Abstracts voor het European Society for Pediatric Dermatology (ESPD) congres 2025: een selectie

Terug

4 min. leestijd

Delen via:

Pina Middelkamp Hup

Jaargang 2025

, volume 10

Inflammatoire dermatosen,Kinderdermatologie

Artikel in PDF

Tijdens het jaarlijkse congres van de European Society for Pediatric Dermatology (ESPD) worden in drie dagen zowel brede onderwerpen binnen de kinderdermatologie als zeldzamere casuïstiek belicht. Het programma bestaat uit lezingen van toonaangevende experts, aangevuld met bijdragen van jonge onderzoekers die de mogelijkheid krijgen hun wetenschappelijk werk te presenteren. In dit artikel worden vier ingezonden interessante abstracts uitgelicht.

Elk jaar organiseert de ESPD een congres dat geheel in het teken staat van de kinderdermatologie. Dit kleinschalige congres is perfect om bijgeschoold te worden in de algemene kinderdermatologie, maar ook zeldzamere casuïstiek komt aan bod. Tijdens dit 3-daagse congres zijn er altijd slechts twee parallelle sessies, hetgeen bijdraagt aan een lage keuzestress. Ook is er voldoende gelegenheid tot interactie, waarbij je bijvoorbeeld de kans kan grijpen om je eigen moeilijke patiëntencasus tijdens de koffiepauze met één van de experts te bespreken. Het 24ste congres van de ESPD vond dit jaar plaats in Brussel, met een grote delegatie aanwezige (kinder)dermatologen en promovendi uit Nederland.

Tijdens de sessies van de ‘invited speakers’ werden overzichtsverhalen gepresenteerd over o.a. morphea, blaarziekten, ernstige neonatale afwijkingen, haar- en nagelafwijkingen, dermatoscopie bij pediatrische huidafwijkingen, infectieziekten en dermatitis artefacta bij kinderen. Ook werd de nieuwe ISSVA classificatie, die een goed overzicht biedt van alle vasculaire afwijkingen (zie ook in dit blad pagina 19) gepresenteerd. Naast deze lezingen door toonaangevende experts konden ook (jonge) onderzoekers hun abstracts insturen voor een poster- of een orale presentatie tijdens de ESPD. In dit artikel worden vier interessante ingezonden abstracts uitgelicht.

Van der Rijst el al laten aan de hand van real-world data uit het Bioday register zien dat 34,6% van de kinderen met atopisch eczeem die met dupilumab worden behandeld, Dupilumab-Associated Ocular Surface Disease (DAOSD) ontwikkelt. [1] Een verhoogd serum-IgE-niveau van boven de 3000 kU/l kan de ontwikkeling van DAOSD voorspellen. Ze stellen dat het gezien de hoge incidentie van DAOSD belangrijk is om je bewust te zijn van oculaire symptomen bij kinderen tijdens de behandeling met dupilumab. Dit kan met name bij (jonge) kinderen, die oogklachten zelf moeilijker kunnen aangeven, een vertraagde diagnose voorkomen. Meer dupilumab gerelateerd nieuws: Irvine et al laten in een post-hoc analyse van een fase 3-pediatrische studie resultaten zien die suggereren dat vroege controle van het atopisch eczeem bij kinderen die met dupilumab behandeld worden tijdens belangrijke groeijaren zorgt voor een aanzienlijk verbetering in de groei. Dit is vooral het geval bij kinderen die bij aanvang van de studie onder de verwachte lengte zaten. [2]

Opzienbarend was een onderzoek naar X-linked hypohidrotische ectodermale dysplasie (XLHED). XLHED is een erfelijke aandoening waarbij kinderen verminderd tot geen haar, tanden en zweetklieren hebben, hetgeen tot ernstige problemen kan leiden, zoals bijvoorbeeld hyperthermie. Een Franse groep onderzoekt de mogelijkheid om het fenotype van XLHED door middel van prenatale medicamenteuze behandeling te verbeteren. [3] ER004 is een nieuw eiwit dat tijdens de zwangerschap direct aan de foetus gegeven kan worden via het vruchtwater. De EDELIFE-studie onderzoekt of drie intra-amniotische toedieningen van ER004 (in zwangerschapsweek 25, 28 en 31) aan mannelijke foetussen met de genmutatie die resulteert in XLHED hun vermogen tot zweten op de leeftijd van 6 maanden kan herstellen, in vergelijking met onbehandelde genotype-gematchte controlegroepen. Tot nu toe laten de eerste tien behandelde kinderen verbeteringen zien, en de studie loopt nog door. Dit zou de eerste prenatale therapie voor een genetische ziekte kunnen worden.

Ook werd een retrospectief onderzoek naar de behandeling van congenitale melanocytaire naevi (CMN) met trametinib gepresenteerd. [4] In totaal werden 11 patiënten geïncludeerd, waarvan 4 met CMN met leptomeningeaal melanoom, 2 met CMN met leptomeningeale melanocytaire dysplasie, 4 met goedaardige maar hyperproliferatieve multinodulaire cutane CMN, en 1 met leptomeningeaal melanoom zonder cutane betrokkenheid. Alle patiënten met leptomeningeale ziekte hadden een NRAS-driver; alle andere patiënten hadden een BRAF-fusie. De gemiddelde leeftijd bij start met trametinib was 3,6 jaar (range 0,7–12,2 jaar) en de gemiddelde behandelduur was 1,2 jaar (range 0,2–5,7 jaar). Vier van de vijf patiënten met leptomeningeaal melanoom hadden een geobjectiveerde en klinisch relevante verbetering van hun neurologische symptomen, maar overleden daarna op gemiddeld 2,9-jarige leeftijd, na gemiddeld 0,4 jaar behandeling (range 0,2–0,8 jaar). De vijfde patiënt leeft nog na 0,7 jaar, zonder progressie van het melanoom. Eén patiënt met leptomeningeale dysplasie vertoonde radiologische verbetering en afname van neurologische symptomen en gebruikt trametinib nog steeds na 5,7 jaar; de andere had een beperkte objectieve respons en stopte na 3 jaar. Alle patiënten met hyperproliferatieve multinodulaire cutane CMN hadden een geobjectiveerde en aanhoudende respons met vermindering van knobbels en jeuk, en een incidentele verbleking van de CMN en de beharing. Trametinib werd over het algemeen goed verdragen, zonder retina-problemen of cardiomyopathie.

Al met al biedt het ESDP congres een mooie combinatie van overzichtsverhalen en experimenteel onderzoek. Het volgende congres vindt plaats in Padua, Italië, van 28 t/m 30 april 2026.

Literatuur

1. Van der Rijst L, van Luijk C, van der Kamp S, Zuithoff N, de Boer J, de Bruin-Weller M, et al. Dupilumab-associated ocular surface disease in pediatric atopic dermatitis patients: results from the BioDay registry. Pediatr Dermatol. 2025;42(Suppl 2):4-10.
2. Irvine A, Paller A, Siegfried E, Cork M, Beck L, Chen Z, et al. Impact of 16 weeks of dupilumab treatment on height of children aged 6 to 11 years with severe atopic dermatitis. Pediatr Dermatol. 2025;42(Suppl 2):4-10.
3. Hadj-Rabia S, Bodemer C, Faschingbauer F, Stepan H, Tadini G, Clarke A, et al. EDELIFE: first pivotal study evaluating the benefit– risk ratio of a prenatal therapy for a genetic skin disease. Pediatr Dermatol. 2025;42(Suppl 2):4-10.
4. O’Connor C, Knöpfel N, Peeva D, Kinsler V. Trametinib therapy for congenital melanocytic naevi. Pediatr Dermatol. 2025;42(Suppl 2):4-10.

Correspondentieadres
Pina Middelkamp Hup
E-mail: m.a.middelkamphup@amsterdamumc.nl