Worden aios goed opgeleid? Een enquête onder jonge klaren

Terug

5 min. leestijd

Delen via:

L.B.E. Kienhorst, V. Sigurdsson

Jaargang 2018

, volume 6

Artikel in PDF

Vanuit diverse hoeken binnen de NVDV komt regelmatig de vraag naar voren of de opleiding van aios voldoende voorbereidt op de dagelijkse praktijk als dermatoloog, bijvoorbeeld wat betreft dermatochirurgie en flebologie. Degenen die het meeste inzicht hebben of de opleiding goed voorbereidt op de praktijk zijn jonge klaren, omdat zij de opleiding en de overgang naar het werken als dermatoloog net achter de rug hebben. Het concilium en het bestuur van de NVDV willen graag een goede opleiding aanbieden, toetsen of dat momenteel ook zo is en verbeteren waar nodig. Daarom hebben we besloten een enquête uit te zetten onder jonge klaren om na te gaan of de opleiding goede dermatologen aflevert voor de dagelijkse praktijk.

Methoden

Alle dermatologen die in 2015 en 2016 hun opleiding hebben afgerond zijn eenmalig aangeschreven met de vraag om mee te doen aan de enquête. De enquête bestond uit de vraag waar de opleiding gevolgd was en hoeveel maanden de jonge klare als dermatoloog werkzaam was. Vervolgens waren er twintig meerkeuzevragen die als volgt geformuleerd waren: ‘Mijn opleiding heeft mij goed voorbereid op de dagelijkse praktijk wat betreft…’. Twintig onderdelen van het vak als dermatoloog zijn hier getoetst (tabel 1). Een van de volgende vijf antwoorden kon worden gegeven: zeer mee eens (score 5), mee eens (score 4), neutraal (score 3), mee oneens (score 2), zeer mee oneens (score 1). Ook was er ruimte voor commentaar. De enquête eindigde met een open vraag om aan te geven waar nog meer behoefte aan was in de opleiding tot dermatoloog.

Resultaten

In maart 2017 zijn 67 jonge klaren aangeschreven. Hiervan hebben er 27 de enquête geretourneerd (40%). Uit elke Onderwijs- en Opleidingsregio (OOR) hebben jonge klaren gereageerd (MUMC 5, VUmc 3, Erasmus MC 4, UMCU 3, LUMC 4, Radboudumc 4, AMC 4, UMCG 2 personen). De jonge klaren werkten gemiddeld 17 maanden (SD 13; spreiding 3-73) als dermatoloog. In tabel 1 en figuur 1 (zie pagina 4 en 5) zijn de gemiddelde scores van de twintig meerkeuzevragen weergegeven. De gemiddelde score van alle twintig vragen is 3,9 bij een score van 1-5. De hoogste scores krijgen kleine verrichtingen zoals cryotherapie, curettage en coagulatie (4,9), dermatooncologie (4,8) en algemene dermatologie (4,6). De laagste scores krijgen cosmetische dermatologie (2,2), uitvoeren van transpositieplastieken en gesteelde plastieken, bilobedplastiek, uitgebreidere rotatie en schuifplastieken, split-skin graft en nagelchirurgie (2,7), en indicatiestelling en uitvoeren van laserbehandelingen (3,1).

Hoewel de getallen klein zijn, zijn er enkele opvallende bevindingen als naar de scores van de afzonderlijke opleidingsregio’s wordt gekeken. Scores lager dan 3,0 en scores die meer dan 1,0 onder het gemiddelde zitten zijn eruit gelicht.

Het LUMC scoort laag op het onderdeel kinderdermatologie en genodermatosen (2,8), terwijl alle andere centra een score tussen 3,6 en 4,5 hebben.

Erasmus MC scoort laag op venereologie (2,8), terwijl alle andere centra een score tussen de 3,5 en 4,6 hebben.

Erasmus MC heeft een lage score op geneesmiddelenallergie (2,8), waarbij alle andere centra een score tussen de 3,8 en 5,0 hebben.

Ten aanzien van de flebologie valt een aantal zaken op. Radboudumc heeft een lage score voor uitvoeren en interpreteren van duplexonderzoek (2,5), terwijl Erasmus MC (5,0) en MUMC (4,8) hierop hoog scoren. Radboudumc (2,8), LUMC (2,8), UMC Utrecht (2,3) scoren laag op uitvoeren van flebologische verrichtingen zoals sclerocompressie en ambulante flebectomie volgens Müller, terwijl Erasmus MC (4,8) en MUMC (4,8) hier hoog op scoren. Radboudumc (2,0) en VUmc (2,7) hebben een lage score op uitvoeren van endoveneuze behandelingen, terwijl Erasmus MC (4,8) en UMCG (4,5) hier hoog op scoren.

Wat betreft de dermatochirurgie is het volgende opgevallen. Radboudumc (2,0), UMCG (1,5), VUmc (1,7), AMC (2,3), LUMC (2,8), UMC Utrecht (1,0) scoren laag op uitvoeren van transpositieplastieken en gesteelde plastieken, bilobedplastiek, uitgebreidere rotatie en schuifplastieken, split-skin graft en nagelchirurgie, waarbij Erasmus MC (3,8) en MUMC (4,3) hoger scoren.

Radboud MC (2,0), UMCG (2,0), VUmc (1,3), LUMC (2,8) en MUMC (1,8) hebben een lage score op indicatiestelling en uitvoeren van laserbehandeling en Erasmus MC (3,8), AMC (3,6) en UMC Utrecht (3,7) een iets hogere score.

Uit de open vraag waar er volgens de jonge klaren nog meer behoefte aan is in de opleiding wordt nog genoemd, naast de al in de andere vragen naar voren gebrachte onderwerpen, aandacht voor management en financiën.

Discussie

Deze enquête onder jonge klaren laat zien dat de opleiding tot dermatoloog in het algemeen goed voorbereidt op de dagelijkse praktijk. Verbeterpunten zijn cosmetische dermatologie, flebologie, geavanceerde chirurgie en laserbehandelingen. Het nieuwe opleidingsplan wordt per 1 januari 2019 ingevoerd. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen basis-dermatochirurgie en verdieping-dermatochirurgie, zodat ruimte wordt geboden aan aios met interesse in geavanceerde chirurgie om zich hierin te verdiepen. Echter, het is belangrijk dat de basisdermatochirurgie van zodanig niveau is dat het aios goed blijft voorbereiden op de dagelijkse praktijk als dermatoloog. In het nieuwe opleidingsplan krijgt basis cosmetische dermatologie een aparte (sub)themakaart onder de algemene dermatologie, waarmee in de opleiding meer aandacht hiervoor komt.  Verder wordt een verdiepingskaart cosmetische dermatologie aangeboden. Het nieuwe opleidingsplan sluit dus goed aan bij de verbeterpunten die uit de jonge klaren enquête naar voren komen.

Het responspercentage op de enquête is 40%. Dit is lager dan gehoopt en de redenen hiervoor zijn niet geheel duidelijk. Wel hebben uit elke opleidingsregio ten minste twee jonge klaren gereageerd. Met het uitsplitsen van de resultaten naar opleidingsregio moet rekening gehouden worden met de kleine getallen. Wel is hierbij opgevallen dat er regionale verschillen zitten op het gebied van met name geavanceerde chirurgie, flebologie en laserbehandelingen. De speerpunten per regio zijn ook globaal terug te vinden in de scores. In de enquête is proctologie per abuis niet meegenomen, terwijl dit wel onderdeel van de opleiding tot dermatoloog is. Deze enquête kan gezien worden als een nulmeting, waarbij deze periodiek en in elk geval na de invoering van het nieuwe opleidingsplan herhaald kan worden. Zo kan over de tijd bekeken worden of de opleiding nog beter aan gaat sluiten aan de behoeften die jonge klaren hebben in de dagelijkse praktijk.

Conclusie

De enquête onder jonge klaren laat zien dat de opleiding tot dermatoloog in het algemeen goed voorbereid op de dagelijkse praktijk. Verbeterpunten zijn cosmetische dermatologie, flebologie, geavanceerde chirurgie en laserbehandelingen.

Correspondentieadres
Laura Kienhorst
E-mail: l.b.e.kienhorst@umcutrecht.nl