Prof. Dr. Willem van Vloten (1941 – 2025)

Terug

4 min. leestijd

Delen via:

Rein Willemze

Jaargang 2025

, volume 10

Artikel in PDF

Op 25 september 2025 overleed prof. dr. Willem van Vloten, voormalig hoogleraar huid- en geslachtsziekten in Leiden (1980-1985) en vanaf 1985 tot zijn emeritaat in 2001 afdelingshoofd van de afdeling dermatologie van het UMC Utrecht. Hij was de grondlegger van het cutane lymfomen onderzoek in Nederland. Naast zijn wetenschappelijke verdiensten en zijn vele bestuurlijke functies heeft hij ook belangrijke bijdragen geleverd aan onderwijs en patiëntenzorg binnen de Nederlandse dermatologie.

Cutane lymfomen

Begin zeventiger jaren trad Willem in de voetsporen van zijn vader en begon in de Leidse kliniek aan zijn opleiding dermatologie (opleider prof. dr. Machiel Polano). In die tijd was het in Leiden bijna vanzelfsprekend de opleiding te combineren met promotieonderzoek. Met een compleet nieuwe techniek (DNA cytofotometrie) waarmee men het DNA gehalte van lymfocyten op objectglaasjes kon meten, bleek het mogelijk om onderscheid te maken tussen goedaardige en kwaadaardige huidinfiltraten en de diagnose mycosis fungoides in een vroeg stadium te stellen. In 1974 promoveerde hij op dit onderzoek met een proefschrift met als titel: De betekenis van DNA cytofotometrie voor de vroegtijdige diagnostiek van mycosis fungoides. De resultaten van dit onderzoek leidde tot een sterke toename van het aantal verwezen patienten met een cutaan lymfoom, waardoor Leiden uitgroeide tot een nationaal verwijscentrum voor deze groep patiënten. Door zijn aanstekelijk enthousiasme raakten ook andere Leidse afdelingen bij dit onderzoek betrokken, waaronder de afdelingen Pathologie (prof. dr. Erik Scheffer; prof. dr. Chris Meijer) en radiotherapie (prof. dr. Ed Noordijk), waardoor een multidisciplinaire onderzoeksgroep ontstond. In 1985, na het vertrek van verschillende leden van de Leidse groep naar Utrecht en Amsterdam, volgde de oprichting van de Nederlandse Werkgroep Cutane Lymfomen wat de multidisciplinaire samenwerking moeiteloos voortzette. Vanzelfsprekend werd Willem voorzitter. Deze werkgroep, waarin dermatologen en pathologen van alle Nederlandse universitaire centra samenwerken, komt nog steeds vier keer per jaar bijeen, adviseert over diagnostiek en behandeling van individuele patienten, coördineert onderzoek en nascholing, en vormt een onschatbare bron voor verder onderzoek. Het door Willem van Vloten in 1970 begonnen onderzoek is inmiddels uitgegroeid tot een uiterst succesvol onderzoeksprogramma, met een database met ruim 6.000 patienten, met meer dan 20 promoties, meer dan 400 artikelen, en als hoogtepunt de uitreiking van de Van Vlissingen Prijs in 1999 aan Willem van Vloten, Chris Meijer en Rein Willemze.

De patiënt centraal

De patiënt kwam bij Willem op de eerste plaats, altijd en overal. Ook wetenschappelijk onderzoek diende, als het maar even kon, uitzicht te bieden op een betere diagnose of behandeling voor zijn patienten. Hij was een groot voorstander van samenwerking met andere disciplines, ook toen dat nog niet gewoon was. Het wekt dan ook geen verbazing dat hij een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van werkgroepen, waarin deze multidisciplinaire samenwerking gestimuleerd werd, zoals in Nederland onder meer de Werkgroep Psychodermatologie, de Werkgroep Dermatopathologie en de Melanoom Werkgroep. Willem onderkende ook als een van de eersten het belang van goede patiëntinformatie, en vormde daarop de commissie Patiëntenfolders, waarin naast hem Jannes van Everdingen en prof. dr. Arnold Oranje zitting hadden.

Onderwijs

Naast wetenschappelijk onderzoek en patiëntenzorg had Willem nog een passie: het onderwijs, het overdragen van kennis aan jonge mensen, zowel aan studenten als aan arts-assistenten. Hij was een onderwijzer in hart en nieren. Zijn rijzige gestalte, zijn directe, soms licht provocerende vragen, bril afwisselend op neus en voorhoofd, werd door studenten en arts-assistenten soms wel als intimiderend ervaren. Het stimuleren van wetenschappelijke nieuwgierigheid beschouwde hij als een belangrijk element van de opleiding. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in 1974 een van de eerste leden was van de Nascholingscommissie, die vanaf 1975 verantwoordelijk was voor de organisatie van de zeer succesvolle jaarlijkse nascholingscursussen. Ook het Nederlandse leerboek Dermatologie en Venereologie kwam onder zijn redactie tot stand.

Internationale betekenis

In het buitenland was Willem met name bekend vanwege zijn vele bestuurlijke functies en als organisator van congressen, en bijzonder geliefd vanwege zijn warme persoonlijkheid, zijn gastvrijheid, zijn oprechte belangstelling voor zijn collegae en zijn gevoel voor humor. Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting van de EORTC Cutaneous Lymphoma Tumour Group en was een van de oprichters van de International Society for Cutaneous Lymphomas (ISCL). In de periode 1979- 1984 was hij achtereenvolgens penningmeester en voorzitter van de European Society for Dermatological Research (ESDR) en organiseerde hij de jaarlijkse ESDR congressen in de RAI in Amsterdam. Andere hoogtepunten waren de organisatie van het door de NATO gesponsorde zesdaagse cutane lymfomen congres in een klooster in St. Miniato in de buurt van Florence, en vanzelfsprekend het 8ste EADV congres in 1999 in Amsterdam, waar hij de ruim 4.000 deelnemers verblijdde met een voorstelling van de Nachtwacht.

Willem was een bestuurder en organisator puur sang. Veel van de bestuurlijke functies die hij bekleed heeft, zijn al eerder genoemd. Tevens was hij van 1984 tot 1989 achtereenvolgens vicevoorzitter en voorzitter van de NVDV. Als voorzitter van de lustrumcommissie was hij de spin in het web bij de organisatie van het eeuwfeest van de Vereniging in 1996. Het werd een onvergetelijke gebeurtenis met een spetterend lustrumcabaret, bedacht en uitgevoerd door een actieve groep NVDVleden en de uitgave van een prachtig eeuwfeestboek.

Uit de vele bijdragen in het Liber Amicorum dat Willem bij zijn afscheid ter gelegenheid van zijn emeritaat in 2001 ontving, wordt goed duidelijk hoe groot zijn bijdrage aan de ontwikkeling van zowel de nationale als internationale dermatologie is geweest. Erkenning voor deze bijdrage blijkt ook uit de erelidmaatschappen die hij mocht ontvangen van de NVDV, de ESDR en de Duitse en Poolse dermatologische verenigingen.

Ik heb het voorrecht gesmaakt meer dan 20 jaar samen met Willem op te trekken. Hij was eerst mijn promotor, daarna de mentor die mij introduceerde bij zijn vele contacten in de internationale dermatologie, daarna als collega. Ik ben hem dankbaar voor alle mooie momenten die we samen beleefd hebben.

Correspondentieadres
Rein Willemze
E-mail: rein.willemze@planet.nl