M.B. Crijns, J. Toonstra
Jaargang 2017
, volume 2
Nog eerder dan artsen legde de kunstenaar medische verschijnselen vast. Schilders portretteerden wat ze zagen. Huidaandoeningen werden meestal gecamoufleerd of juist overdreven. Vooral realistische voorstellingen uit het Italië en de Nederlanden van de renaissance zijn een handige bron om meer te weten te komen over aandoeningen van weleer.
Mona Lisa (ook La Gioconda genoemd, 1503–1506)
Het portret dat tussen 1503 en 1506 door Leonardo da Vinci is geschilderd en nu in het Louvre hangt (figuur 1). Het is het portret van een dame, waarschijnlijk Lisa Gherardini of voluit Lisa di Antonmaria Gherardini di Montagliari, de derde echtgenote van Francesco del Giocondo, die waarschijnlijk de opdracht gaf voor het schilderij. Onder invloed van de Vlaamse school toonde Leonardo op al zijn schilderijen de handen van zijn modellen. Ze draagt donkere kleding en over het haar een doorzichtige zwarte sluier. Die sluier werd dikwijls gezien als een symbool van rouw, maar anderen zeggen dat een dergelijke sluier ook gezien kan worden als een symbool van deugdzaamheid. Zij wordt ook wel ‘De dame met de glimlach’ genoemd. Ook al is het dan geen uitbundig vrolijk zijn, de dame lijkt alleszins tevreden en gelukkig. Over de glimlach zijn tientallen theorieën geponeerd. Deze gaan van de glimlach van een gelukkige zwangere vrouw tot een symptoom van de meest diverse ziektes.1 Mona Lisa heeft in haar binnenste linkerooghoek een gelige verhevenheid die goed kan passen bij xanthelasma palpebrarum (figuur 2). Via de infraroodtechniek is er ook duidelijk een gele huidverkleuring te zien in de linkerooghoek van de Mona Lisa, die bijna niet opvalt wegens vernis en vuil op het doek. Op de rechterhandrug heeft zij zwellingen die kunnen passen bij xanthomen. Deze bevindingen kunnen passen bij familiaire essentiële hyperlipedemie, een risicofactor voor cardiovasculaire problemen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat Mona Lisa op 37-jarige leeftijd stierf. De afgebeelde vrouw heeft ook geen wenkbrauwen of wimpers, maar in 2007 kon uit hogeresolutiescans worden afgeleid dat wenkbrauwen en wimpers origineel aanwezig waren maar mettertijd waren uitgewist, misschien bij vroegere restauraties van het schilderij.1,2
Portret van een oude dame (1633)
In het portret van ook deze goedgemutste en tevreden, zestigjarige vrouw, geschilderd door Frans Hals (1581/1585-1666) zijn de tumoren op de linkerhandrug een voorbeeld van een bijkomstigheidje en miste de schilder dit detail niet. Het is bekend dat Frans Hals zijn opdrachtgevers rechtstreeks naar het leven schilderde zonder gebruik te maken van voor- of ondertekeningen. Lang hoefden ze niet te poseren, want bij de sessies werkte de schilder alleen het gezicht en de handen uit. De vrouw heeft in haar rechterhand een bijbel of gebedenboekje, met haar linkerhand omklemt zij ferm de stoelleuning. De vorm en locatie doet vermoeden dat bij het model sprake was van peesschedexanthomen.3
Gestoorde vetstofwisseling en dermatologie
Bij stoornissen in het lipoproteïnemetabolsme kunnen kenmerkende huidafwijkingen voorkomen. Het zijn kleine gele tumoren die xanthomen worden genoemd. Xanthos is afkomstig uit het Grieks en betekent geel. Zo kent men tendineuze, tubereuze en papulo-eruptieve xanthomen, xanthochromia striata palmaris en xanthelasma palpebrare. Tendineuze of peesschedexanthomen komen voor bij patiënten met familiaire hypercholesterolemie of familiaire dysbètalipoproteïnemie met verhoogde LDL-spiegels en ontwikkelen zich in het derde of vierde decennium. Deze tumoren zijn gelokaliseerd in de strekpezen van de vingers en tenen. Vaak is er ook sprake van tuberositas tibiaeverdikking. De tumoren zijn huidkleurig. Her komt voor bij hypercholesterolemie en verhoogd LDL, vrij specifiek voor LDL-hyperlipidemie type IIA, II B en III. Behandeling met cholesterolremmers is gunstig voor het cardiovasculaire risico, echter de xanthomen blijven aanwezig.4 Xanthelasma palpebrare is de meest voorkomende vorm van xanthomen: gelige, vlakke huidlaesies die bij de oogleden zijn gelokaliseerd. 50% van de patiënten heeft verhoogde LDL- en cholesterolspiegels, het kan familiair voorkomen.3 Behandeling kan bestaan uit: aanstippen met trichloorazijnzuur of stikstof, CO2-laser of elektrocoagulatie. Bij deze patiënten dient men ten minste eenmalig LDL en nuchter cholesterol te bepalen.
Literatuur
1. Wikepedia, Mona Lisa.
2. Dequeker J. De kunstenaar en de dokter (2006). Anders kijken naar schilderijen. ISBN 97890 5826 670 5.
3. Crijns MB, Leeuwen R van. Huidziekten in de beeldende kunst (1992) Kunstboek Glaxo ISBN 90-71941-19-1.
4. Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R. Dermatologie en Venereologie. Elsevier. ISBN 9789035222687.
Correspondentieadres
Dr. Marianne B. Crijns
Antoni van Leeuwenhoek
Postbus 90203
1006 BE Amsterdam
E-mail: mb.crijns@nki.nl