Monumentenzorg in de dermatologie

Terug

3 min. leestijd

Delen via:

Rob C. Beljaards

Jaargang 2019

, volume 5

Artikel in PDF

Het beeld van de Notre-Dame in Parijs in lichterlaaie bleef enkele weken geleden onuitwisbaar op mijn netvlies gebrand staan. De vraag drong zich bij mij op waarom dit beeld mij zo diep raakte. Het kon mijn katholieke achtergrond zijn. Of de triestheid over verwoeste kunstschatten. Maar uiteindelijk is mijn conclusie dat de verwoesting van de kathedraal raakt aan de afbreuk van het begrenzen van een gevoel van eeuwigheid. Er bestaan van die dingen die er vanzelfsprekend altijd zijn; ik ben vaak in Parijs geweest en steeds was die kathedraal er ook. En ver voor mij; koningen zijn er gekroond, staatshoofden zijn er begraven, toeristen hebben zich verlustigd aan het gebrandschilderde licht op de muren. Het verdwijnen van een vanzelfsprekendheid is als het ware het met een bovennatuurlijke hand uitgummen van iets denkbaar onaantastbaars als je eigen woonhuis, je kinderen, ja, misschien wel het leven zelf.

Vaste waarde

Het is aanmatigend om de Notre-Dame te vergelijken met het Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie. Toch is ook hier sprake van de vanzelfsprekende aanwezigheid: mijn hele werkzame leven als dermatoloog was het tijdschrift er. In december 1989 werd ik dermatoloog (jaja, dertig jaar!), en begin 1990 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift.

Naar analogie van de kathedraal zijn hierin promovendi gekroond, overleden collegae via een in memoriam ten grave gedragen, lezers hebben zich verlustigd aan publicaties en illustraties. Al die jaren was het tijdschrift meer dan een blad voor louter kennisoverdracht, het bleef het op papier neergeslagen bewijs van de levenskracht van onze vereniging. Bij deze is een woord van waardering op zijn plaats aan mijn voorgangers Anton de Groot, Rini Korstanje, Jan Gerrit van der Schroeff, Pieter van der Valk en Peter Arnold.

Compacter geheel

Zonder restauratie kan een kathedraal instorten, zelfs na 800 jaar. Ook het tijdschrift is aan een noodzakelijke onderhoudsbeurt toe, waarschijnlijk heeft u de eerste contouren daarvan al opgemerkt. Op de eerste pagina ziet u een compacter colofon. Het tijdschrift bevatte een in de jaren ontstaan surplus aan rubrieken. Dit aantal is sterk gereduceerd tot voornamelijk artikelen, wij denken dat dit de leesbaarheid ten goede komt. Ook vindt u een compactere redactie. Onze vereniging is door toenmalig voorzitter Roland Koopman ingericht aan de hand van onze richtlijnen en omwille hiervan is ons vakgebied onder andere via de domeingroepen ingericht. De wens is ook het tijdschrift, met name het kritisch beoordelen van de content, evenzo via deze domeinen te laten lopen. Immers, in de domeingroepen bevindt zich de vakinhoudelijke kennis van de deelgebieden van dermatologie. Inmiddels gaven de meeste domeingroepen al aan hieraan hun bijdrage te willen verlenen. Deze verandering zal gepaard gaan met het inklinken van de redactie (van voorheen 24 naar ongeveer 10 redactieleden). Een begin is hiermee gemaakt; deze maand zwaaien collegae Johan Toonstra, Auguste Glastra, Rutger van der Waal, Serge van Ruth en Charlotte Chandeck af. Ik wil hen bij deze hartelijk danken voor al hun werk.

Met z’n allen

Verder willen we streven naar een (nog) hoger wetenschappelijke content, via gerichtheid op meer proactieve bijdragen (vanuit onder andere de academie) in plaats van afwachten wat in de brievenbus van de redactie landt. Regelmatig bezoek ik refereeravonden en hoor daar prima voordrachten, waarvan het jammer zou zijn als deze geen groter bereik krijgen. Maar ik zie ook uit naar legsels van niet-dermatologen en strategische partners, zoals verzekeraars en ziekenhuisbestuurders die wij actief zullen benaderen om publicaties te leveren over actuele thema’s.

De redactie onderzoekt momenteel ook de mogelijkheid van peer review (dixit Fokke & Sukke), met als mogelijk positief neveneffect een verbetering van de citatie-index.

Ten slotte is het tijdschrift, niet in de minste plaats, een blad van de vereniging. De redactie heeft – in samenspraak met het bestuur – besloten om het verenigingsnieuws beter te positioneren, voorzien van een eigen katern en kleursysteem omwille van de herkenbaarheid. En in deze digitale tijd kan een app niet ontbreken. Er wordt dus, tezamen met de Commissie Website, gewerkt aan een versie van het tijdschrift te lezen op mobiele telefoon of tablet. Dit biedt het bestuur ook de mogelijkheid de dermatologen direct en dus sneller te voorzien van actuele berichten en mededelingen.

Een wetenschappelijk tijdschrift kan alleen maar bestaan bij de gratie van content. Het klinkt misschien als een dooddoener, maar die content, dat zijn wij allemaal. Ik hoop dat ik de komende jaren veel mooie publicaties van u allen mag ontvangen, ik weet zeker dat uw collegae ze met veel plezier zullen lezen.

Rob C. Beljaards,
hoofdredacteur