Knuffelen met een cavia?

Terug

2 min. leestijd

Delen via:

S.L. Wanders , P. de Man, M.A.M. Loots

Jaargang 2019

, volume 8

SOA en huidinfecties

Artikel in PDF

Een man van 72 jaar presenteerde zich met een sinds twee weken groeiende, ulcererende tumor op de kin die uitbreidde ondanks respectievelijk oraal flucloxacilline, amoxicilline-clavulaanzuur en een combinatie van clindamycinetabletten en fusidinezuurcrème via de huisarts.

Op de kin rechts werd een matig scherp begrensde erythemateuze, deels erosieve tumor van 5 bij 8 cm met een diepte van 1,5 cm gezien met gele crustae (figuur 1). Patiënt had ter plaatse een stekende pijn en jeuk zonder koorts. De reisanamnese was negatief, patiënt zou geen dieren hebben. Klinisch werd onder andere gedacht aan een metastase, diepe mycose of impetigo vulgaris. Een huidbiopt toonde een diepreikende chronische, actieve inflammatie zonder specifieke kenmerken. Er waren geen schimmels aantoonbaar of tekenen van een maligniteit.

Er werd na overleg met de arts-microbioloog een nieuw biopt genomen, van een beginnende laesie op de kin links op de overgang van gezond naar aangedaan weefsel voor microscopisch onderzoek, en een diepe kweek. De kweek toonde een grote hoeveelheid Trichophyton verrucosum. Deze schimmel past bij een diepe mycose genaamd granuloma trichophyticum, ook wel Majocchi’s granuloma genoemd.

Bij navragen bleek de kleinzoon van patiënt een cavia te hebben die inmiddels was overleden aan schurft. Kleinzoon had ondertussen een aantal mildere, soortgelijke laesies ontwikkeld (figuur 2). Er werd gestart met een combinatie van orale terbinafinetabletten en topicale ciclopiroxcrème, gedurende acht weken. Na acht weken is patiënt op controle gezien zonder klachten (figuur 3), kleinzoon maakt het ook goed.

Diagnose

Granuloma trichophyticum ‘Majocchi’s granuloma’ met een cavia als hoogstwaarschijnlijke bron.

Correspondentieadres
Sarah Wanders

E-mail: s.wanders@Franciscus.nl