Addendum bij richtlijn Plaveiselcelcarcinoom 2025 immunotherapie bij cutaan plaveiselcelcarcinoom (cemiplimab) - (samenvatting)

Terug

2 min. leestijd

Delen via:

Tessa Teunissen

Jaargang 2026

, volume 4

Oncologie

Artikel in PDF

Op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is in 2024–2025 een module ontwikkeld voor de richtlijn Plaveiselcelcarcinoom (onderdeel van het cluster ‘maligniteiten van de huid’). Er is een module toegevoegd over immunotherapie bij cutaan plaveiselcelcarcinoom (cemiplimab). Voor de herziening is samengewerkt met een multidisciplinaire commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de NIV, NVvH en NVVP.

Bij onderstaande samenvatting is het van belang om de overwegingen in acht te nemen die staan beschreven in de volledige tekst van de richtlijn Plaveiselcelcarcinoom. De volledige tekst is beschikbaar via de Richtlijnendatabase (www.richtlijnendatabase.nl).

Plaveiselcelcarcinoom: immunotherapie bij cPCC (cemiplimab)

Met dank aan dr. M. Jalving (internist-oncoloog), Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)
Als onderdeel van het modulaire onderhoud van de richtlijn Plaveiselcelcarcinoom is een nieuwe module ontwikkeld over de plaats van systemische therapie bij lokaal uitgebreid en gemetastaseerd cPCC. Omdat voor deze patiëntengroep de behandelopties lange tijd beperkt waren, vormt immunotherapie een belangrijke nieuwe behandelmodaliteit.

Het advies in de richtlijn luidt om alle patiënten die mogelijk in aanmerking komen voor systemische therapie te bespreken in een multidisciplinair overleg binnen een referentiecentrum. Bij volwassen patiënten waarbij curatieve opties met chirurgie of radiotherapie niet wenselijk of mogelijk zijn, wordt cemiplimab overwogen als eerste keus immunotherapie. Hoewel de beschikbare data beperkt zijn, laat cemiplimab duidelijke en duurzame responsen zien. De module geeft adviezen omtrent dosering, behandelduur, waarschuwingen en voorzorgen en de follow-up.

Voorschrijven dient uitsluitend te gebeuren in centra met aantoonbare expertise in de multidisciplinaire behandeling van gevorderd cPCC en met ervaring in oncologische immunotherapie. De behandeling wordt gestaakt bij progressie, ernstige toxiciteit of een aanhoudend uitstekende respons, waarbij vanaf 24 weken kan worden overwogen om bij een blijvende respons te stoppen. Bij recidief ziekte na stoppen kan afhankelijk van interval, alternatieve behandelingen en eerdere respons gekozen worden om opnieuw met cemiplimab te behandelen.

Correspondentieadres
Bureau NVDV
E-mail: secretariaat@nvdv.nl