F. Meulenberg
Jaargang 2019
, volume 7
In geen van de tientallen recensies, artikelen en studies ontbreekt de openingszin van Anthony Burgess’ roman Earthly Powers: “Het was de middag van mijn eenentachtigste verjaardag en ik lag in bed met mijn schandknaap toen Ali kwam zeggen dat de aartsbisschop er was om me te spreken.” [1] Behalve een aankondiging van enkele thema’s van deze roman, dragen deze zinnen de hoogglans van imponeerdrift. Dit is spierballenproza, groots, majestueus, in een dijk van een roman – ook qua omvang – die vilein, geestig, provocerend is, en de hele geschiedenis van de 20e eeuw omvat.
De hoofdpersoon en verteller is Kenneth Toomey, een tweederangs schrijver van bedenkelijke allure. Hij is bij uitstek het type onbetrouwbare verteller dat de moderne literatuur vaak exploiteert. Tijdens zijn reis door de wereldgeschiedenis komt Toomey terecht in Maleisië, waar hij zijn grote liefde ontmoet én verliest aan een tropische aandoening. Deze Philip ligt in een ziekenhuis, lijdend aan yaws. Dat is framboesia, een tropische infectieziekte veroorzaakt door een aan de verwekker van syfilis verwante bacterie, de spirocheet Treponema pallidum pertenue. De patiënt ontwikkelt, onder andere, framboosachtige groeisels op de huid. Vandaar de naam.
“Yaws zijn niet, yaws is. Morgen zul je yaws zien. We hebben een yaws-afdeling. Het tropisch paradijs, dat is enorm flauwekul. Bacillen en spirocheten zijn gek op vochtige hitte. Gemene muskieten, slangenbeten. De Maleiers zijn waanzinnig, ze komen niet bij je langs voor een slangenbeet, uit bijgeloof, ze sterven met een glimlach, de beet zou geluk brengen.” [1]
En dan is er nog de vloek die koro heet, de hysterische angst dat de penis almaar krimpt en zich in de buik terugtrekt. [2] Andere patiënten zijn Maleiers, evenzeer getormenteerd:
“Een monsterlijke framboos groeide uit de enkel van de jongen, glinsterend van het vocht dat eruit liep, een sjanker in het eerste stadium. Een jongen van zes of zeven was volledig met wratten bedekt: yaws in het tweede stadium. Zweervorming in het derde stadium op een onderarm. (…) Tumoren hebben zijn ogen weggevreten. Het harde gehemelte is ook verdwenen. Botwonden. Je kunt het aanraken waar je wilt. Al die huid is gezond. Het is alleen de vervorming die je afschrikt. (…) Niemand wil hem hebben, hij is vervloekt. Gangosa ofwel zwerende rhinopharyngitis. De stank is ondraaglijk, maar dat is nu allemaal voorbij.”
Gangosa hoort bij framboesia: een destructieve, ulcererende ontsteking van het kraakbeen plus het bot van de neus. De verpleger wijst op weer een andere patiënt: “Misvormde vinger- en teenkootjes, knobbels op zijn scheenbenen, opgedroogde zweren. Er gaat niemand dood aan, hoor. Het is geen griep. Dat daar heet een Maduravoet, wit mycetoom (een onderhuidse chronische schimmelinfectie – fm). Zou eigenlijk niet hier moeten liggen, maar we hebben geen ruimte voor een aparte schimmelafdeling. Hier heb ik een mooi lang woord voor je: chromoblastomycose. Net een boot die met zeepokken is bedekt. Maar zijn wezen blijft onaangetast.”
En de onstilbare zucht naar seks doet seksueel overdraagbare aandoeningen welig tieren. Alle medisch studenten willen een vluggertje met een verpleegster als de hoofdzuster even niet oplet. De geslachtsdaad is dan een “valstrik, een behaarde fuik.” Wie verstandig is, zoals de behandelaar van Philip, kreeg zijn bekomst van de liefdesdaad: “zwerende hoeheethetitis van de schaamdelen” wil hij voorkomen en hij weigert zodoende “kinderen te fokken zodat ze yaws kunnen krijgen, oneetbare frambozen.”
Eitjes leggen
Europeanen kwamen ook elders in aanraking met tropisch ongedierte. In zijn debuutroman raakt João Ricardo Pedro aan de geschiedenis van Portugal vol kolonialisme, dictatuur en “staatsgrepengedoe”. Op een dag ziet zoon Duarte hoe zijn vader blaren op zijn voetzolen wegbrandt met een sigaret. Het gesprek gaat over eieren en kuikens:
“Hij liet zijn voeten zien en vroeg: ‘Weet je wat dit is?’ Duarte kwam dichterbij. ‘Dit is een beestje dat de hele tijd eitjes legt, een rottig beestje dat in papa’s voeten is gekropen en er niet meer uit wil, en telkens als het eitjes legt krijg ik van die vreselijke blaren, dus ik moet de eitjes doodmaken zodat er niet meer van die eitjes uit komen, zoals kuikentjes, snap je?’ Duarte keek aandachtig naar zijn vaders voeten, en zijn vader zei: ‘Ze zijn piepklein, jongen, je kunt ze niet zien, niet eens met een loep’.” [3]
Dit is tungiasis, een parasitaire huidziekte, veroorzaakt door zandvlooien die zich ingraven in de huid, meestal onder de nagels van de voeten. De vader herinnert zich goed waar het gebeurde: nabij een rivier dichtbij de Congolese grens. De jongen vraagt door:
“Duarte vroeg of het pijn deed. Of het pijn deed de blaren met een sigaret weg te branden. Zijn vader zei van niet. Of misschien toch wel. Dat het een kwestie van gewenning was. Voeten wennen overal aan. Daar waren voeten ongelooflijk goed in. Maar ja, de mensen moesten ze zo nodig bederven met hun verwennerijen. Neem nou schoenen. Welk mietje had in godsnaam de schoen uitgevonden?”
Huid als bloedworst
De zandvlo kwam ik slechts één keer elders tegen in een roman of kort verhaal, en wel van de Uruguyaan Horacio Quiroga: “De vorige dag had hij een zandvlo verwijderd, en bij de herinnering aan de pijn likte hij uitgebreid aan zijn zere teen.” [4] Het leven van Quiroga (1878-1937) was doortrokken van de dood. Enkele maanden na zijn geboorte overlijdt zijn vader bij een jachtongeluk. Wanneer hij 16 is, pleegt zijn verlamde stiefvader voor zijn ogen zelfmoord. Die pleegvader was verlamd na een hersenbloeding. Ondanks zijn zware handicap ziet hij kans de loop van een jachtgeweer in zijn mond te plaatsen en met de tenen van zijn enige nog functionerende voet de trekker over te halen Bij de voorbereiding van een duel doodt Quiroga per ongeluk zijn beste vriend. Zijn eerste vrouw berooft zichzelf van het leven. Niet lang daarna verneemt Quiroga dat zijn prostaatkanker ongeneeslijk is en neemt hij een fatale hoeveelheid cyanide in. In het daaropvolgende jaar maakt zijn oudste dochter een einde aan haar leven, jaren later gevolgd door haar broer. Dat in de verhalen van Quiroga ziekte – zoals een zonnesteek [4] – en dood als thema’s terugkeren, zal derhalve niemand verbazen. In Op drift voelt een man een beet in zijn voet: een ratelslang. [5] Het gevolg is een hevige pijn bij de twee paarse puntjes van de slangenbeet, hij bindt zijn enkel af met een zakdoek en loopt over het pad naar huis. De pijn neemt echter toe:
“De pijn in zijn voet, die aanvoelde als een strak gespannen bult, werd steeds erger en plotseling voelde de man twee of drie flitsende steken die als bliksemstralen van de wond tot halverwege zijn kuit waren geschoten. (…) De twee paarse puntjes waren nu verdwenen in de monsterlijke zwelling waarin zijn hele voet was veranderd. De huid leek dunner geworden te zijn en zo strak te staan dat zij elk moment kon scheuren. De man wilde zijn vrouw roepen, maar zijn stem stokte in het schorre geschuur van zijn uitgedroogde keel. Hij verging van de dorst.”
De toestand verergert snel, want de paarsblauwe voet krijgt de glans van koudvuur, en “boven de diep ingegraven zakdoek waarmee hij zijn voet had afgebonden puilde het vlees uit als een monsterlijke bloedworst.” Hij braakt zelfs bloed. Hij slaagt erin in zijn kano te kruipen, zij het in half bewusteloze toestand. Totdat hij zich vol verbazing opricht en het hoofd opheft. Hij voelt zich beter, zijn been doet minder pijn, de dorst neemt af, en het drukkende gevoel op zijn borst wijkt. Dan voelt hij dat zijn lichaam tot aan zijn borst ijskoud is. Langzaam strekt hij zijn vingers uit “en hij stopt met ademhalen”.
Onrecht en decadentie
Van minieme zandvlo, via slangenbeet tot aan framboesia: tropische aandoeningen zijn een bijvangst van kolonialisme. Die wereld, bevolkt door uitbuiters en uitgebuitenen, is door Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul in veel romans doorgrond, waarbij hij de koloniale uitruil het indringendst samenbalt in één zin: “Een medaille, een ansichtkaart; en het enige dat ervoor teruggevraagd werd was verontwaardiging en een gevoel van onrecht”. [6] Hoe moeilijk het is om al die fragmenten bijeen te sprokkelen die deel uitmaken van iemands identiteit – zeker voor degenen die klem zitten in the area of darkness tussen twee werelden – was ook het thema van zijn dankwoord bij de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur. [7] Naipaul kreeg met enige regelmaat het verwijt te cynisch te zijn, vooral jegens de inheemse bevolking van de koloniën, en te weinig oog te hebben voor het decadente gedrag van de overheersers. Verteller Kenneth Toomey in het eclectische en venijnig-boerse Earthly Powers‘antwoordt’ hierop met onverholen cynisme: “Decadentie veronderstelt voorafgaande beschaving”. [1]
Literatuur
1. Burgess A. Machten der duisternis. Van Oorschot, Amsterdam 2017: 269-80 [vertaling: Paul Syrier].
2. Rheingold H. Koro – Lexicon van onvertaalbare woorden in 45 talen. Kosmos, Utrecht/Antwerpen 1988 [vertaling: Bianca Weigl-Hartog].
3. Ricardo Pedro J. Jouw gezicht zal het laatste zijn. Signatuur, Utrecht 2013:22-4. [vertaling: Kitty Pouwels].
4. Quiroga H. De zonnesteek. In: Verhalen van liefde, waanzin en dood. Coppens & Frenks, Amsterdam 1995:17-26 [vertaling: Maarten Steenmeijer].
5. Quiroga H. Op drift. In: Verhalen van liefde, waanzin en dood. Coppens & Frenks, Amsterdam 1995:69-73 [vertaling: Maarten Steenmeijer].
6. Naipaul VS. Een staat van vrijheid. Atlas, Amsterdam/Antwerpen 1994:235 [vertaling: Guido Golüke].
7. Naipaul VS. Two worlds. In: Literary occasions. Vintage, Toronto 2003: 181-95
Correspondentieadres
Frans Meulenberg
E-mail: f.meulenberg@nvdv.nl