Hetzelfde zeggen

Terug

3 min. leestijd

Delen via:

Pauline Dirven-Meijer

Jaargang 2025

, volume 7

Artikel in PDF

In 1990 namen mijn man en ik een huisartsenpraktijk over in een klein dorp. Onze voorganger deed elke week een middag spreekuur op het consultatiebureau (CB), naast de praktijk. Ik wilde dat overnemen, maar moest destijds eerst een verplichte cursus doen van ongeveer een half jaar. Tegenwoordig kennen wij de jeugdartsen, met een aanzienlijke opleiding.

Pauline Dirven-Meijer heeft als huisarts de eczeemzorg altijd een warm hart toegedragen. Zo was zij betrokken bij de NHG-Standaard Eczeem uit 2014 (die tot stand kwam in
uitgebreide samenwerking tussen verschillende beroepsgroepen). En zij zat bij de allereerste multidisciplinaire CBO consensuswerkgroep: een samenkomen van dermatologen, internisten, kinderartsen, de VMCE en een huisarts. Daarnaast schreef zij meerdere boeken, waaronder Leven met eczeem samen met dermatoloog Anton de Groot. Op dit moment is zij gepensioneerd, maar nog steeds bezig om de zorg voor mensen met eczeem te verbeteren. Zo is zij actief binnen de VMCE en heeft vanuit haar expertise en praktijkervaring, naast thuisarts.nl en praktiserende huisartsen, een belangrijke rol gespeeld binnen het NCEP. Zij licht in deze column een tipje van de sluier over haar beweegredenen.

 

In die jaren viel mij al op dat er een grote afstand bestond tussen onze dagelijkse praktijkvoering en de consulten op het CB. Vooral als het ging om eczeem bij 0-4-jarigen. Zo was er in het maandelijks overleg met huisartsen en CB-artsen nogal eens een verschil van mening over het beleid. Ik was heel blij erbij te zitten, als huisarts, om hier of daar onze andere benadering ten opzichte van de patiënt uit te leggen. Tijdens een Farmacotherapeutisch Overleg (FTO) tussen huisartsen en apothekers was er een vergelijkbare dynamiek: ‘hoe zeggen wij hetzelfde’ tegen de patiënt of ouders van het kind met eczeem?

Eén casus staat in mijn geheugen gegrift: een zuigeling van 4 maanden met matig eczeem, krabeffecten en zeer bezorgde moeder, zag ik op het CB. Ik was ook hun huisarts. Na een uitgebreide uitleg over oorzaak en ongemak van het eczeem adviseerde ik haar, om naast indifferente vetcrèmes (nu basiszalven) ook hormoonzalf (nu medicijnzalf) te smeren. Ook was de afspraak dat ik haar met kind binnen afzienbare tijd terug wilde zien op mijn spreekuur. Moeder ging naar de apotheek,
waarbij de apothekersassistente schrok van het hormoonzalfje – op recept – en aan moeder vertelde dat er corticosteroïden in zaten (hormonen!). De apothekersassistente adviseerde i.p.v. mijn recept Parfenac crème (NSAID) te smeren, vanuit een eigen zorg voor de zuigeling. Ongeveer 2 dagen later zag ik
een vurig rode, krijsende zuigeling op mijn spreekuur met een radeloze moeder… onthutst hoorde ik haar verhaal. De apothekersassistente en ik hadden ‘niet hetzelfde gezegd’.

Het middel Parfenac (Bufexamac) is in 2006 door de fabrikant van de markt gehaald in verband met ernstige reacties. Dit is slechts één casus die in mijn geheugen gegrift staat, maar zo heb ik er veel meer als het gaat om communicatie bij eczeemzorg. Het was voor mij de reden om samen met een dermatoloog, in het regionale ziekenhuis, een boek te maken/schrijven: Kinderdermatologie: praktisch gezien! (2002). Een boek met veel platen, uitleg en therapeutische handreiking over ‘alledaagse’ huidafwijkingen bij 0-4-jarigen. Alle CB-artsen uit mijn regio kregen dit boek uitgereikt.

En ook al wordt veel kennis van zaken nu gedeeld op het internet, voor de communicatie blijft het immens belangrijk, misschien nu nog wel belangrijker dan ooit, om telkens allemaal ‘hetzelfde te zeggen’ tegen de patiënt. Op dit moment hebben we informatie, scholing en tools die het ons mogelijk maken ‘hetzelfde te zeggen’. Ook de JGZ-artsen en Thuisarts werkten hier aan mee. En daarmee wordt het enkel nog een kwestie van doen.

Correspondentieadres

Pauline Dirven-Meijer
E-mail: pdirvenmeijer@gmail.com