F. Meulenberg
Jaargang 2019
, volume 6
“Huid onthult. Huid verhaalt. Rimpels vertellen over leeftijd en baren, eelt over roeping en hobby’s, kleur over gezondheid,” zo heet het in The Skin Collector van Jeffery Deaver, een boek dat vanwege vermoedelijke marketingoverwegingen in de Nederlandse vertaling de gemakzuchtige titel Met huid en haar meekreeg. [1]
Hoofdpersoon Billy Haven is gefascineerd door de veelzijdigheid van de menselijke huid:
“Huid is de verst geëvolueerde buitenbekleding van het lichaam in het dierenrijk, veel geavanceerder dan hoeven, nagels, schubben, veren en het griezelige exoskelet van geleedpotigen. (…) De huid kan nog veel meer, zoals bescherming bieden tegen infecties en als eerste waarschuwen bij, maar ook beschutting bieden tegen, buitensporige kou of hitte, ziekte of indringers, van teken tot tanden tot knuppels en zelfs speren of kogels, onder bepaalde omstandigheden. Huid houdt ook het kostelijke vocht vast dat van levensbelang is: water. Het absorbeert het licht dat we nodig hebben en maakt zelfs vitamine D aan.”
De beschrijving doet vermoeden dat hier een zorgprofessional aan het woord is. Dat is juist, al is Billy Haven geen dermatoloog, huidverpleegkundige of huidtherapeut, maar een tatoeëerder en, in zijn eigen ogen, zelfs een tattookunstenaar annex … seriemoordenaar. In het ondergrondse gangenstelsel van New York zoekt hij, met de blik van een kunstkenner, zijn slachtoffers uit om ze te verdoven:
“Hij keek naar de gladde, witte huid van haar buik zoals iemand anders naar een schilderij in een museum zou kijken: met het hoofd schuin om de spatten van Jackson Pollock of de groene appel van Margritte vanuit de juiste hoek te beoordelen. Toen stak hij langzaam zijn hand uit en streelde haar huid met zijn wijsvinger. Zijn gele vinger. Hij spreidde zijn vingers en liet ze op en neer glijden. Hij kneep hier en daar in haar vlees en trok het omhoog. Hij liet het los en keek hoe de bergjes zakten.”
Gods schilderslinnen
Als professional heeft hij oog voor de elasticiteit, de textuur en de veerkracht van de huid. Voor zijn beroep is dat noodzaak, omdat de kwaliteit en de levensduur van een tattoo mede hiervan afhangen:
“De huid is een meester in regeneratie, wat betekent dat ook de mooiste tatoeage van de wereld zal verdwijnen als de naalden niet diep genoeg gaan – het zou zijn als de Mona Lisa op zand schilderen.”
Bescheiden is hij niet, want Billy noemt de huid “Gods eigen schilderslinnen”. De moorden voltrekt hij door op zijn slachtoffers een dodelijke tatoeage aan te brengen, niet met inkt, maar met het extract van giftige planten die hij zelf kweekt in zijn schuilplek in Belvedere, Manhattan. Denk aan giftige planten als vingerhoedskruid, waterscheerling, leverkruid en engelentrompet. Het is een gruwelijke dood. In Deavers thriller neemt Billy het op tegen Lincoln Rhyme, adviserend forensisch wetenschapper, in een rolstoel zittend na een dwarslaesie. Spannend? Sommige passages zijn dat zeker, maar Deaver kan als het slot nadert het niet nalaten een reeks van ongeloofwaardige en drieste plotwendingen in te bouwen. Billy’s favoriete boek – hij verwijst er gretig naar – is The island of dr. Moreau, een sciencefictionverhaal van H.G. Wells uit 1896. Dr. Moreau experimenteert op mensen en dieren en creëert zo via vivisectie en chirurgische technieken zogenaamde ‘humanimals’, schepsels die half dier, half mens zijn. Billy noemt expliciet de ‘vogelman’. Dat klopt niet helemaal, want deze mutant treedt niet op in die dystopische roman, maar wel in de verfilming ervan. Wat Billy vermoedelijk aantrekt in dr. Moreau ligt besloten in diens antwoord op de vraag waarom hij juist met mensen experimenteert:
“De menselijke gestalte heeft toch waarschijnlijk iets in zich wat sterker aan de artistieke inslag appelleert dan enige dierlijke gedaante.” [2] Dat die experimenteerdrift ontspoort, mag geen verrassing heten.
Slagersetalage
Er zijn meer thrillers met een huidverslaafde moordenaar. Als veellezer ben ik mij daarbij bewust van de schamperende typering van Willem Frederik Hermans die een lettervreter als ik ten deel valt als “sukkelachtige citatenpikker”. [3]
In Greenwich, Zuidoost-London, vindt de politie vijf jonge vrouwen, allen ritueel vermoord en gedumpt op een braakliggend terrein vlakbij de Millennium Dome. Het postmortale onderzoek wijst uit dat een vreemd en weerzinwekkend detail de slachtoffers verbindt: meteen na hun dood implanteerde de seriemoordenaar een levend zebravinkje onder de huid van zijn slachtoffers: “Het vogeltje verzette zich toen hij het erin
stopte. Even dacht hij dat het diertje zich zou bevrijden en rond zou vliegen langs het plafond om viezigheid over hem heen te sproeien, maar hij boog zich voorover, drukte de huid dicht en naaide de wond haastig dicht.” [4]
Daarnaast heeft de dader seksuele motieven. In politiekringen krijgt hij de bijnaam ‘de vogelman’ en auteur Mo Hayder nam die term als titel voor haar debuut als thrillerauteur. De toon is daarmee gezet voor een luguber en duister boek met een beschrijving van de sectieruimte: “vijf aluminium snijtafels, vijf lijken, opengesneden van schaamhaar tot schouders, met de huid los gepeld zodat je rauwe ribben met vet en spiermassa zag. Lichaamssappen dropen in bakken eronder.” De huid van de slachtoffers is “dik en blubberig als het vel op een pudding”. Het doet rechercheur Caffery overpeinzen hoeveel een gestroopt dood lichaam lijkt op iets uit een “slagersetalage”. En de vogels? Tot hun dood vechten ze tegen hun lot en gaan daarbij zo heftig tekeer dat ze het weefsel van het bot rukken.
Vershoudfolie
Dan schuift Hayder de seriemoordenaar behoedzaam in beeld. Het is een man met een “glimmend rode huid” met een neiging tot vetzucht, die zich al zijn leven lang schaamt voor zijn uiterlijk en op een afwijzing stuit van alle vrouwen die hij benadert. Via allerlei baantjes komt hij als hulpje terecht bij het anatomielaboratorium van een medische faculteit. Die werkomgeving inspireert hem tot zijn gruweldaden. Als opwarmertje pleegt hij vijf verkrachtingen, maar ziet af van de zesde. Dat zesde slachtoffer is Joni die hij heelhuids naar huis brengt. Zij groeit uit tot zijn fetisj, hij richt zijn huis in met foto’s van haar, als een altaar, trakteert haar op drank in het plaatselijk café. Zij – onwetend dat ze de muze is van een moordenaar – wimpelt hem categorisch af, net zoals de andere cafébezoekers hem links laten liggen. Hij is een nobody, een loser, zo onopvallend dat het een ernstige vorm van aanwezigheidszwakte mag heten. In hem brandt echter “zijn levenslange overtuiging dat woede een geboorterecht is.” Die woede zwelt aan als Joni een plastisch chirurg bezoekt, trots paradeert met vergrote borsten en voortdurend flirt met andere mannen. Hij besluit dat Joni alsnog zijn volgende slachtoffer zal zijn. De lezer weet dan al welk lot haar te wachten staat: eerst een gruwelijke dood om daarna seksueel misbruikt worden, want de moordenaar weet dat “doden niet kunnen protesteren tegen prikken, porren, beledigingen en geneukt worden. Hij kan klaarkomen in haar gezicht, haar mond en haar haar.” Een necrofiel dus. Vervolgens legt hij het lichaam, gewikkeld in vershoudfolie, in een vrieskist. Om het dode lijf later wederom te kunnen misbruiken. Maar uit ervaring weet hij dat ondanks het herhaalde invriezen het lijk toch snel gaat ontbinden. Zodra dat gebeurt, dumpt hij het lijk. De moordenaar neemt Joni mee naar zijn huis, ze poeiert hem weer af: lacherig, uitdagend en minachtend. Hij slaat haar neer. Dan zet hij het mes op haar borst, opent die en woelt met zijn vinger erin om het siliconenzakje te verwijderen dat hij behoedzaam op haar buik legt. Dan volgt de andere borst.
Villen
Met Vogelman vestigde Mo Hayder haar reputatie als auteur van snoeiharde en gewelddadige thrillers. Het niveau van haar debuut haalde ze sindsdien niet meer, ook niet met Huid, eveneens een roman over een seriemoordenaar. Iemand die zijn slachtoffers vilt (en eerst oefent op dieren): “Een dier villen is minder moeilijk dan een mens villen. Dat heeft te maken met het feit dat er zo weinig vet in de onderhuidse laag van het dier zit. (…) Het is niet de huid zelf, maar het proces dat hem boeit. Het scheurende gevoel als de onderlaag loskomt van de onderliggende spieren.” [5] Veel mensen benoemen het lezen van thrillers of het bekijken van Netflix-series over crime als hun guilty pleasure. Waarom een excuus zoeken voor lees- en kijkplezier? De wetenschap heeft zich inmiddels ook gebogen over dit leesgedrag. Literatuurwetenschapper Dolf Zillmann benadrukt dat het lezen van thrillers zorgt voor een gevoel van sensatie, het teweegbrengen van ontspanning en een manier om de lezer weg te nemen uit de realiteit. [6] Ik ben er echter allerminst van overtuigd dat het per se een literatuurwetenschapper vereist om deze – nogal voor de hand liggende – hypothese te formuleren. Thrillers kunnen de huidpijn bijna voelbaar maken. Daar wil ik een sardonische kanttekening bij plaatsen van de dichter Alexis de Roode over het gegeven dat vooral vrouwen graag thrillers lezen:
“De verkoop van literaire thrillers maakt duidelijk dat de huisvrouw veel geweld tekortkomt in haar leven.” [7]
Literatuur
1. Deaver J. Met huid en haar. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam 2014 [vertaling Mariëtte van Gelder].
2. Wells HG. Het eiland van dr. Moreau. Bruna, Utrecht 1980:87 [vertaling: Annemarie Kindt].
3. Hermans WF. Het Evangelie van O. Dapper Dapper. De Bezige Bij, Amsterdam 1973:170.
4. Hayder M. Vogelman. Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 1999 [vertaling: Bob Snoijink].
5. Hayder M. Huid. Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2011 [vertaling: Yolande Ligterink].
6. Zillmann D. The psychology of suspense in dramatic exposition. In: Vorderer P, Wulff HJ, Friedrichsen M (Eds.). Suspense: Conceptualizations, theoretical analyses, and empirical explorations. Lawrence Erlbaum Associates, Mahwah NJ 1996:199-231.
7. De Roode A. Politeia. In: Een steen openvouwen. Podium, Amsterdam 2017:34-5.
Correspondentieadres
Frans Meulenberg
E-mail: f.meulenberg@nvdv.nl