Monographs in Contact Allergy Volume I. Non-fragrance allergens in cosmetics
M.L.A. Schuttelaar
Jaargang 2018
, volume 6
Allergische reacties op cosmetica komen regelmatig voor, naar schatting bij 5% van de patiënten met (contact)- eczeem in de algemene dermatologische praktijk oplopend tot wel 20% in gespecialiseerde klinieken. Daarom is het belangrijk dat dermatologen kennis hebben van de bestanddelen in cosmetica die allergische reacties veroorzaken of in ieder geval toegang daartoe hebben. Om dit mogelijk te maken heeft collega Anton de Groot, die eerder al internationale boeken publiceerde zoals Patch Testing en Essential Oils: Contact Allergy and Chemical Composition, een boek geschreven met monografieën over bestanddelen van cosmetica die allergische reacties hebben veroorzaakt. Hiermee is hij, zo vertelde Anton mij, teruggekeerd bij zijn oude liefde, de cosmeticumallergie, waarop hij in 1988 is gepromoveerd. De Groot heeft er (in tempi) drie jaar aan gewerkt en het resultaat daarvan is een kloek boek van 1450 pagina’s op A4-formaat dat uit twee delen bestaat. De afdrukkwaliteit (in twee kleuren, zwart en donkerblauw) is prima en er is duidelijk niet bezuinigd op productiekosten. Aardig is dat de cover van zijn proefschrift op de achterkant van de boeken is afgedrukt; die maakt een wat gedateerde indruk, maar het is natuurlijk al van dertig jaar geleden.
Het boek begint met een inleiding waarin de auteur uitlegt waarom hij het boek heeft geschreven en waarin duidelijk wordt welke gegevens worden beschreven en de bronnen daarvan. Daarna volgt de hoofdmoot: hoofdstuk 2 met monografieën (1325 pagina’s). De Groot vond in zijn literatuuronderzoek bijna 500 stoffen die door hun aanwezigheid in cosmetica allergisch contacteczeem hebben veroorzaakt. Elk van de 500 monografieën begint met een sectie Identification: naam, beschrijving/definitie, chemische klasse, IUPAC-naam, andere namen (synoniemen), CAS- en EC-nummers, verwijzingen naar de Amerikaanse Cosmetic Ingredient Review (CIR) overzichten en Opinies van de Europese Scientific Committee on Consumer Safety (SCCS), Merck Index monografieën, functies in cosmetica, advies voor verrichten van plakproeven, chemische formule en (prachtige) structuurformules. Vervolgens worden – indien aanwezig – in tabelvorm de resultaten van plakproeven met de stof in ongeselecteerde groepen patiënten die verdacht worden van contactallergie (routine testing) gepresenteerd met periode van onderzoek, land(en) of onderzoeksgroepen (EECDRG, IVDK, NACDG), testconcentratie, aantallen patiënten getest, aantallen en percentages positief, gegevens over relevantie en andere belangrijke informatie. Soms zijn er slechts enkele studies, maar tabel 2.294.4 over bijvoorbeeld methylchloroisothiazolinone (and) isothiazolinone, (Kathon CG, MCI/MI) laat de gegevens zien van 46 studies uitgevoerd tussen 2000 en 2015. Daarna komt een overzicht van studies in geselecteerde groepen patiënten, bijvoorbeeld kappers, patiënten verdacht van cosmeticumallergie, kinderen, mensen met hypostatisch eczeem, patiënten met periorbitaal eczeem et cetera. Er is altijd een samenvatting en duiding van de gegevens. Daarna worden casereports en caseseries van cosmeticumallergie beschreven, gevolgd door – wederom indien van toepassing – contactallergie in niet-cosmetische producten, kruisreacties, sensibilisatie door plakproeven, provocatietesten, testen met verdunningsreeksen, chemische analyses en de frequentie van aanwezigheid van de stof in cosmetica in de VS (er zijn geen soortgelijke gegevens in de EU). Voor dat laatste heeft De Groot gegevens gevraagd en gekregen van de Food and Drug Administration in het kader van FDA’s Voluntary Cosmetic Registration Program. Hierna worden eventuele andere bijwerkingen besproken zoals irritatie, fotosensibiliteit, directe contactreacties zoals contacturticaria (bijvoorbeeld gehydrolyseerd tarwe-eiwit heeft in zeep vele gevallen van type I-allergie veroorzaakt met urticaria, luchtwegklachten en zelfs anafylactische shock), systemische bijwerkingen en andere ongewenste effecten. Veel monografieën bestaan uit slechts een of twee pagina’s, maar er zijn ook hoofdstukken met meer dan tien (benzophenone-3, chlorhexidine digluconate, cocamidopropyl betaine, imidazolidinyl urea, methyldibromo glutaronitrile, propolis, propylene glycol), meer dan twintig (colophonium, formaldehyde, methylisothiazolinone) en zelfs meer dan dertig pagina’s (MCI/MI en p-phenylenediamine [PPD]).
Vanwege onze speciale belangstelling in Groningen voor dit laatste allergeen heb ik het betreffende hoofdstuk grondig bestudeerd. Het blijkt een overzichtelijk, leerzaam, compleet, zeer nuttig en uiterst gedetailleerd overzicht te geven van contactallergie voor en andere bijwerkingen van PPD in haarverven en niet-cosmetische producten met maar liefst 344 literatuurverwijzingen, waaronder die ‘uit het Groningse’. Naast de gebruikelijke onderwerpen zoals hierboven beschreven was er ook een stukje historie, onder meer over de Franse chemicus Eugène Schueller, die het product aan het begin van de vorige eeuw aan de man bracht met zijn French Harmless Hair Dye Company (de voorloper van L’Oreal), over de chemie van het permanente haarverven, een uitgebreid overzicht van het klinisch beeld van allergische reacties op haarverven en de vele atypische manifestaties, een uiteenzetting over de ‘zelftesten’ die door sommige fabrikanten gepropageerd worden en diverse andere interessant aspecten van PPD. Deze monografie is in feite een compleet en gedetailleerd overzichtsartikel zoals die in specialistische tijdschriften wordt gepubliceerd. De Groot kennende, zal hij evenveel energie gestopt hebben in alle andere monografieën. Zo heeft hij ook literatuur gevonden en aangevraagd die niet of moeilijk te vinden is via PubMed of andere databases en zoekmachines.
Na hoofdstuk 2 volgen kleinere hoofdstukken over fotosensibiliteit en directe contactreacties. Ten slotte zijn er nog lijsten van de functionele klassen (zoals conserveermiddelen, haarkleurstoffen, antioxidantia, skin conditioning agents, emulsifyers en humectants) en alle stoffen daarin die cosmeticumallergie hebben veroorzaakt, en een handige alfabetische lijst van dertig pagina’s met alle IUPAC namen en synoniemen, waarin verwezen wordt naar de naam gebruikt in de titel van de monografieën (bijna altijd de INCI-namen). Bijzonder aan dit boek is dat Anton het helemaal zelf in Word heeft opgemaakt in de juiste lay-out met paginering, kopteksten, inhoudsopgave, index met paginaverwijzingen et cetera en als pdf bij CRC Press heeft aangeleverd. Dat was, zo begreep ik, een hele klus, maar het had als voordelen dat hij geen drukproeven hoefde na te kijken en dat de productietijd, die normaal kan oplopen tot een jaar, nu slechts zeven weken was! Een aardige geste van de auteur is dat hij in zijn dankwoord fotootjes heeft laten afdrukken van de twee mensen die hem geholpen hebben, een chemicus en een studente chemie, die alle structuurformules heeft getekend.
Een boekbespreking zoals deze eindigt meestal met de aanbeveling dat iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp of het in de patiëntenzorg kan gebruiken, een exemplaar in haar of zijn bibliotheek moet hebben. Als die aanbeveling ooit valide was, dan is het wel voor dit boek van collega Anton de Groot, een absolute must have voor alle dermatologische maatschappen/vakgroepen en niet alleen voor de speciaal in contactallergie geïnteresseerden. Dit boek blijkt het eerste deel te zijn in een geplande serie van drie Monographs in Contact Allergy. Het tweede deel zal gaan over parfumgrondstoffen en in het derde zal allergie voor lokale en systemische geneesmiddelen behandeld worden. Ik kijk er alvast naar uit!
Correspondentieadres
Marie-Louise Schuttelaar
E-mail: m.l.a.schuttelaar@umcg.nl