Een Belgische kinderarts over haar fellowship kinderdermatologie - “Anders kijken naar huid en haar”

Terug

3 min. leestijd

Delen via:

Janine Dickinson-Blok

Jaargang 2025

, volume 10

Kinderdermatologie

Artikel in PDF

Sinds januari 2025 volgt de Belgische kinderarts Antje Geypen een fellowship kinderdermatologie aan het Erasmus MC, Rotterdam. “In België bestaat er op deze schaal geen opleiding of centrum met zoveel expertise in de kinderdermatologie,” vertelt ze. “Het is een unieke gelegenheid om me te verdiepen in een vakgebied dat binnen de kindergeneeskunde vaak onderbelicht blijft.”

“Als kinderarts denk je vaak meer in grote lijnen wat betreft de huid: bij rode bultjes aan een virale infectie en bij een jeukende rode plek aan eczeem of psoriasis,” legt ze uit. “Sinds ik met dermatologen werk, kijk ik veel gedetailleerder: Wat voor soort schilfering zie ik? Hoe ziet de rand eruit en waar zit het precies? Je leert met andere ogen kijken door het PROVOKEschema toe te passen en daarmee wordt de manier van denken ook anders. Als kinderarts let je bij huiduitslag vooral op alarmsignalen: Heeft het kind koorts? Maakt het een zieke indruk? Is er iets ernstigs aan de hand? Mijn fellowship opende mijn ogen: met een gedetailleerde blik en anamnese is het mogelijk om een specifieke diagnose van de huid te stellen. Potentieel voorkomt dit overdiagnostiek en kan ik als kinderarts ook gerichter uitleg geven over de verwachting met betrekking tot het beloop en een passende behandeling
bieden.”

Verdieping binnen kindergeneeskunde

Tijdens de opleiding tot kinderarts komt huidproblematiek weinig aan bod. “Veel kinderartsen verwijzen snel door. Terwijl je, met iets meer kennis en verdieping, vaak veel zelf kunt doen. Denk aan constitutioneel eczeem: dat behandelen we vaak zelf, maar meestal blijven we bij klasse 1 of 2 corticosteroïden. Gaat het daarmee niet beter, dan verwijzen we vaak snel naar de dermatoloog.”

Ze merkt dat corticofobie nog vaak voorkomt, ook bij (kinder) artsen. “Ik heb zelden complicaties gezien van hormoonzalven. Kinderartsen zijn soms bang dat de groei zal afbuigen, maar dat is, bij correct gebruik van hormoonzalven volgens de richtlijnen, eigenlijk niet nodig. Belangrijker is dat ouders goed begrijpen hoe ze zalven moeten gebruiken, met goede uitleg rond het gebruik van de vingertopeenheid en een verantwoord afbouwschema.”

Wanneer betrek je de kinderarts?

De samenwerking tussen dermatologen en kinderartsen is volgens haar in bepaalde gevallen cruciaal. “Wanneer er een vermoeden is op bijvoorbeeld een voedings- of inhalatieallergie, bij twijfel over groei of ontwikkeling, betrek dan een kinderarts. Dat geldt ook bij recidiverende (cutane) infecties, een onderliggende immuundeficiëntie is zeldzaam maar het is goed om dit in het achterhoofd te houden.”

Daarnaast kan de kinderarts ook een rol spelen in preventie van voedselallergieën. “We weten nu hoe belangrijk het is om allergenen vroeg te introduceren bij kinderen met eczeem; pinda en kippenei vanaf 4 tot 6 maanden, en ook koemelk dient bij de meeste patiënten niet gemeden te worden. Als ouders daar vragen of overtuigingen over hebben, kan de kinderarts helpen allergieën te voorkomen.” En, benadrukt ze, therapietrouw verdient ook aandacht. “Bij pubers is dat vaak een uitdaging. Als de kinderarts al betrokken is bij het gezin, kan die soms helpen om de behandeling beter vol te houden.” In Rotterdam ziet ze hoe waardevol de samenwerking tussen specialismen is. “Er zijn gezamenlijke spreekuren van dermatologen en kinderartsen, bijvoorbeeld bij congenitale melanocytaire naevi waarbij ook neurologisch onderzoek nodig is. Of bij allergieën, waar we samen met de kinderallergoloog en kinderlongarts werken. Ook het mastocytosespreekuur is multidisciplinair.”

Congrescultuur en kennisdeling

“Er is in het voorjaar het gezamenlijke Kinderarts en Dermatoloog-congres van de SCEM, en daarnaast het jaarlijkse congres van de European Society for Pediatric Dermatology (ESPD). Dat vindt elk jaar in een andere Europese stad plaats.”

Een fijn cultuurverschil

Het werken in Nederland ervaart ze als verfrissend. “In Nederland zijn ouders en patiënten veel mondiger. Dat vind ik juist heel leuk. Ze zijn goed voorbereid, stellen scherpe vragen, en zijn echt betrokken bij hun eigen zorg. Dat zorgt voor een fijne dynamiek in de spreekkamer. Het is op sommige vlakken een andere wereld, maar over het algemeen vind ik het goed dat veel Nederlanders kritisch zijn.”

Een andere kinderarts

Wat ze straks meeneemt terug naar België? “Ik ben zelf ook mondiger en assertiever geworden. Ik heb veel geleerd en kansen gekregen. Dankzij dit fellowship heb ik niet alleen mijn kennis verdiept, maar ook mijn manier van denken verbreed. Ik ga straks terug als een andere kinderarts, met een dermatologisch blikveld en een rugzak vol nieuwe inzichten.”

Correspondentieadres
Janine Dickinson – Blok
E-mail: j.dickinson@nvdv.nl