Kees-Peter de Roos, Colette van Hees
Jaargang 2018
, volume 1
Het nieuwe kabinet heeft gemeend de zorg te laten aansturen door maar liefst drie bewindspersonen. De aangetreden ministers (een van VWS en een voor VWS) en staatsecretaris zijn alle drie oud-wethouder. Wethouders zijn in het algemeen gewend om in hun gemeenten dingen in beweging te brengen. Dat zou volgens sommigen kunnen betekenen dat er in deze kabinetsperiode meer focus komt op concrete werkafspraken met koepels en vakverenigingen dan op grote stelselwijzigingen.
Een aantal aanpassingen in het beleid krijgen inmiddels meer vorm. De overheid wil vijf hoofdlijnenakkoorden bereiken, te weten: 1. medisch specialistische zorg (MS), 2. huisartsenen multidisciplinaire zorg, 3. wijkverpleging, 4. GGZ en 5. ‘paramedie’.
In het hoofdlijnenakkoord MS staat dat de groei met 1,9 miljard euro wordt afgeremd. Tegelijkertijd stijgen de kosten van de Zorgverzekeringswet met acht miljard van 48,6 naar 56,3 miljard euro. Die stijging heeft overigens vooral te maken met de toegenomen kosten van nieuwe technologie. Thema’s zullen zijn:
- continuering van de beweging van zorg van tweede naar eerste lijn;
- meer aandacht van zorgprofessionals voor uitkomsten: uitkomsttransparantie;
- meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis, stimuleren loondienst en participatie, zonder dat de overheid hierin een keuze zal opleggen;
- beheersing van de kosten van genees- en hulpmiddelen: scherpe inkoop en herberekening van het GVS en verbetering van de palliatieve zorg.
(Ont)regeling
Daarnaast wil men werk maken van drie zogenoemde sectoroverstijgende thema’s: zorg op de juiste plek, zorgbrede arbeidsmarktagenda en verminderen van regeldruk. Ook die thema’s zijn niet nieuw, maar dat dit laatste nu officieel zo hoog op de politieke agenda staat, is wel te danken aan enkele lawaaimakende huisartsen, verenigd in de actiegroep: Het Roer Moet Om. Inmiddels is ook de FMS aan de slag gegaan op dit onderwerp. Een recente enquête van de FMS en de VvAA met als titel (Ont)regel de zorg, waaraan 3.000 medisch specialisten deelnamen, liet zien dat de gemiddelde dokter in het ziekenhuis 40% van zijn of haar tijd besteedt aan verslaglegging en andersoortige administratie. Ook zijn er door de FMS 5.000 voorbeelden verzameld van onnodige administratieve handelingen, variërend van steeds weer een machtiging uitschrijven voor een hulp- of geneesmiddel tot invullen van registraties voor ziekenhuisaccreditatie waarvan doel en middel niet meer van elkaar zijn te scheiden.
Correspondentieadres
secretariaat@nvdv.nl