J. Toonstra, M.B. Crijns
Jaargang 2018
, volume 4
Reeds in 1886 schreef dr. Edmund Lesser in zijn leerboek Haut- und Geslechtskrankheiten dat het bij congenitale syfilis zeer vaak komt tot diepe, radiair verlopende rhagaden rond de mond die later overgaan in fijne streepvormige littekens. [1] Deze geven het gelaat volgens hem een hoogst eigenaardige uitdrukking, een zeker teken dat in de allervroegste kinderleeftijd sprake was van congenitale syfilis. Dit is goed te zien op oude wasmodellen.
Figuur 1 toont een wasmodel van de hand van Fritz Kolbow die vanaf 1896 moulages maakte voor het Charité Ziekenhuis in Berlijn, speciaal voor Edmund Lesser, hoofd van de kliniek voor Dermatologie en voor de bekende Rudolf Virchow van het instituut voor Pathologie. Dit komt treffend overeen met het wasmodel uit de atlas van Zieler, die in zijn leerboek uit 1939 ook melding maakt van de diepe radiaire littekens rond de mond (figuur 2). [2] Naast deze littekens zijn de zadelneus en de Hutchinsonse tanden eveneens te zien.
In het leerboek van S. Jessner uit 1923 staat een fraaie opname van een wasmodel met een nog actief stadium van congenitale syfilis (figuur 3). [3] Hieruit zullen later de diepe littekens ontstaan die kenmerkende stigmata zijn voor deze uiting van syfilis. Op een oude klinische foto uit het leerboek van S. Jessner komen naast de gegeneraliseerde huidafwijkingen ook de radiaire afwijkingen rond de mond goed tot uiting (figuur 4).
In een eerdere aflevering in dit blad werd al de zadelneus besproken als kenmerk van congenitale syfilis (maart 2017). Daar werd het schilderij De Waarzegster vertoond van George de la Tour (1593-1652) waarbij een oudere vrouw naast een zadelneus ook een prominerend voorhoofd laat zien alsmede diepe groeven rond de mond (figuur 5). Een detail van dat schilderij vindt u weergegeven in figuur 6. Volgens Dequeker betreft het ook een geval van congenitale syfilis. [4]
Literatuur
1. Lesser E. Lehrbuch Haut- und Geslechtskrankheiten. Zweiter Theil Geslechts-Krankheiten. Leipzig: Verlag von Vogel, 1886:226.
2. Zieler K. Lehrbuch und Atlas der Haut- und Geslechtskrankheiten. Berlin und Wien: Urban und Schwarzenberg, 1939:Tafelband 190 plaat a.
3. Jessner S. Lehrbuch der Haut-und Geschlechtsleiden. Leipzig: Verlag von Curt Kabitsch, 1923:108.
4. Dequeker J. De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen. Leuven: Uitgeverij Davidsfonds, 2006: 92-3.
Correspondentieadres
Johan Toonstra
E-mail: johan.toonstra@gmail.com