell lymphoma with neoplastic CD4+ T cells (Sézary cells) in the skin, lymph nodes, and blood (1).
Beestig veel jeuk, jeuk veroorzaakt door parasitaire infecties
N.A. Horst
Jeuk is een veelvoorkomende klacht met een brede differentiaaldiagnose. Parasitaire infecties kunnen een mogelijke oorzaak zijn. Een parasiet is een organisme of virus dat in (endoparasiet) of op (ectoparasiet) zijn gastheer leeft en vermenigvuldigt en de energie daarvoor uit zijn gastheer haalt. Voor jeuk relevante endoparasieten zijn: protozoa zoals Leishmania, helminthen zoals enterobius vermicularis, ankylostoma en schistosomiasis. Relevante ectoparasieten zijn insecten zoals, luizen vlooien, bedwantsen en mijten zoals scabiës of oogstmijten. In dit artikel worden de kenmerken en bijbehorende kliniek en behandeling van bovenstaande parasieten besproken.
De neuro-immunologie van prurigo nodularis
N.C. Sreeram, H.B. Thio
Prurigo nodularis is een chronische inflammatoire huidziekte die wordt gekenmerkt door het ontstaan van sterk jeukende nodulaire laesies. Patiënten met de aandoening bevinden zich in een vicieuze cirkel van aanhoudende jeuk en krabben, wat
leidt tot aanzienlijke vermindering van de kwaliteit van leven. Een centrale rol in de pathofysiologie van prurigo nodularis wordt gespeeld door neurale- en immuundysregulatie. Dit artikel gaat verder in op deze processen, waarbij onder andere
toegenomen zenuwactiviteit en sensitisatie een rol spelen. Naast perifere veranderingen van de zenuwen speelt ook het centrale zenuwstelsel een rol, waarbij versterkte verwerking van jeuksignalen wordt waargenomen. Verschillende
hersengebieden zijn hierbij betrokken, waaronder de somatosensorische cortex en beloningssystemen. Immunologisch is bij prurigo nodularis sprake van een type2-inflammatie, waarbij de cytokines interleukine-4 en -31 waarschijnlijk centraal staan. De nieuwste behandelingen van prurigo nodularis zijn hierop gebaseerd: biologics, zoals dupilumab en nemolizumab, laten veelbelovende resultaten zien en bieden hoop op betere behandelopties.
Diagnostische uitwerking chronische jeuk
H. Lapeere
Jeuk is een frequente klacht waarmee patiënten die zich op het dermatologisch spreekuur aanbieden. Voor de dermatoloog is het vaak een uitdaging om de oorzaak te achterhalen en een behandelplan op te stellen. Het probleem wordt het beste benaderd door een systematische aanpak toe te passen op basis van de informatie die verkregen werd uit een specifieke anamnese en een grondig klinisch onderzoek. In de uitwerking van jeuk wordt in een eerste stap uitgemaakt of de jeuk al dan niet veroorzaakt wordt door een huidaandoening. Wanneer er geen evidente huidaandoening aanwezig is moet uitgemaakt worden of een systemische, neuropathische of psychogene aandoening aan de basis ligt van de jeuk. De behandeling van jeuk moet vervolgens aangepast worden naargelang de onderliggende oorzaak.
Internistische oorzaken van jeuk
R. Speeckaert
Bij de oorzaken van jeuk vormen internistische ziekten een belangrijke groep. Lever- en nierziekten zijn heel gekend om frequent met jeukklachten gepaard te gaan. Bij endocrinologische oorzaken is vooral diabetes een aandachtspunt. Moeilijker wordt het bij hematologische ziekten of maligniteiten waarbij het soms een zoektocht kan zijn om tot de correcte diagnose te komen. Dit artikel biedt een stappenplan voor de diagnose en aanpak van chronische jeuk door internistische oorzaak. Centraal blijft een goede anamnese en klinisch onderzoek. Een kosteneffectieve aanpak vereist enkel doelgericht onderzoeken uit te voeren naargelang de bijkomende symptomen. De meeste diagnoses vereisen een specifieke behandeling die soms door de internist kan uitgevoerd worden maar waarbij heel vaak de expertise van een dermatoloog noodzakelijk blijkt. Een uitdagende zoektocht waarbij een gelukkige jeukvrije patiënt het einddoel is.
Neuropathische jeuk, een onzichtbaar ongemak
P.M.J.H. Kemperman
Neuropathische jeuk (NPJ) is een invaliderend symptoom veroorzaakt door zenuwschade of -dysfunctie. In tegenstelling tot inflammatoire jeuk, die wordt aangedreven door immuunprocessen, ontstaat NPJ door abnormale activiteit van sensorische zenuwen. Het presenteert zich doorgaans zonder zichtbare huidafwijkingen. Veelvoorkomende vormen zijn brachioradiale pruritus, notalgia paresthetica en postherpetische neuralgie. De pathofysiologie omvat perifere en
centrale sensitisatie, waarbij factoren zoals zenuwcompressie, neuro-inflammatie en psychologische stress een rol spelen. Behandeling richt zich op lokale therapieën, systemische middelen en psychologische interventies.
Nonbulleus pemfigoïd: toevoeging aan DD van pruritus en prurigo
J.M. Meijer
Nonbulleus pemfigoïd kan een onderliggende oorzaak zijn van chronische jeuk, voornamelijk bij oudere patiënten. Vanwege de diverse klinische presentaties van nonbulleus pemfigoïd, met of zonder primaire huidafwijkingen, is de herkenning uitdagend en aanvullende diagnostiek voor deze auto-immuunziekte aangewezen. Slechts een kleine minderheid ontwikkelt blaren op de huid (bulleus pemfigoïd), mogelijk pas jaren na de diagnose.
Zwarte zwanen
I.C. Terra – Janse
Tien jaar geleden publiceerde ik mijn eerste wetenschappelijke artikel.
(N)iets mis met water
E. Geerardy, A. Van Laethem, A. Stockman
We beschrijven drie klinische acrale beelden, met name pool palms, hereditary papulotranslucent acrokeratoderma en aquagenic syringeal acrokeratoderma, die uitgelokt of geaccentueerd worden bij contact met water. Twee jonge patiëntjes vertonen erytheem en blaarvorming op de vetkussens van de handpalmen en vingers. De letsels treden steeds op na een zwempartij, passend bij pool palms. Deze frictiedermatitis ontstaat door herhaaldelijk wrijven van de handpalmen tegen ruwe zwembadboorden. Spontane heling zonder littekens treedt op bij vermijden van dit contact. Bij hereditary papulotranslucent acrokeratoderma en aquagenic syringeal acrokeratoderma ontbreekt de frictiecomponent. In het geval van de eerste conditie, met autosomaal dominante overerving, zijn de aanwezige harde gelige glazige papels persisterend. Aquagenic syringeal acrokeratoderma wordt gekenmerkt door transiënte gemacereerde papels op de handpalmen bij contact met
water en kan geassocieerd zijn met mucoviscidose. Het betreffen goedaardige fenomenen waarbij we het belang van adequate herkenning onderstrepen om onnodige ongerustheid en diagnostische onderzoeken te vermijden.
Als de inkt ontsteekt..
L. Nijman, N.A. Ipenburg
Tatoeagegerelateerde dermatologische klachten komen frequent voor.
Hoofdbrekens na een reis
B. Devocht, M.-J. De Wolf, M. Goeteyn, I. Rooms, C. Vande Moortel, S. Van De Velde, M.-S. Walgraeve
Casus
Een jongen van 11 jaar werd opgenomen op de afdeling pediatrie omwille van persisterende huidletsels op de behaarde hoofdhuid, lymfadenopathieën en subfebrilitas na een verblijf in Costa Rica.
It’s never lupus
L. Vandermeersch, S. Lanssens, K. Vossaert, S. De Schepper, J. Dehoorne, M. Haspeslagh, E. Coussens
Een 7-jarig meisje kwam bij de dermatoloog in verband met jeukende erythemateuze plaques op handpalmen en voetzolen.
Vismodegib behandeling bij locally advanced basaalcelcarcinoom
A.N. Shifai, T.V.M. Bruijn, M.W. Bekkenk, L.A. van der Velden, B. Zupan-Kajcovski, Y.S. Elshot
Een 80-jarige vrouw werd verwezen vanwege multipele basaalcelcarcinomen in het gelaat waarvan de grootste 6 x 4,5 cm was. Wegens de lokalisatie en uitgebreidheid werd patiënte behandeld met vismodegib eenmaal daags 150mg oraal. Hedgehog-remmers zoals vismodegib kunnen effectief worden ingezet voor de behandeling van lokaal gevorderde of gemetastaseerde basaalcelcarcinomen. Bij de meerderheid van de patiënten wordt een objectieve respons bereikt, hoewel bijwerkingen frequent optreden met als gevolg voortijdig staken van de behandeling in 30% van de gevallen. De mediane duur van het effect van de behandeling bedraagt tot ongeveer 2 jaar, waarna vaak progressie optreedt. Het gebruik van Hedgehog-remmers als neoadjuvante therapie biedt theoretisch de mogelijkheid om minder, functioneel invaliderende excisies uit te voeren, maar het leidt tot op heden vaak tot locoregionale recidieven. Het inzetten van beeldvormende technieken zoals linefield confocale optical coherence tomography zou de kans op recidieven kunnen verminderen, echter hiervoor is meer onderzoek nodig.
Allergische reacties veroorzaakt door glucosesensoren en insulinepompen
E.M. van Oers, N.A. Ipenburg, A.C. de Groot, T. Rustemeyer
Steeds meer mensen met diabetes mellitus gebruiken glucosesensoren en insulinepompen.