J. Toonstra, M.B. Crijns
Jaargang 2016
, volume 8
Het bekendste voorbeeld van iemand met trommelstokvingers uit de Nederlandse schilderkunst is Dick Ket die zelf leed aan een chronische hartafwijking. Op diverse zelfportretten heeft hij dit fenomeen afgebeeld. Dick Ket (1902-1940) is een Nederlandse fijnschilder met een fraai maar beperkt oeuvre van zo’n 100 schilderijen. Samen met onder andere Carel Willink, Wim Schuhmacher, Raoul Hynckes en Pyke Koch wordt hij tot de zogenoemde magische realisten of de Nieuwe Zakelijkheid gerekend. Bij besprekingen van zijn werk wordt vaak de focus gelegd op zijn aangeboren hartkwaal en psychische stoornissen (vreemdelingenangst en pleinvrees) die maakten dat hij sterk aan huis gebonden was bij het ouder worden. Vanaf 1930 durfde hij zich niet verder van de woning te begeven dan het tuinhekje. Volgens De Haas had hij ook claustrofobie.1 Overal waar hij was, tot in de trein toe, moest een deur open blijven staan. Een autotochtje mocht niet te lang duren. Ook leed hij aan chronische hoofdpijnen die hij probeerde te bestrijden met grote hoeveelheden valeriaan. Hij was enig kind, is ongehuwd gebleven en bleef ook thuis bij zijn ouders wonen. De laatste tien jaar woonde hij in het door hem ontworpen ouderlijk huis in Bennekom waar hij op de eerste etage zijn atelier had en waar ook het belangrijkste deel van zijn oeuvre ontstond. Hij legde zich vooral toe op het zelfportret en stillevens toen hij ongeveer 28 jaar oud was en zijn gezondheidstoestand sterk verslechterde waardoor hij het ouderlijk huis vrijwel niet meer verliet. De aard van zijn aangeboren hartafwijking wordt meestal aangeduid als een tetralogie van Fallot. Lippen en nagels krijgen hierbij een blauwpaarse (cyanotische) kleur door het zuurstofarme bloed in de grote circulatie. In de monografie van Alied Ottevanger over Ket wordt gezegd dat hij ook aan dextrocardie leed waarbij het hart zich dus aan de rechterzijde bevindt.2 Ook De Haas meldt dat direct na de geboorte de arts de diagnose dextrocardie met een klepgebrek had gesteld. In de latere brieven van Ket worden enige malen artsen vermeld maar pogingen van De Haas om hun nadere bevindingen op te sporen leverden niks op. Van Dick Ket zijn verschillende zelfportretten (ongeveer veertig) en tekeningen bekend. Bij aangeboren hartafwijkingen kunnen trommelstokvingers voorkomen. Perifere cyanose en trommelstokvingers zijn bij Dick Ket ook duidelijk te zien op meerdere werken van zijn hand (figuur 1). Soms lijkt het wel of hij dit met opzet wil tonen aan de toeschouwer zoals op het bekende zelfportret waarbij de rechterborst ontbloot is en de vingers en nagels rond de fles de karakteristieke afwijkingen laten zien (figuur 2,3 in spiegelbeeld geschilderd). In de hals zijn bovendien de opgezette aderen goed te zien en de cyanose aan de neus. Dit schilderij zit vol symboliek. De witte kom zou wijzen op de woordspeling die hij bedacht van zijn woonplaats Bennekom (‘k ben een kom). De zwarte omgeslagen cape wijst naar de dood. Op de laatste pagina van het boek is in spiegelschrift nog juist het woord “FIN” (einde) te lezen. Ket wist dat hij niet oud zou worden. Op het schilderij is rechtsboven een (marionetten)paardje te zien. In het West-Fries dialect van zijn geboortestreek wordt zo’n paardje een ‘ket” genoemd, refererend aan zijn naam.
Komen trommelstokvingers meer voor in de kunst?
Andere voorbeelden uit de schilderkunst zijn ons niet bekend. Volgens Daniel Roux et al. zou dit fenomeen wel gezien kunnen worden aan de voeten van standbeelden van het tempelcomplex Angkor Thom in Cambodja.3 Het viel hem bij een bezoek aan dat land op dat hij veel kinderen zag met hartproblemen en trommelstokvingers.
Trommelstokvingers en horlogeglasnagels
Het aantal mogelijke oorzaken van trommelstokvingers is zeer groot. In 80% van de gevallen ligt aan trommelstokvingers een – goedaardige of kwaadaardige – afwijking van de longen ten grondslag, die aanleiding geeft tot onvoldoende zuurstof in het bloed (hypoxie), zoals longkanker en bronchiëctasieën. Voorbeelden van andere mogelijke oorzaken van trommelstokvingers zijn hart- en vaatziekten (hartfalen, raynaudfenomeen), darm- en leverafwijkingen (darmkanker, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, leverontsteking en -cirrose), hiv-infectie en bloedziekten. Daarnaast zijn er erfelijke en aangeboren vormen van trommelstokvingers bekend. In een aantal gevallen wordt geen oorzaak gevonden (idiopathisch). Wanneer de oorzaak gelegen is in longkanker of uitzetting van de bronchiën kan een zogenoemde hypertrofische pulmonale osteoartropathie ontstaan. Dit ziektebeeld wordt gekenmerkt door trommelstokvingers en -tenen, hypertrofie van de armen en benen, pijnlijke (grote) gewrichten in de benen en armen en soms afwijkingen aan de botten met botvliesontsteking en ontkalking.
Literatuur
1. Haas WHD de. Dick Ket, een schilder en zijn ziekte. Ned Tijdschr Geneeskd 1984;128:2423-25.
2. Ottevanger A. Dick Ket. Over zijn leven, ideeën en kunst. Waanders, Zwolle 1994.
3. Roux D, Brouchet L, Diana C, et al. The diseased statues. Ann Thorac Surg 2002;74:973.
Correspondentieadres
Johan Toonstra
E-mail: johan.toonstra@gmail.com