Cluster Eczeem: nieuwe modules richtlijnen Constitutioneel eczeem en Contacteczeem (samenvatting)

Terug

5 min. leestijd

Delen via:

Marit Masselink, Shiarra Stewart, Thomas Rustemeyer

Jaargang 2025

, volume 7

Allergie - eczeem

Artikel in PDF

In 2024–2025 zijn de richtlijnen Constitutioneel eczeem (CE) en Contacteczeem herzien binnen het cluster Eczeem, op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De herziening vond plaats in samenwerking met verschillende zorgaanbieders zoals oogartsen, internisten, kinderartsen, pathologen, bedrijfsartsen, huidtherapeuten, verpleegkundigen & verzorgenden, klinisch fysici en apothekers. De herziene en nieuw ontwikkelde modules beogen de kwaliteit van zorg voor patiënten met eczeem te optimaliseren en de uniformiteit in de dagelijkse praktijk te bevorderen voor alle betrokken zorgverleners. De herziene modules betreffen: organisatie van zorg bij CE en contacteczeem. De nieuwe modules in de CE-richtlijn zijn: voorlichting, meetinstrumenten, antibacteriële verbandmiddelen, oogheelkundige klachten en de keuzematrix voor biologics en JAK-remmers.

Onderstaande samenvatting beschrijft de belangrijkste aanbevelingen per module, op basis van de richtlijnteksten zoals gepubliceerd in de Richtlijnendatabase. Het is belangrijk om de overwegingen in acht te nemen zoals beschreven in de volledige richtlijnteksten.

 

Richtlijn Constitutioneel eczeem

Organisatie van zorg
De behandeling van constitutioneel eczeem vindt bij voorkeur plaats in de eerste lijn, indien haalbaar. Wanneer de behandeling daar niet meer toereikend is, wordt verwijzing naar de tweede lijn geadviseerd. Conventionele en geavanceerde systemische therapieën, zoals ciclosporine of dupilumab, worden bij voorkeur in de tweede lijn voorgeschreven. Voor bepaalde patiëntengroepen, zoals patiënten met onvoldoende behandeleffect of niet te hanteren bijwerkingen ondanks een adequate behandelduur met systemische medicatie, wordt nauwe samenwerking met de derde lijn of gespecialiseerde centra sterk aanbevolen. Deze samenwerking draagt bij aan optimale diagnostiek, behandelkeuze en follow-up bij complexe casuïstiek. Een nauwe samenwerking tussen voorschrijvend arts en apotheker is essentieel, onder meer ten behoeve van therapietrouw, juiste aflevering van (off-label) medicatie en consistente patiëntenvoorlichting. Aanvullende begeleiding door bijvoorbeeld een verpleegkundige, huidtherapeut of bedrijfsarts kan wenselijk zijn in het kader van zelfmanagement, arbeidsparticipatie en psychosociale belasting.

Voorlichting
Vanaf het moment van diagnose dient iedere patiënt met CE uitvoerig te worden geïnformeerd over de aard van de aandoening, het verwachte beloop, geassocieerde comorbiditeiten (zoals astma of voedselallergie) en beschikbare behandelopties. Consistente, goed afgestemde informatie bevordert therapietrouw en zelfmanagement. Het gebruik van landelijk en multidisciplinair ontwikkeld materiaal, zoals dat van het Nationaal Constitutioneel Eczeem Project (NCEP), wordt sterk aanbevolen. Voorlichting dient afgestemd te worden op patiëntgebonden kenmerken.

Meetinstrumenten
Het meten van ziekteactiviteit is essentieel in de dagelijkse praktijk. Bij iedere patiënt met CE wordt bij voorkeur gebruikgemaakt van minimaal één gevalideerd arts-gerapporteerd en één gevalideerd patiënt-gerapporteerd meetinstrument om de ernst van de ziekte te beoordelen. Bij systemische behandeling adviseert de richtlijn minimaal gebruik te maken de vIGA-AD en Peak-24h NRS-Itch, bij voorkeur ook bij lokale therapie. De meetinstrumenten zijn geselecteerd op validiteit,  gebruiksgemak en geschiktheid voor zowel kinderen als volwassenen. Implementatie in het EPD en training van zorgverleners wordt sterk aanbevolen. Tabel 1 geeft een overzicht van aanbevolen gevalideerde meetinstrumenten, gebaseerd op internationale consensus vanuit de HOME-werkgroep.

Antibacteriële verbandmiddelen
Voor antibacteriële verbandmiddelen is geen meerwaarde aangetoond ten opzichte van niet-antibacteriële verbandmiddelen bij de behandeling van constitutioneel eczeem. Het routinematig gebruik ervan wordt daarom niet aanbevolen door de werkgroep. Hoewel gedacht werd dat biociden in antibacterieel verbandmateriaal de kolonisatiegraad van Staphylococcus Aureus zouden terugdringen, blijkt uit recent onderzoek dat het toevoegen van antibacteriële stoffen aan verbandmiddelen in de meeste gevallen niet leidt tot betere klinische uitkomsten. Daarnaast kunnen deze middelen nadelige effecten hebben, zoals huidirritatie of hogere kosten.

Oogheelkundige klachten

Oogheelkundige klachten komen frequent voor bij patiënten met CE, vooral bij gebruik van biologics zoals dupilumab en tralokinumab. Tegelijkertijd is bekend dat ook zonder medicatiegebruik, met name bij patiënten met een atopische constitutie, oculaire klachten kunnen optreden. Deze klachten vallen onder de verzamelterm Ocular Surface Disease (OSD), een overkoepelende term voor verschillende aandoeningen van het oogoppervlak (zie tabel 2).

De richtlijnmodule is ontwikkeld om behandelaren bewuster te maken van comorbide oogheelkundige problematiek bij CE. Enerzijds herkennen patiënten oogklachten niet altijd als afwijkend, anderzijds was informatie hierover tot voor kort niet overzichtelijk beschikbaar. Hierdoor kan vertraging ontstaan in signalering en behandeling aan zowel de patiënt- als behandelkant.

Het is daarom belangrijk om bij elk consult systematisch aandacht te besteden aan oogheelkundige klachten. Neem een anamnese af gericht op pre-existente, nieuwe of verergerende oogklachten, gebruik van oogheelkundige medicatie (met name corticosteroïddruppels), visusklachten en tekenen van OSD. Ook bij jonge kinderen is alertheid hierop geboden. Bij lichamelijk onderzoek dient gelet te worden op oogklachten zoals roodheid van oogleden of conjunctiva en tranende ogen.

Daarnaast adviseert de richtlijn om patiënten actief te instrueren contact op te nemen bij het optreden van de volgende alarmsymptomen:
• Forse roodheid van het oog of ooglid
• Pijnklachten van de ogen
• Lichtgevoeligheid, vaak met tranenvloed
• Visusdaling
• Zichtbare afwijkingen aan de ogen of anamnestisch bekende oogklachten

De dermatoloog treedt op als hoofdbehandelaar en beoordeelt of verwijzing naar een oogarts nodig is. Wees daarnaast alert op chronische klachten zoals blefaritis, ooglidklachten en irritatie. Een lage drempel voor overleg met de oogarts is wenselijk, zeker bij gebruik van systemische therapie.

Keuzematrix biologics en JAK-remmers
De richtlijn bevat een keuzematrix (zie tabel 3 en 4) waarin beschikbare systemische middelen worden vergeleken op basis van onder andere werkzaamheid, bijwerkingen, gebruiksgemak en geschiktheid bij specifieke patiëntkenmerken. De matrix combineert wetenschappelijk bewijs en expert opinion en is bedoeld als praktisch hulpmiddel bij gezamenlijke besluitvorming. De matrix is ook geschikt voor gebruik in combinatie met de keuzekaart CE.

Richtlijn Contacteczeem

Organisatie van zorg
Bij contacteczeem is het belangrijk om systematisch na te gaan welke externe factoren, zoals huidbelastende activiteiten of blootstelling aan irriterende of allergene stoffen, bijdragen aan het ontstaan of in stand houden van klachten. Dit kan zowel in de privésituatie als op het werk spelen. De richtlijn adviseert om gerichte vragen te stellen naar mogelijke triggers en zo nodig aanvullend diagnostisch onderzoek te verrichten. Bij vermoeden van werkgerelateerde oorzaken is overleg of verwijzing naar een bedrijfsarts aangewezen. Daarnaast kan bij meer complexe of persisterende klachten samenwerking met andere zorgverleners zoals verpleegkundigen,  huidtherapeuten of gespecialiseerde centra worden overwogen. Goede afstemming tussen betrokken disciplines draagt bij aan effectieve behandeling en begeleiding.

Samenwerking tussen curatieve en bedrijfsgeneeskundige zorg is belangrijk om advies over werkgerelateerde huidbelastende factoren goed af te stemmen. Indien nodig kan een verpleegkundig specialist of huidtherapeut ondersteuning bieden bij voorlichting, huidverzorging en zelfmanagement.
Patiënten met persisterende of complexe klachten kunnen worden verwezen naar een centrum dat werkgerelateerd (contact)eczeem als aandachtsgebied heeft. Nauwe samenwerking tussen arts en apotheker bevordert optimale therapietrouw en behandeluitkomsten. Bij terugverwijzing naar de eerste lijn is het belangrijk dat de  testresultaten, werkgerelateerde factoren en praktische adviezen helder worden teruggekoppeld.

Correspondentieadres

Richtlijnwerkgroep Constitutioneel eczeem en Contacteczeem
E-mail: secretariaat@nvdv.nl