Het tijdperk prof. dr. J.D. Bos - Toespraak uitgesproken op 3 juni 2016 tijdens de 339ste wetenschappelijke vergadering van de NVDV in Hotel Casa 400, te Amsterdam

Terug

7 min. leestijd

Delen via:

W.R. Faber

Jaargang 2016

, volume 7

Inflammatoire dermatosen

Artikel in PDF

Professor Bos, beste Jan,

Mij is gevraagd jou toe te spreken met een rede betreffende Het tijdperk professor dr. J. D. Bos. Ik spreek hier namens de staf van de afdeling Dermatologie van het AMC en met inbreng van oud-assistenten.

Wetenschappelijk onderzoek

Professor Bos werd in 1990 benoemd tot hoogleraar Dermatologie aan de Universiteit van Amsterdam. Op 1 februari 1991 heeft hij zijn oratie uitgesproken met de titel Huid en Afweer. Dankzij professor Bos heeft de afdeling in de top 5 van meest productieve dermatologische onderzoeksgroepen gestaan.1 Hij was zeer bekend in de internationale wetenschappelijke wereld en werd erkend als een visionaire en inspirerende onderzoeker met een grote mate van wetenschappelijke integriteit, die out of the box kon denken. In NARCIS worden zijn expertisegebieden als volgt benoemd: dermatologie, venereologie, immunologie, immunodermatologie, psoriasis, atopisch eczeem, sclerodermie en foto-immunologie. In de afdeling concentreerde hij het onderzoek rond de thema’s psoriasis, dermatoallergology, sclerodermie, infectie en immuniteit, wondgenezing en pigmentcelziekten. Hij heeft veel gepubliceerd in tijdschriften met een hoge citation index en dit heeft onder andere geresulteerd in ruim 330 publicaties.2 Bij toeval vond ik dat ik een van de weinigen in Amsterdam en verre omstreken ben die niet samen met hem gepubliceerd heeft.

In 1986 introduceerde hij samen met professor Martien Kapsenberg het concept van het Skin Immune System met een publicatie The Skin Immune System; its cellular constituents and their interactions in Immunology Today. Deze publicatie werd gevolgd door The skin immune system: progress in cutaneous biology in Immunology Today in 1993. Hierin beschreven zij de huid als een actief en in vele opzichten uniek immunologisch micromilieu dat verschillend is van andere primaire grensvlakken tussen lichaam en omgeving (met name de mucosa). Dit heeft geleid tot een groot aantal artikelen en drie drukken van het boek Skin Immune System. Deze publicaties en dit boek hebben grote internationale impact gehad op het gebied van de immunodermatologie. De immunodermatologie is altijd de hoofdlijn van zijn onderzoek gebleven en heeft onder andere geleid tot een beter begrip van de pathogenese van psoriasis in de zin van een T-celgemedieerde aandoening. In begin jaren negentig werd de foto-immunologie geïntroduceerd en werd, in samenwerking met Arthur Kammeijer, de anti-inflammatoire werking van urocaanzuur ontdekt. Jan Bos publiceerde in 1998 The millennium criteria for the diagnosis of atopic dermatitis waarbij atopisch eczeem bij het ontbreken van allergeenspecifiek-IgE ‘atopiforme dermatitis’ werd genoemd, hetgeen een controversieel concept bleek te zijn.3 Het opzetten van een trialteam voor de introductie van nieuwe geneesmiddelen (met name de biologicals) heeft als spin off geleid tot een flinke output van wetenschappelijke artikelen, waarbij het trialteam zich heeft ontwikkeld tot een kweekvijver voor promovendi.
Er werden significante investeringen gedaan in medisch onderzoek met een meer epidemiologisch accent, met benadrukking van de ontwikkelingen van protocollen, richtlijnen en de introductie van de principes van evidence-based medicine in onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg. Dit sloot aan bij het beleid van het AMC en heeft in 2013 geresulteerd in de leerstoel Evidence-based dermatologie, in het bijzonder inflammatoire dermatosen van Phyllis Spuls.

Het laboratorium experimentele dermatologie

Professor Bos hechtte een groot belang aan wetenschappelijk onderzoek binnen de afdeling; dat was zoals hij zei de bestaansreden van de afdeling binnen een academisch centrum. Onderzoekers van de afdeling waren destijds ondergebracht bij het zogenoemde Neurozintuigen Lab. Hij was van mening dat het onderzoek het beste tot zijn recht kon komen in een eigen laboratorium in directe relatie met de afdeling en hij heeft jaren gestreefd naar een zelfstandig Laboratorium voor Experimentele Dermatologie. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan maar in 2002 kon het officieel geopend worden. Hij had een belangrijke stem bij het aannemen van biomedische onderzoekers en gaf hen ook de vrijheid een eigen onderzoekslijn op te zetten. Een tastbaar gevolg hiervan is de benoeming in november 2014 van Rosalie Luiten op de leerstoel Experimentele dermatologie, in het bijzonder pigmentcelstoornissen van de huid.

De afdeling dermatologie van het AMC

Professor Bos heeft een belangrijke hand gehad in de reorganisatie en het structureren van de afdeling Dermatologie. Hij had duidelijke ideeën waar hij met de afdeling naar toe wilde en schuwde, als dat naar zijn idee nodig was, de confrontatie met het divisiebestuur en de Raad van Bestuur niet. Hij zag zijn taak als het voortduwen van een kruiwagen gevuld met kikkers: “ze springen alle kanten op en ik moet er voor zorgen dat ze binnen boord blijven”. In zijn periode werd de afdeling Dermatologie in 1993 gekozen tot beste afdeling van het AMC door een beoordelingscommissie onder voorzitterschap van mevrouw professor Els Borst-Eilers. De samenwerking met de GGD werd geïntensiveerd door middel van een gecombineerde stafaanstelling; dit was belangrijk voor het waarborgen van een adequate opleiding in de venereologie van de aios Hoewel hij zelf geen ruime dermatologische handvaardigheden had, zag hij het belang ervan wel in, gaf ruimte en waardeerde de aanwezigheid en bijdrage van bijvoorbeeld een dermatoloog uit de periferie voor de praktische vaardigheden in de opleiding. In 1994 werd het eerste academische dagbehandelingscentrum voor de dermatologie geopend in het AMC.

Onderwijs en opleiding

In de herinnering van de oud-assistenten was hij een inspirerende en toegankelijke persoon; iemand waar de deur altijd open stond met een laagdrempelig contact.

Hij wilde graag diversiteit ook in de aios-groep; zo zei hij in een sollicitatiegesprek dat hij op zoek was naar een man met een Amsterdams accent. Maar ook positieve discriminatie in de zin van een aannamebeleid van vrouwelijk assistenten, wat in die tijd niet gewoon was. Hij stimuleerde waar nodig, gaf vertrouwen en legde de lat niet te hoog in omstandigheden waar dat niet kon en wilde meer meegeven dan alleen opleiding. Er waren regelmatige en structurele besprekingen op zijn kamer voor referaten en opleidingszaken. Voor de aios was dit een veilige omgeving en dit heeft zeker bijgedragen aan de vorming van een hechte aios-groep. Voor hem was het ook de mogelijkheid om te weten wat er onder de aios speelde. Ook was er meer een-op-een contact zoals het twee keer per jaar statussen doornemen. Hij was zelf gepromoveerd op de serologie van syfilis en bleef goed op de hoogte van dit onderwerp; zijn boodschap aan de aios was “je behandelt een patiënt en niet de serologie”. Professor Bos heeft met vasthoudendheid in Concilium en Collegium gepleit voor de zogenoemde 2,5-2,5 opleiding met een perifere stage van 2,5 jaar in plaats van de tot dan toe gebruikelijke perifere stage van maximaal 12 maanden. In eerste instantie in de combinatie van AMC met OLVG is deze 2,5-2,5 opleiding in januari 2004 gestart. Vervolgens is ook dezelfde constructie met het Flevoziekenhuis gestart in april 2005. Hij ondersteunde de onderwijscoördinator; delegeerde verantwoordelijkheden maar was wel op de hoogte. Professor Bos besteedde veel aandacht aan de coassistenten en aan studentenprojecten. Hij heeft velen aangezet en begeleid bij het promotietraject; ook de stafleden moesten eraan geloven. Hij benoemde dat je altijd als onderzoeker vernieuwend moet zijn. Hij keek naar andere vakgebieden, spelde de Lancet, New England Journal of Medicine en Science om steeds weer goede nieuwe input te kunnen geven. Er was een vaste, misschien wat schoolse, structuur in begeleiding met zeer regelmatige voortgangsgesprekken, samen met copromotoren. Dit zorgde er wel voor dat de voortgang erin bleef. Een vast punt aan het einde van de bespreking: het trekken van de agenda voor de volgende afspraak. Hij vond het belangrijk dat de promovendi tijdens het promotietraject congressen op het gebied van hun promotieonderwerp konden bijwonen en stelde hen daartoe in de gelegenheid.

Professor Bos

Ondanks zijn jeugdige leeftijd bij zijn benoeming had hij wel een professorabele uitstraling: onder andere door zijn taalgebruik en dictie; ook liep hij, volgens sommigen, statig door de gangen. Hij was iemand die primair kon reageren en had daarbij vaak een uitgesproken mening waarover op dat moment verder discussiëren niet vruchtbaar zou zijn, maar had ook het vermogen dit in tweede instantie weer ter sprake te brengen, zijn mening bij te stellen, en had geen moeite terug te keren op een ingeslagen pad als hij inzag dat het ook anders kon. Hij stond open voor nieuwe ideeën en inzichten en
kon snel tot de kern van een probleem doordringen. Professor Bos zou gezegd hebben dat hij bij nader inzien voor de opleiding microbiologie gekozen zou hebben omdat dat het vak was dat de toekomst had; en dat in een tijd ver voor de introductie van het microbioom.
Hij zag het belang in van de digitale ontwikkeling en heeft gedurende jaren gastvrijheid verleend aan KSYOS, maar heeft hen ook duidelijk gemaakt dat zij op eigen voeten verder moesten gaan. Hij is voor een periode van 5 jaar voorzitter van de Medisch Ethische Toetsings Commissie geweest. Dit is een functie met een grote workload. Bij mij kwam dan de vergelijking op met ministers, die met hun loodgieterstassen vol stukken van het departement naar huis gaan, om het thuis te bestuderen en voor te bereiden.
Hij was medeorganisator van het succesvolle EADV congres Amsterdam 1999. Ook buiten het vakgebied kon hij betrokken zijn als hij mensen kon helpen met het oplossen van praktische en persoonlijke problemen.

Ten slotte: hij hield van het vieren van jubilea; een voortzetting van een traditie die ook van zijn voorganger professor Cormane bekend was. En hij was een gastvrij mens.

Een rede als deze eindigt idealiter met iets tastbaars. Het idee werd geboren en is ten uitvoer gebracht in de zin van een fotoportret dat een terechte plaats zal krijgen in de fotogalerij van hoogleraren van de afdeling Dermatologie. En het is een genoegen deze foto te laten zien.

Ik heb gezegd.

Met dank voor het meedenken en redigeren van de tekst door prof. dr. M.A. de Rie en bijdragen van de staf en oud-assistenten van de afdeling Dermatologie van het AMC.

Literatuur/bronnen

1. Arch Dermatol 2005.
2. PubMed.
3. Bos JD, Leent EJM van, Sillevis Smitt JH. Experimental Dermatology, 1998.

Correspondentieadres
Prof. dr. William R. Faber
E-mail: w.r.faber@amc.uva.nl