A.B. Halk
Jaargang 2019
, volume 7
Het bureau van de NVDV krijgt regelmatig vragen over een streng optredende handhaving door de IGJ in verband met mogelijk aangescherpte regels voor het naleven van het informed consent en een ‘24 uur bedenktijd’-regel bij planbare maar vooral cosmetische behandelingen. Hoe zit dat?
Enkele voorbeelden van vragen zijn:
- “Is het waar dat voor alle cosmetische behandelingen een bedenktijd van minimaal 24 uur is ingevoerd?”
- “Kan ik dan nog patiënten die bijvoorbeeld komen voor een shave van een dermale naevus in hetzelfde consult behandelen?”
- “Op welk moment moet de cliënt/patiënt het informed consent tekenen?”
- “Moet dit voor iedere behandeling, ook als een cliënt/patiënt steeds dezelfde behandeling ondergaat? En is hieraan dan iedere keer weer een bedenktijd verbonden?“
- “Kan een telefonisch consult gelden als eerste consult om de bedenktijd efficiënt (en patiënt/cliëntvriendelijker) in te passen?”
Voor de beantwoording van die vragen is inzicht nodig in de regels omtrent bedenktijd, ook wel afkoelingsperiode genoemd, en over het informed consent (in dit stuk voortaan aangeduid als geïnformeerde toestemming).
Regels omtrent bedenktijd
De bedenktijd is de tijd tussen het moment dat de dermatoloog een behandeling voorstelt en de beslissing om de behandeling door te laten gaan. Hoe lang deze tijd moet zijn, hangt doorgaans af van de aard van de behandeling. Dat is momenteel vastgelegd in de ‘eigen’ kwaliteitsnormen. Dat is doorgaans ook de norm waarop de Inspectie zich bij handhaving baseert. Voor dermatologen geldt hiervoor momenteel het document: Leidraad niet-verzekerde en cosmetische behandelingen in de dermatologische praktijk. Hierin staan de volgende categorieën beschreven:
- Categorie 1:
Kleine ingrepen die in de praktijkeenheid uitgevoerd kunnen worden, al dan niet met plaatselijke verdoving; geen bedenktijd. - Categorie 2:
Intermediaire ingrepen die uitgevoerd worden onder plaatselijke verdoving in de praktijkeenheid; bedenktijd 24 uur. - Categorie 3:
Zwaardere ingrepen die onder plaatselijke/algehele verdoving in de praktijkeenheid uitgevoerd worden; bedenktijd 1 week.
De vraag die zich vooral aandient, luidt: “Klopt het dat voor alle cosmetische behandelingen recent een bedenktijd van minimaal 24 uur is ingevoerd?” Het kwaliteitskader voor Cosmetische Geneeskunde, waarin landelijke afspraken beschreven staan over hoe de zorg binnen de cosmetische geneeskunde georganiseerd moet zijn, is in concept klaar. Zodra dit kwaliteitskader van kracht wordt, zal de IGJ op basis van dit document kunnen toetsen. In dit kwaliteitskader lijkt de onderverdeling in 3 categorieën, conform de leidraad van onder andere de NVDV, te blijven behouden. Voor verrichtingen vallend binnen categorie 1 zal dus geen bedenktijd gehanteerd worden. Enkele delen staan echter nog ter discussie. Omdat de huidige categorieën voor bredere interpretatie vatbaar zijn, wil men op korte termijn pogen meer duidelijkheid te verschaffen over de indeling van specifieke behandelingen. Zodra hierover meer informatie beschikbaar komt, zal de NVDV dit naar haar leden communiceren. Vooralsnog dient onze leidraad als handvat.
Terugkomend op het voorbeeld van de shave van een dermale naevus, deze kan goed in categorie 1 vallen, terwijl een excisie van een naevus ook in categorie 2 zou kunnen vallen. Aangezien in het conceptkwaliteitskader dus geen strikte voorbeelden staan, is het belangrijk dat de dermatoloog zelf de in acht genomen afkoelingsperiode verantwoordt in het dossier. Bij patiënten die een cosmetische ingreep willen ondergaan, valt te overwegen ook voor een behandeling uit categorie 1, zoals een botoxbehandeling, een afkoelingsperiode af te spreken. Daarmee vermijdt u ‘impulsaankopen’ en vermindert u de kans op teleurstelling.
Regels omtrent geïnformeerde toestemming
Wat betreft geïnformeerde toestemming geldt het volgende. De wet geeft aan dat ter totstandkoming van een behandelingsovereenkomst voor verrichtingen de toestemming van de patiënt vereist is. Zonder toestemming is er sprake van een ongeoorloofde inbreuk op de integriteit van een patiënt. Om rechtsgeldig toestemming te kunnen geven, heeft de patiënt goede informatie nodig. De informatieplicht van de arts en het toestemmingsvereiste vormen een twee-eenheid, hetgeen aangeduid wordt met het begrip ‘geïnformeerde toestemming’. Een arts moet dus, alvorens toestemming te vragen, de patiënt eerst informatie geven over het voorgenomen onderzoek of de voorgestelde behandeling. Dit dient in ieder geval mondeling te gebeuren. Als er ook schriftelijke informatie (voorhanden) is, kan de arts die informatie meegeven. Op basis van de wetgeving (WGBO en Wkkgz) is er géén verplichting om de informatie altijd schriftelijk mee te geven, al dient dit wel te gebeuren op verzoek van de patiënt. Er bestaan geen voorschriften omtrent de manier waarop de arts de patiënt mondeling informeert. Telefonische of digitale voorlichting is dus ook mogelijk maar stelregel is dat de behandelaar/zorgverlener de patiënt zélf informeert en om toestemming vraagt. Als is voldaan aan de geïnformeerde toestemming kan de arts dat optekenen/aankruisen in het digitale dossier. Het is dus geen wettelijke vereiste een door de patiënt ondertekend formulier aan het dossier toe te voegen (de manier waarop men in de praktijk het begrip ‘informed consent’ vaak hanteert). Een dergelijk formulier toont natuurlijk wel extra aan dat de patiënt nadrukkelijk heeft aangegeven de informatie te hebben begrepen, hetgeen in lastige situaties geen kwaad kan.
Met dank aan mr. Saskia Otters (FMS) voor haar advies.
Correspondentieadres
Anne Berthe Halk
E-mail: ab_halk@hotmail.com