C.L.M. van Hees
Jaargang 2019
, volume 5
Als jonge dermatoloog zag ik een patiënte met langdurig bestaande klachten van vulvaire jeuk. Antimycotica hielpen niet en ze was wanhopig. Ze lag ‘s nachts wakker van de jeuk, kon al jaren niet pijnloos vrijen en bij navraag was ze als klein meisje al heel vaak op haar vingers getikt omdat ze “daar” niet aan mocht zitten. Ze had vulvaire lichen sclerosus, reageerde goed op lokale behandeling en vroeg, toen ze voor controle kwam, verbijsterd waarom deze ziekte niet eerder was herkend. Ze had voor het eerst in haar herinnering geen jeuk meer en was in tranen van verwarring.
Dat dit moment mij is bijgebleven, zal niemand verbazen. Want het is heel erg fijn als je écht voor iemand iets kan betekenen. We kennen meer van dit soort geluksmomenten, van groot tot klein: een tevreden patiënt, een geslaagde behandeling, de begeleiding van die moeilijke patiënt, een ervaring of verhaal dat je raakt, of de inspiratie die je voor anderen kunt zijn; het is mooi als een coassistent die bij aanvang geen flauw idee heeft wat de dermatologie inhoudt aan het einde van het coschap dermatoloog wil worden.
Onwetend publiek
Het voorbeeld van de patiënt met lichen sclerosus maakt nog iets anders pijnlijk duidelijk. Ik was blij om haar te kunnen helpen maar ook ontstemd omdat ze niet eerder verwezen was. Er zijn nog werelden te winnen voor dermatologen. Niet alleen omdat elke dermatoloog mijn voorbeeld zal herkennen uit eigen ervaring, maar ook om andere redenen. De reikwijdte van een huidziekte wordt door menigeen onderschat (tenzij men er zelf last van heeft). Dat geldt voor de overheid, zorgverzekeraars (die graag schrappen in de vergoedingen om alles betaalbaar te houden), collega’s (in opleiding – er is zelfs niet overal een coschap dermatologie meer) en beleidsmakers. Het is veelzeggend – en behoorlijk frustrerend – dat huidaandoeningen op allerlei ranglijsten van ziekten en ziektelast steevast zo laag scoren. Wat aan die onderschatting ook bijdraagt, is dat we ons in de praktijk nogal eens gedragen als vertegenwoordigers van een ‘klein vak’. De dieper liggende oorzaak echter is dat zo weinig mensen weten wat we kunnen en doen. Tijdens de ALV in maart maakte Erik Peekel dat pijnlijk duidelijk via twee filmpjes met statements van het algemeen publiek over wat een dermatoloog vermag. Zie voor de filmpjes onze D-Page en ik verwijs voor een kort interview met Erik naar het artikel hiernaast.
Inspireren als noodzaak
Op de Heidag in september 2018 waren bestuur en een delegatie van de PR-Commissie te gast bij Rotterdam Partners, waar we inzage kregen in de aanpak die geleid heeft tot een nieuw imago van de stad. Vervolgens bogen we ons onder leiding van dezelfde Erik over de vraag wat we nu eigenlijk willen en kunnen doen om een helder beeld te scheppen van onze identiteit en bijpassend imago. Voor het publiek, onze verwijzers, collega’s, beleidsmakers, politici, verzekeraars en eigenlijk ook voor onszelf. Hoe maak je dit op een heldere, breed gedragen en aansprekende manier duidelijk aan al deze partijen? Dat is zo makkelijk nog niet.
Kernpunten waren: De NVDV kan dat niet alleen, daarvoor is ruggenspraak nodig met de bevolking, andere partijen alsook met onze leden; schrijf een eenduidig verhaal waar de dermatoloog zich in herkent en waarmee hij naar buiten kan treden (in jargon-Engels heet dit de ‘corporate story’, zijnde het kernverhaal dat de NVDV en de dermatoloog onderscheidend positioneert); bedenk een slagzin die je jaren behoudt (niet ieder jaar een nieuwe); wees liever proactief dan reactief en blijf positief. Dat alles sprak mij zeer aan.
Essentieel is de stem en de verhalen van zoveel mogelijk dermatologen te verwoorden en te laten horen. De superbrainstorm van Erik tijdens de ALV leverde al heel veel verhalen en ideeën op. Omdat lang niet iedereen daar aanwezig kon zijn, nodigen we iedere dermatoloog ook nu weer uit om een verhaal te delen, en ideeën en voorbeelden te opperen. Het cliché zou geen cliché zijn als er niet een kern van waarheid in schuilgaat: iedere dermatoloog is een ambassadeur van het vak. We hebben tenslotte het mooiste vak van de wereld!
Correspondentieadres
Colette van Hees
E-mail: c.vanhees@erasmusmc.nl