Dermatopathologie

Terug

1 min. leestijd

Delen via:

P.K. Dikrama, A.M.R. Schrader. J. Damman, T. Middelburg

Jaargang 2019

, volume 7

Inflammatoire dermatosen

Artikel in PDF

In de dermatopathologie-kennisquiz zijn inflammatoire dermatosen, huidtumoren, huiddeposities en melanocytaire proliferaties aan bod gekomen. De huidige reeks gaat over vesiculobulleuze dermatosen, oftewel blaarziekten. De histopathologie van deze groep van aandoeningen dient op een systematische wijze te worden beoordeeld om tot een adequate differentiaal diagnose te komen (zie hiervoor ons overzichtsartikel in NTvDV nummer 5, 2018). Om het accent te leggen op de histologie worden de klinische gegevens van de casus niet vermeld. Iedere quiz-bespreking wordt afgesloten met een tabel Van kliniek naar histologie waarin de klinische bevindingen worden vermeld met het bijbehorende histopathologische kenmerk.

Casus 6

1. Waar ligt het splijtingsniveau?
a) subcorneaal
b) intragranulair
c) suprabasaal
d) subepidermaal

2. Wat wordt aangegeven met de pijl?
a) stratum lucidum
b) stratum granulosum
c) basketweave orthokeratose
d) crust met neutrofielen

3. Stelling: het betreft een acuut proces.
a) waar
b) niet waar

4. De keratinocyten zijn afwijkend. Hoe zijn deze het best te omschrijven?
a) dysplastisch
b) necrotisch
c) acantholytisch
d) spongiotisch

5. De meest waarschijnlijke diagnose is?
a) stafylococcal scalded skin syndrome
b) toxische epidermale necrolyse
c) erythema multiforme
d) pemphigus vulgaris
e) bulleus pemfigoid
f) dermatitis herpetiformis
g) porfyria cutanea tarda

6. Direct immuunfluorescentieonderzoek toont bij deze casus:
a) lineaire depositie van IgG en C3 langs de basaalmembraan
b) korrelige depositie van IgA in de papiltoppen
c) een kippengaaspatroon van IgG
d) geen depositie van immuunglobulinen

De antwoorden vindt u p pagina 54.

Correspondentieadres
Petra Dikrama
E-mail: p.dikrama@erasmusmc.nl