Huiden en vellen: de NVDV bellen!

Terug

10 min. leestijd

Delen via:

F. Meulenberg, J.J.E. van Everdingen

Jaargang 2018

, volume 7

Artikel in PDF

Auguste (Guusje) Glastra was bestuurssecretaris van 1992-1995 en bestuursvoorzitter van 1995-1997. Ze was dermatoloog in Almelo (1979-1996) en Hilversum (1997-2008). In 2008 heeft zij haar praktijk overgedragen en daarna volgden een aantal jaren waarnemingen. Ze is met pensioen sinds 2013. Stilzitten is een woord dat niet bij haar past. Ze straalt energie uit, gaat een kwinkslag niet uit de weg, en oogt fris en opgewekt. Daarbij geholpen door een post-punk-op-leeftijd-achtige haardos, vrolijk piekend in twee kleuren. Glastra over onder andere de protocollen van het Koninklijk Huis, de zegeningen van visitaties, conflicthantering, grijze muizen en de evolutie van de dermatoloog van schichtig konijn tot zelfverzekerde aap op de rots.

Wat was in uw eigen ogen destijds uw missie?
“Ik wilde proberen meer eenheid te krijgen in de koers die de NVDV zou moeten varen. Dat we voor elkaar wilden opkomen. Dat was niet makkelijk. Destijds was een medisch specialist – en niet alleen de dermatoloog – een individualist, met een eigen praktijk en een eigen verdienmodel. Het aanzien van de dermatoloog was laag: een bureauridder die af en toe een zalf voorschreef; dat was het beeld in de ogen van andere specialisten. Daarentegen was het opvallend hoeveel dermatologen zitting namen in stafbesturen, wat een goede manier is om ‘gezien te worden’ en het vak zichtbaar te maken.”

Ongesorteerde dozen

Hoe wordt een mens voorzitter van de NVDV?
Snedig: “Een ander mens vindt dat het moet…”

Wat hebt u bereikt?
“Laat ik beginnen met de constatering dat ik er door Martino Neumann ben ‘ingeluisd’ als secretaris. Dan kreeg je van de vorige secretaris een immense hoeveelheid dozen met de opmerking: ‘dit is het archief’. Ik wist één ding zeker: dat wil ik niet allemaal mee naar huis nemen. En het moest ontsloten worden. Een archivaris heeft het uitgezocht, gerubriceerd en gecatalogiseerd. Een bibliothecaris en lid van de VVAA bracht mij op het idee alles in het Noord-Hollands Archief te plaatsen. Opgelucht want er vanaf zijnde? Dat dacht ik niet, ik was alleen maar blij dat het goed bewaard bleef! Tot 1990 is ons archief daardoor gelukkig ongeschonden gebleven en onverminderd boeiend.” “We hadden toen nog geen bureau, zoals we dat nu kennen. Toch wilde ik een vast secretariaat, een investering van al met al 100.000 gulden. Dat was veel geld in die tijd. Tot mijn verbazing keurde de ALV, waarbij ongeveer 30 leden aanwezig waren, die investering goed. Zo werd het eerste secretariaat bij de VVAA gevestigd.”

En wat hebt u niet bereikt?
“Daar is geen antwoord op te geven. We stonden aan het begin van grote ontwikkelingen die allemaal nog vorm moesten krijgen. Er was nog zoveel te doen. Alles ging heel anders dan het nu gaat. Bij de voorbereiding van de ALV lag bij mij op de praktijk een lange tafel vol met stukken die we handmatig bij elkaar moesten harken.”

Met welke tegenkrachten kreeg u te maken?
“Vooral met de schotten tussen de diverse specialismen. Zo begon men op veel plaatsen met operatieve dermatologie. Dat leidde tot gefronste wenkbrauwen bij de vereniging van plastisch chirurgen die een ernstig gesprek met het bestuur van de NVDV wilde voeren. Dat is ook gebeurd en in de loop der jaren verliepen de contacten met de collega’s in goede harmonie. Ik zat destijds in Almelo en ik kreeg van een collega staflid en chirurg een brief van twee kantjes dat het ‘absoluut niet kon dat dermatologen zouden gaan opereren.’ Die brief heb ik nog steeds. Een historisch kleinood.”

Hoe was uw relatie met de Landelijke Specialisten Vereniging, de voorloper van de Federatie Medisch Specialisten?
“Ik heb veel LSV vergaderingen bezocht. Dat waren niet de meest prettige bijeenkomsten. Te vaak heb ik meegemaakt dat een vergadering eindeloos werd opgerekt, vooral als er belangrijke besluiten op de agenda stonden, en soms zelfs tot bijna middernacht. In de regel waren de critici of nee-stemmers dan al naar huis, en kon het punt uiteindelijk besluitvormend ingebracht en goedgekeurd worden. De LSV was bijzonder manipulatief. Wat mij nog steeds spijt is dat we dat waanzinnige DBC systeem niet konden tegenhouden.”

Hebt u van nog meer dingen spijt?
“Jazeker. Binnen de Raad Wetenschap, Onderwijs en Kwaliteit van de LSV had ik nadrukkelijker mijn stem moeten laten horen. Ik zat daar tegenover een rij alwetende en vooral zelfverzekerde hoogleraren – meestal mannen – zodat ik bijna letterlijk verstomde. Gelukkig heeft Carla Bruijnzeel dat daarna beter gedaan.”
Dit brengt haar op de verschillen tussen mannen en vrouwen: “Vrouwen willen perfect zijn, mannen denken dat ze het zijn!”

Eeuwfeest als hoogtepunt

Waar kijkt u met gepaste trots op terug?
“Voor alles ben ik er trots op dat ons bestuur in die tijd functioneerde als een hecht team. Dat resulteerde onder meer in het eeuwfeest. Met Paul Witteman als gespreksleider hadden we pittige discussiepunten op de agenda gezet, zoals ‘de dermatoloog als grijze muis’.” “De opening deed prinses Margriet. Als je met iemand van het Koninklijk Huis te maken krijgt, krijg je strenge protocollen voorgeschoteld. Zo mochten we de prinses beslist geen hand geven, want ze droeg een brace om haar pols; wat haar precies mankeerde, weet ik niet. We stonden daar dus onhandig en onwennig met de armen stijf langs onze lichamen. Wat deed Margriet? Ze begon hartelijk iedereen de hand te drukken… En ze was heel spraakzaam. Tot aan de opening, want daarna was ze stilletjes. Ach, het zal wel bij het protocol hebben gehoord.”

Wat was in uw tijd de kracht van de NVDV?
“We hebben toen werk gemaakt met de gezamenlijke scholing van aios plus een goede opzet van de nascholing. Dat was niet mijn of onze verdienste, maar we bouwden voort op het goede werk van onder andere Willem van Vloten en Jan Bos. Wat velen niet weten: de NVDV was een voorloper wat betreft visitaties. En nooit ben ik opgehouden met het aanmoedigen van onze leden om zitting te nemen in het stafbestuur en commissies binnen de ziekenhuizen.”

Met veel liefde denkt Glastra terug aan de tijd dat ze visiteur en mede-visiteur was: “Jarenlang kwam ik zo op plekken waar ik anders nooit zou komen. Je ontmoette mensen die je in een andere situatie nimmer zou tegenkomen, en kreeg inzage in de praktijkvoering. Dat was ontzettend leerzaam en leuk. Ik kan iedereen aanbevelen om als mede-visiteur hieraan bij te dragen. Je leert er altijd van, of je leert iets af, wat ook vruchtbaar is. Leukere bijscholing bestaat niet!”

En wat was de zwakke kant van de NVDV?
“De samenhang binnen de vereniging bleef een zorgenkind. Het was los zand, wat mede het gevolg was van de enorme diversiteit bij de opleiding. Het stempel ‘grijze muizen’ bleek lastig weg te poetsen.”

Als u de NVDV zou moeten vergelijken met een dier, aan welk dier denkt u dan? En waarom?
Gevat: “Vroeger: een aaibaar en wat schichtig konijn, goed functionerend in groepen. Nu: een zelfverzekerde aap op de rots.” Ze noemt dat “beslist een vooruitgang, want het zegt iets over het stijgende aanzien van de beroepsgroep.”

Creativiteit

Gelet op dit inventieve antwoord, ligt het voor de hand de creatieve lijn door te trekken.

Stel dat u een slagzin voor de NVDV zou moeten bedenken: hoe zou die luiden?
Glastra lijkt bijna voorbereid op de vraag: “Huiden en vellen, de NVDV bellen!” Ze licht toe: “Ooit was ik in Zuid-Afrika en zag zomaar langs de weg een bord met de tekst ‘Huiden en vellen’, en dat ben ik nooit vergeten. Het blijft raadselachtig hoe het geheugen werkt. De gekste details – vaak van ieder belang ontbloot – onthoudt een mens, waar belangrijke zaken waarvan men denkt ‘dat vergeet ik nooit’, toch verdwijnen in vergetelheid. Het is zoals geheugenprofessor Douwe Draaisma schreef: ‘het geheugen is een hond die gaat liggen waar hij wil’. Overigens ben ik een groot liefhebber van Draaisma’s boeken.”

Hoe uw persoon in drie woorden te typeren?
Zonder aarzeling: “Luctor et emergo.”

Uit overlevingsdrift?
“Nee, uit noodzaak.”

Hebt u een motto?
“Nil volentibus arduum, hetgeen betekent ‘niets is moeilijk voor hen die willen’. Eerlijk gezegd, heb ik dit gepikt van wijlen mijn lieve collega Hans Heijmans, een bijzondere en inspirerende man.”

Aanwezig en strijdbaar

Na dit korte creatieve intermezzo, keren we terug bij het hoofdthema: de NVDV toen en nu.

Wat waren de belangrijkste discussiepunten in uw periode?
Welke zijn opgelost en welke zijn doorgeschoven?
Kunt u deze punten kort samenvatten?
Haar geheugen piept en kraakt: “Het is al zo’n tijd geleden. Beroepsbelangen en het inkomen van de medisch specialist waren in die tijd hot items, en zijn dat feitelijk nog steeds. Er is veel werk verzet rond visitatie en de reorganisatie van het proces. Ook de organisatie van de vereniging, onder andere op gebied van kwaliteit is een dynamisch iets. Waar ik heel blij mee ben, is dat in zoveel ziekenhuizen inmiddels het multidisciplinair overleg zo goed gestalte heeft gekregen.
Beetje bij beetje beginnen de schotten tussen de verschillende specialismen echt af te brokkelen.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen de NVDV in uw tijd en de huidige NVDV?
“De zichtbaarheid van de dermatoloog is enorm toegenomen, en de reputatie als ‘zalfkwakker’ is inmiddels allang verleden tijd. De harmonisatie van de opleiding heeft vruchten afgeworpen. De contacten met patiëntenverenigingen zijn geïntensiveerd en men werkt nadrukkelijk met elkaar samen. De onderlinge verbondenheid is een sterk punt, en dat geldt niet alleen voor de NVDV maar ook voor en door de activiteiten van de VADV. De huidtherapeuten vormen niet langer een bedreiging.”

Hoe bedoelt u dat laatste?
“De opleiding tot huidtherapeut stond toen net in de steigers. Veel dermatologen zagen dat als een grote bedreiging van het vak, dat – in hun ogen – uitgehold zou worden. Ik vond juist dat je er positief naar moest kijken: ‘Wat kan je als dermatoloog wel met een huidtherapeut doen?’”

Hoe ziet u de NVDV anno 2018?
“De NVDV is zeer aanwezig, strijdbaar ook en weet door goede PR regelmatig de pers te halen. Het doet deugd dat te zien. Daarnaast komt de NVDV vaker dan vroeger en tegelijk heel nadrukkelijk op voor de mens met een huidaandoening, hetgeen ik zeer toejuich. Wat zeer positief uitpakt is dat de NVDV – anders dan in mijn tijd – goede banden heeft met het NHG, want huisartsen zijn van nature onze meest nabije samenwerkingspartner.”

En schets een fata morgana van de NVDV over pakweg tien jaar…
“Ik kan niet in de glazen bol kijken, daarom wil ik wat elementen opsommen: het zou kunnen dat de NVDV het dermatologisch budget in eigen hand heeft, we beslissen dan als vereniging over de noodzakelijke zorg, zowel kwalitatief als kwantitatief. Er zijn directe lijnen naar zorgverzekeraars, we zijn leidend in de kwaliteit van zorg voor de patiënt, er bestaan sancties om wildgroei tegen te gaan (en dat zou ook niet meer mogelijk zijn met een eigen budget). We beschikken over een excellente opleiding, waarbij uitwisseling met klinieken binnen en buiten Europa mogelijk is. Er is sprake van nauwe
samenwerking met patiëntenverenigingen. De beroepsverenigingen binnen Europa (UEMS) en ook daarbuiten zorgen voor goede dermatologische zorg in de hele wereld.”

Opvallend is dat u e-health niet noemt…
“E-health betekent dat mensen snel een vraag kunnen stellen en evenzeer snel een antwoord kunnen krijgen. Voor patiënten is dat heel prettig en e-health biedt een enorm potentieel aan mogelijkheden. Maar voor veel aandoeningen, waarbij de huid aan een goede controle moet worden onderworpen, is dat nog een probleem. Die consulten zullen gewoon in de spreekkamer moeten plaatsvinden.”
Met lichte ironie: “Het hangt ook sterk af van de organisatie van de zorg en de maatschappelijke context. Stel dat je een verpleegkundige bent in Yukon (dat hoort bij Canada) in the middle of nowhere, dan is het toch wel prettig als je via de computer advies kunt vragen aan een dermatoloog in Vancouver.”

Eigenschappen

Hoe kijkt u aan tegen het grote aantal jonge dermatologen?
“Ik vraag mij echt af: Is er wel voldoende werk? Krijgen ze genoeg gelegenheid voor ‘gewone’ patiëntenzorg tijdens de opleiding, al is dat – denk ik – nu wel ondervangen door perifere stages. Ik zou het zonde vinden als dat leidt tot een vluchten naar de cosmetiek. En waarom gaan ze niet naar Groningen en Zeeland? Dermatologie blijft een mooi vak, ook in de periferie. De randstad is bepaald niet ‘heilig’.” Zwijgt even. “Er zijn 32 ZBC’s in Amsterdam, hoorde ik laatst. Hoe bestaat het? Het is onmogelijk daar als allround dermatoloog je vak uit te oefenen, en dat betekent dat je maar een ‘halve dermatoloog’ bent. Dat is – hoe dan ook – beschadigend voor het vak, want zorgverzekeraars zullen in dit soort ontwikkelingen meegaan. Want zorgverzekeraars denken graag in geld.”

Wat voor eigenschappen moet iemand hebben om een goede voorzitter te zijn?
“In ieder geval overzien, opletten, goed luisteren, weten wat mensen bezighoudt, bereikbaar zijn, niet te snel oordelen en ‘de boel bij elkaar houden’.”

Welke eigenschappen had u wel en welke niet?
“Eerlijk gezegd heb ik altijd veel moeite gehad met conflicthantering, ondanks de cursus die ik volgde. Dat heb ik al mijn hele leven, dus het zal wel in mijn karakter besloten liggen, zijnde de resultante van ervaring en opvoeding. Een conflict kan je persoonlijk aangrijpen. Al durf ik nu meer dan vroeger. En ik weet heus wel dat het inherente doel van een conflict is te werken aan een oplossing.”

Hoe doet u dat met mogelijke conflicten met uw man?
Glastra schaterlacht. “Dat gaat probleemloos, gelukkig.” Glastra is momenteel een van de kartrekkers van de Werkgroep Geschiedenis van de dermatologie. “Vanuit die werkgroep willen we proberen te realiseren dat de gepensioneerde leden de gelegenheid krijgen een of twee keer per jaar – bijvoorbeeld tijdens de dermatologendagen – elkaar te ontmoeten. Je ziet dat tijdens afscheidsbijeenkomsten, zoals recent van Carla Bruijnzeel, iedereen het geweldig vindt voormalige collega’s weer te zien. Hoe we dit gaan uitwerken, is nog niet bekend.”

Waarom is die geschiedenis zo belangrijk om te beschrijven en te bestuderen?
“Van de geschiedenis kun je leren. Onverwachte perspectieven en ideeën uit het verleden kunnen je behoeden voor fouten in de toekomst. De geschiedenis kan het denken verhelderen, het standpunt is niet alleen dat van nu, maar vanuit het verleden kan men leren dat andere visies mogelijk zijn. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum schreef: ‘Geschiedenis verstoort het beeld waaraan we gewend zijn. Ze herinnert ons eraan dat dingen anders zouden kunnen zijn, en soms ook waren.’ Verder is het gewoon boeiend je te verdiepen in de historie, zowel van individuele mensen als van grote
gebeurtenissen uit het verleden.”

Herhaalt de geschiedenis zich?
Na een korte denkpauze: “Vaak wel.”

Correspondentieadres
Frans Meulenberg
E-mail: f.meulenberg@nvdv.nl