W.R. Faber
Jaargang 2017
, volume 5
Girolamo Fracastoro (1476–1553) was een Italiaanse intellectueel die filosofie, letteren, sterrenkunde en geneeskunde studeerde, en die zich als medicus in Verona vestigde. Hij was onder andere lijfarts van Allessandro Farnese, de latere paus Paulus III. Hij publiceerde in 1530 een leerdicht over de syfilisepidemie die Europa teisterde sinds de terugkeer van Columbus uit de Nieuwe Wereld in 1493. Dit leerdicht is vanuit het Latijn in prozavorm vertaald door de Amsterdamse internist Julius Roos die na zijn pensionering Latijnse Cultuur en Letterkunde studeerde.
Het boek begint met een inleiding waarin Roos onder andere uitlegt dat Fracastoro degene is die de naam syfilis introduceerde. Mogelijk gebaseerd op het verhaal van de herder Syphilis die gestraft wordt voor zijn minachting voor de goden of in christelijke zin hoovaardij, ofwel dat het een samenstelling is van het Griekse sus (zwijn/hoer) en philos (liefhebber).
Kiemen en zaden
Frascatoro beschrijft in zijn leerdicht, en later in zijn De Contagione, zijn theorie over besmetting in de zin van seminaria ([ziekte]kiemen of zaden) die een functie hebben bij overdracht van ziekte, echter zonder dat zij een causale functie hebben. In deze gedachtegang was hij overigens niet uniek. Voor hem echter wel een reden om niet te geloven dat Columbus de ziekte meebracht uit de Nieuwe Wereld. Maar de ziekte zou zijn ontstaan door een beïnvloeding van de lucht door een conjunctie van sterrenbeelden. Zijn enige verwijzingen naar het mogelijke venerische aspect van deze ziekte is dat er als eerste zweertjes rond de geslachtsorganen ontstaan, aangezien de infectie daar haar oorsprong en eerste begin vond; merendeels door geslachtsverkeer. En dat men terughoudend moet zijn met de geslachtsdaad.
Dat hij niet kiest voor een wetenschappelijke beschouwing van deze epidemie maar voor een poëtische vorm zou verklaard kunnen worden doordat de auteur niet alleen in de wetenschap maar ook in de letteren wilde uitblinken.
Inhoud
Het leerdicht zelf omvat drie boeken. In het eerste boek bespreekt hij het ontstaan van de epidemie waarvan hij van oordeel is dat deze niet met Columbus en zijn metgezellen uit Amerika is meegereisd maar dat het een gevolg was dat door een bijzondere conjunctie van Saturnus, Jupiter en Mars
de lucht besmet werd met ziektekiemen die leidden tot een uitgebreide besmetting over de gehele wereld. Bij de beschrijving van de klinische verschijnselen noemt hij al dat het vier maanmaanden kan duren voordat de eerste symptomen zich manifesteren, en die hij weergeeft als een destructieve pijnlijke ziekte die uitgaat van de schaamdelen en vervolgens het gehele lichaam aantast , met een ontsierende huiduitslag met puisten die later openbarsten met een overvloedige etterige, vuile afscheiding.
In het tweede boek gaat hij in op de behandeling. Hij geeft aan dat het van belang is krachtige en agressieve middelen te gebruiken. En dat het moeilijker wordt de ziekte te behandelen in de chronische fase wanneer deze zich vastgenesteld heeft. Hij geeft algemene adviezen in de zin van gezonde inspanningen in de buitenlucht; en andere inspanningen die tot zweten leiden. En wees terughoudend met de liefde; de mooie Venus zelf en de tedere meisjes hebben een hekel aan besmetting. Het volgen van strenge dieetvoorschriften, het belang van aderlaten en laxeren, en gebruik van een variëteit aan kruiden. Daarna volgt een verhaal over de ontdekking van de kwikbehandeling.
Het derde boek begint met de beschrijving van de Guaiacum-boom uit Hispaniola die daar gebruikt wordt voor de behandeling van de ziekte, en ook zijn weg naar Europa heeft gevonden. Vervolgens illustreert Fracastoro de reis van Columbus met het verhaal van zijn manschappen die jagen op zonnevogels waarvan één een afstotende onbekende ziekte voorspelt. Zij ontmoetten lokale bevolking die een ritueel uitvoert. Ten gevolge van de hubris van de herder Syphilis werd de toorn van Apollo opgewekt en zond deze de ziekte waarvan Syphilis de eerste lijder werd en dat een jaarlijks offerritueel vereiste.
Appendix
Frascatore gaat in de appendix De contagione et contagiosis morbi nog in op de oorzaak van syfilis waarvan hij zegt dat sommigen menen dat de Spaanse ontdekkingsreizigers uit de Nieuwe Wereld deze meenamen. Waarna hij argumenten aanvoert voor een spontaan ontstaan. De aard van de ziekte veranderde na verloop van jaren door verandering van de samenstelling van de lucht waardoor het verder van persoon naar persoon verspreidde. Ook werd ze meer vast van consistentie en ontstonden meer gummata.
Redenen om dit boek niet te lezen
De beschrijving van de klinische verschijnselen is summier, en het klinische beeld van de huidige syfilis is niet te herkennen. Het is te begrijpen dat ook gepostuleerd is dat de beschreven syfilisepidemie toe te schrijven was aan framboesia gezien de grote klinische gelijkenis.1,2 Fracastoro zelf geeft in zijn leerdicht zelf geen aandacht aan de epidemiologie van deze nieuwe ziekte die zich zo snel en zo krachtig over Europa uitbreidde, maar internist Roos gaat
hier in zijn inleiding op in.
Redenen om dit boek wel te lezen
Een erudiete en poëtische beschrijving in de vorm van een leerdicht van de dramatische syfilisepidemie die vanaf het einde van de vijftiende eeuw in Europa woedde, en een eerste aanzet tot behandeling, opgetekend door een medicus van die tijd. Daardoor is dit manuscript niet alleen medisch-historisch interessant maar het is ook een literair belangrijk werk van die tijd. De gekozen vorm van een leerdicht in de vertaling van Julius Roos maakt de tekst gemakkelijk om te lezen. Er zijn veel verwijzingen en citaten naar klassieke auteurs. Dankzij de inleiding en de verhelderende voetnoten is het ook voor de niet-klassiek onderlegde lezer goed te volgen en te begrijpen. Voor de venereologisch geschoolde lezer is het interessant te weten dat Frascatoro volgens de Amsterdamse hoogleraar Prakken als eerste de term gummata, knobbelige ontstekingsinfitraten behorende bij tertiaire syfilis, gebruikte.3
Literatuur
1. Essed WFR. Over de oorsprong der Syphilis. Een kritsich-historisch-epidemiologische studie, tevens ontwerp eener nieuwe theorie. Proefschrift 1933.
2. Essed WFR. De oudste beschrijving van den rhinopharyngitis mutilans, tevens een historisch bewijs, dat deze aandoening van framboetischen en niet van luetischen aard is. Gen Tijdschr Ned Indië 1936 Feestbundel 563-77.
3. Prakken JR. Leerboek der Geslachtsziekten 1948:81.
Correspondentieadres
Prof. dr. William R. Faber
E-mail: w.r.faber@amc.uva.nl